FPD STEUN ONS
 

something went wrong

Delicious Ides Debruyne - 13 min 54 sec geleden
Categorieën: Aanbevolen door FPD

Kijktip: Minister Asscher en het rumoer over een onderzoek

De Nieuwe Reporter - di, 28/07/2015 - 14:08

Midden in de zomer begint zomaar ineens een nieuwe serie van Medialogica, het programma van Argos TV over de media en de werkelijkheid waarover ze berichten. Gisteravond werd de eerste aflevering uitgezonden, over de commotie die ontstond na de publicatie van een onderzoek waaruit zou blijken dat veel Turks-Nederlandse jongeren sympathie koesterden voor IS en Syriëgangers.

De bal kwam aan het rollen toen minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een interview met NU.nl zijn verontrusting uitsprak over de waardering die Turks-Nederlandse jongeren hadden voor IS. Maar klopte dat onderzoek wel? Waarom kwam het zo groot in het nieuws? Welk belang had minister Asscher om onmiddellijk zijn verontrusting uit te spreken? Over die vragen gaat de Medialogica- aflevering met de titel ‘De gewenste resultaten’.

Opvallend genoeg weigerde minister Asscher om de programmamakers te woord te staan. Op het eind van de aflevering zegt hij:

“Een programma dat vooral ten doel heeft een mediagebeurtenis van een jaar eerder te reconstrueren, ja, dat vind ik niet mijn taak, om daaraan mee te werken.”

Eindredacteur Marc Josten zei hierover in de Volkskrant:

“Asscher gaf aan dat hij geen enkele behoefte had om het verhaal met ons te reconstrueren. Ik vind dat iets beklemmends hebben. Hij geeft aan zich te verantwoorden voor de Tweede Kamer, maar als politicus heb je de taak om je breder te verantwoorden. Wat zijn motieven precies waren, weet ik niet. Het zal ongetwijfeld iets te maken hebben met angst.”

De uitzending is hieronder te bekijken:

The post Kijktip: Minister Asscher en het rumoer over een onderzoek appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

Hoe beelden in de media kunnen liegen en bedriegen

De Nieuwe Reporter - di, 28/07/2015 - 08:29

Het weekblad Die Zeit publiceert en serie over ‘waarheid en propaganda’. Voor DNR geeft Anneke van Ammelrooy een samenvatting van elke aflevering. In deel 2: hoe beelden in de media en op internet vaak keihard liegen.

Beeldredacties hebben het tegenwoordig maar moeilijk. Is er niet geknoeid met deze foto of video? Gaat het niet om een al te suggestieve uitsnede? Te dramatische kleuren? Is deze video niet in scène gezet? Is het gesprek dat je hoort, wel echt?

Elke redactie beweert braaf alert te zijn op gemanipuleerde foto’s en video’s. Maar een freelance fotograaf stelt onomwonden: “Als wij een onbewerkte foto insturen, worden we uitgelachen… op elke redactie.”

De foto’s van de dode Osama Bin Laden, die kort na zijn liquidatie op internet circuleerden, werden snel ontmaskerd als fake. Drie tekstredacteuren van Die Zeit noemen deze foto’s en enkele andere spraakmakende voorbeelden, van wat er allemaal kan gebeuren in het Photoshoptijdperk.

De foto van de gedode Osama Bin Laden die op internet circuleerde (rechts), was samengesteld uit twee foto’s.

World Press Photo

Beeldmanipulatie heeft de hoogste regionen bereikt, zoals de 22 finalisten van de 2015 World Press Photo-competitie, die op het laatste moment werden uitgesloten ‘wegens toegevoegde of verwijderde details’ dan wel omdat ze weigerden ter verificatie de originelen van hun werk op te sturen.

Die Zeit sprak met enkele juryleden die “verbijsterd” waren, die zeiden “je kan het niet geloven” en die allemaal achter hun besluit bleven staan, ondanks alle begrip voor de concurrentiedruk waaronder fotografen moeten werken. Om zo’n debacle en erger in de toekomst te voorkomen stelde de jury van World Press Photo voor dat de beroepsgroep de discussie over ethiek en praktijk aangaat.

Een overbodig advies omdat dat debat al lang onder fotografen en op redacties woedt, op scholen voor journalistiek en bij World Press Photo zelf.

Subjectieve foto’s

Het bewerken van foto’s bestaat al zo lang de fotografie bestaat, retoucheren was zelfs een beroep in low class fotowinkels zoals in mijn dorp Zeelst. Natuurlijk ging dat over wratten en melodramatische schaduwen.

Maar in de fotojournalistiek, bij nieuwsfoto’s waren er grenzen. Eigenlijk moest over retoucheren niet kleinzerig gedaan worden, vond men héél vroeger, behalve wanneer bijvoorbeeld een dictator zoals Stalin opdracht gaf zijn tegenstanders te deleten op foto’s van historische gebeurtenissen.

Want, alles welbeschouwd, zo vraagt ook Die Zeit zich af, is een foto, zelfs een ongeshopte, niet net zo subjectief als een tekst? De fotograaf kiest tijdstip (een splitsecond), locatie, invalshoek, voorgrond, achtergrond, uitsnede, lichtinval, cameralens, kleur of zwartwit, en nog veel meer.

Manipulatiewaarschuwing

Een fotograaf mag dan ook al vele jaren van redacties in de regel aan allerlei beeldelementen sleutelen, vooral als hij voor een medium werkt dat een bepaald type foto’s wil, of als hij inmiddels de reputatie heeft – juist dankzij bewerking – een ‘eigen stijl’ ontwikkeld te hebben. Bij gemanipuleerde foto’s zet Die Zeit zelf in het onderschrift braaf [M] (van manipuliert) – alsof alle lezers dan weten waarvoor gewaarschuwd wordt.

Ook de Zeit-redacteuren vinden dat eigenlijk niet voldoende. En bij beelden van fotografen die inmiddels de rang van kunstenaar hebben, vermeldt het weekblad bijvoorbeeld ‘Angela Merkel, gesehen von Anatol Kotte’. Misschien ook een wat te lafhartige, grijze oplossing.

Een precair vertrouwensmodel

De redacteuren van het Hamburgse weekblad gingen langs bij Ellen Dietrich, de eigen cheffin van de tien man sterke beeldredactie. “Voor zover ik weet,” zegt Dietrich, ‘is Die Zeit nog nooit in het werk van fotovervalsers getrapt’.

De slag om de arm is betekenisvol om twee redenen:

  1. Dietrich gaat uit van vertrouwen, Die Zeit werkt al jaren samen met bepaalde freelance fotografen, ze zou haar “hand voor hen in het vuur steken”.
  2. En Die Zeit gebruikt foto’s van het Duitse persbureau DPA dat elke dag rond de tweeduizend foto’s van zijn tachtig fotografen in vaste dienst en andere bronnen de wereld instuurt, foto’s die toch ook wel gefilterd zullen worden op waarheid en te veel verwijderde of toegevoegde details – mag je aannemen. Nee dus.
Manipuleren voor levensonderhoud

De Zeit-redacteuren gingen langs bij drie vertrouwelingen van bekende, commercieel succesvolle Duitse publicaties. Een ontnuchterende ontmoeting. Om te beginnen wil geen van de drie fotografen met zijn/haar echte naam in het verhaal.

Dan zegt ‘Niklas': “Als wij een onbewerkte foto insturen, worden we uitgelachen. Door elke jury, door elke redactie.”

‘Pedro’ voegt eraan toe: “Ik bedrieg niet. Maar ik ken er wel die het doen. Uit concurrentieoverwegingen.”

De Zeit-redacteuren schrijven: “We dachten dat we bij dit thema op … tegenstanders van vrijhandel of vrienden van de wapenindustrie zouden stoten… die beelden stileren om meningen te veranderen. Maar de meeste professionele fotoreporters bekommeren zich niet om de grote politiek. Ze geven om hun levensonderhoud.”

Niet bepaald een garantie voor waarheid: je kan ervoor kiezen niet te rommelen met foto’s omdat je, als het uitkomt, “van hoogverraad wordt beschuldigd” en een paria wordt, of je kan ervoor kiezen wél te rommelen, al of niet in opdracht, omdat het goed is voor je bankrekening. Dan hebben we het nog niet over de derde en vierde optie gehad: ge-copyright beeldmateriaal dat door derden ongevraagd en illegaal wordt bewerkt en misbruikt om meningen te veranderen, of om in alle onschuld lollig, behulpzaam te zijn.

Fotomanipulatie op de Zuidpool

Dat laatste overkwam dit jaar Martin Szwed die in recordtempo naar het middelpunt van de Zuidpool gerend was. Zo’n beoefenaar van extreme sporten “leeft van publiciteit”, maar helaas lukte het hem niet zich op het moment suprême met zijn mobiel bij het paaltje ‘Welcome to the South Pole’ te vereeuwigen. Daarom photoshopte een naïeve fan van Szwed zijn kop en het paaltje bij elkaar en stuurde dat het internet op.

De gephotoshopte foto van Martin Szwed met het bord ‘Welcome to the South Pole’.

DPA gebruikte de portretfoto en trok hem pas veel later terug.

De gemanipuleerde foto van Martin Szwed werd later door het Duits persbureau DPA teruggetrokken.

Op de bank thuis vertelt Szwed de Zeit-redacteuren over zijn val. Hij vermoedt dat een van zijn sponsors de domheid heeft begaan (de hoofdsponsor ontkent, Szwed zou de foto zelf gestuurd hebben) en er zou in het onderschrift vermeld zijn ‘composing‘ (verkeerd Duits Engels voor composition, montage) – net zoals het [M] van Die Zeit een dubieuze manoeuvre in het licht van wat we weten over de psychologie van een doorsnee fotokijker (wie leest de credits alvorens naar het beeld te kijken?).

Szwed is geruïneerd: er wordt nu aan al zijn recordprestaties getwijfeld. “Zijn hele leven is nu voorzien van het etiket ‘zogenaamd’.”

Eenmaal verketterd op internet kunnen mensen als Szwed waarschijnlijk beter een andere naam, een nieuw beroep kiezen, een psychotherapeut in de arm nemen. Niemand lijkt geïnteresseerd in de ware toedracht.

Oplossing: een gang naar de rechtbank met veel mediatamtam, maar vermoedelijk alleen aan te raden als je geld hebt voor een internet-streetwise advocaat. Maar dan nog: niemand kan aangeklaagd worden als het om een domme, anonieme fan van een Zuidpool-marathonrenner gaat. Of mogen de sponsor en DPA aangeklaagd worden voor goedgelovigheid?

DPA: maar enkele seconden tijd

Dergelijke persoonlijke tragedies hebben ze nog nooit meegemaakt bij DPA. De Zeit-redacteuren krijgen een rondeleiding door overlever Peter Grimm (nomen est omen?) , baas beeldredactie van DPA, dagelijks sportend door een gang van 150 meter (lengte van drie wedstrijdzwembaden) met hyperalerte beeld- en tekstredacteuren achter hun beeldschermen, 52 jaar oud, in “het jeans-colbertje uniform van journalisten”.

Hij geeft toe, door de honger van een bont leger media naar foto’s, foto’s, foto’s heeft zijn 24/7 team meestal maar enkele seconden de tijd om ze op waarheid te beoordelen.

Een bekentenis van jewelste, maar Grimm ratelt “vrolijk” verder. Natuurlijk kan ook DPA de verleiding niet weerstaan om beelden door te geven van volslagen amateurs, goede burgers en ramptoeristen (maar misschien ook Poetinfans, bevooroordeelde Duitse establishmenthaters), die al ter plekke zijn “als de vaste fotograaf van dienst nog onderweg is op de Autobahn“. Grimm antwoordt “daarop aangesproken” alleen nog “eenlettergrepig”. Grimm “wekt de indruk bang te worden, we begrijpen dat wel”. Eén foute foto, “en nog maanden later lijdt de reputatie van zijn DPA daaronder.”

Voor de hand liggende oplossing: de druk van de fotohongerige media af en toe bij gevoelige nieuwsitems negeren en eerst checken. Dat hoeft toch niet al te duur te zijn? Of moeten we eerst bewijzen dat waarschijnlijk ook bij DPA ongelooflijk veel tijd besteed wordt aan mentaal ontbijten bij aankomst op de werkplek, koffieleurken, flirten, cynische grapjes, wc-bezoek en nutteloze vergaderingen en beleidsdocumenten zoals in ons poldermodel?

DPA is nooit partij in rechtszaken geweest, nog niet. Maar die tijd zal komen.

Hany Farid, beroep: extreme fotochecker

Leuk uitstapje voor de Hamburgers van Die Zeit: bezoek aan Hany Farid in zijn sobere kantoor in Dartmouth College in de buurt van Boston, broeiplaats van veel verkeerd maar soms ook briljant talent (Harvard, Tuft’s University). Ik was er ooit, even no comment.

Hany is 49 jaar oud. Gevraagd naar zijn favoriete fotograaf, kan hij niet op een naam komen. Hij is niet geïnteresseerd in explosief mooi beeld, maar in data.

In het bijzijn van de leergierige Duitsers opent hij zijn mailbox. Aanvragen van Amerikaanse politie- en justitie-autoriteiten, van vijfsterren-fotoredacteuren en de bekendste Amerikaanse persbureaus. Hany onderzoekt de toegestuurde foto’s op digitale vingerafdrukken van manipulerende daders.

Een demonstratie volgt met een foto van een vrouw die aan een tafel zit en glimlacht.

Hany typt:
~/Documents/Narmer/Work/book/ photoForensics/misc/code/ jpegQuantTables./quantTables ~Desktop/photo_psd.jpeg.
ENTER.
Cijfers rollen over zijn scherm.
22223456
22223456
22224579
222457912
33458101212
… enz.

“Dit is de digitale vingerafdruk van het beeld”, legt de digital-image-misdaadonderzoeker uit. De getallen geven informatie over gebruikt cameratype (in dit geval een iPhone 4S), bewerkingssoftware (hier Photoshop) en leveren indicaties voor eventuele opvallende dingetjes.

Hany leest ze en kan de Zeit-redacteuren uiteindelijk meedelen: deze glimlachende vrouw heeft echt bestaan.

Hany heeft zijn computer leren zien; zijn pc analyseert lichtreflecties, schaduwen en nog veel meer. Houd die Hany in de gaten “want nog een paar jaar werk, hoopt Hany, en dan zal hij software op de markt brengen waarmee iedereen vervalsingen herkennen kan.”

Hany maakt een terechte filosofische opmerking: “We kunnen geen enkel beeld vertrouwen, maar onze ogen kunnen we ook niet vertrouwen.”

Liegen op z’n Ikea’s

Als uitsmijter melden de auteurs van de reportage over leugenachtige foto’s dat in de Duitse actuele 2015 catalogus van Ikea “driekwart van alle foto’s, van de alleenstaande stoel tot compleet ingerichte keukens”, door de computer gefabriceerd zijn, nou ja, door al of niet voormalige fotografen die ooit voor Ikea werkten. “Ze zijn van kamp veranderd. Ze zitten alleen nog voor hun beeldscherm.”

Hany waarschuwt: nog even en dan kan elk beeld op de computer bedacht worden. Dat wisten we toch al na kinderfilms als E.T.? Maar de Zeit-redacteuren reageren daarop een beetje kinderlijk: “Misschien zal de grens tussen waarheid en leugen op een vaag moment verdwenen zijn.”

Lees ook deel 1 in deze serie: De vijfde macht op internet brengt de geloofwaardigheid van de journalistiek aan het wankelen.

The post Hoe beelden in de media kunnen liegen en bedriegen appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

De Valkenburgse zedenzaak en de rol van de media in strafzaken

De Nieuwe Reporter - ma, 27/07/2015 - 08:33

De afgelopen maanden was er behoorlijk wat aandacht in de media voor de ‘Valkenburgse zedenzaak': een 16-jarig meisje had betaalde seks met een groot aantal mannen. Jurist Mirthe Docter wijst op het gevaar van media-aandacht. Die kan zorgen voor een verkeerd beeld bij het publiek of voor lagere straffen.

De Valkenburgse zedenzaak in vogelvlucht

Bij een politie-inval in oktober 2014 wordt een – naar later blijkt – 16-jarig meisje in een Valkenburgs appartement aangetroffen tijdens het bezoek van een klant. In de badkamer van het appartement wordt de ‘loverboy’ (Armin A.) van het meisje aangetroffen. Beide mannen worden direct aangehouden.

In een prullenbak van de kamer wordt -onder meer- een groot aantal gebruikte condooms aangetroffen, waarvan de politie DNA-materiaal veiligstelt. Daarnaast wordt een (werk)telefoon van het slachtoffer bij de verdachte aangetroffen. Aan de hand van het aangetroffen DNA-materiaal en de werktelefoon wordt een groot aantal (vermoedelijke) klanten getraceerd.

Dit is in vogelvlucht wat er speelt in de Valkenburgse zedenzaak. De zaak krijgt vanaf het moment van bekendmaking volop media-aandacht, vanwege de ernst, maar zeker ook vanwege de omvang van de zaak.

(On)schuldig tot het tegendeel bewezen is?

Uitgangspunt in het strafrecht is dat je onschuldig bent tot het tegendeel is bewezen (preasumptio innocentiae). Dit uitgangspunt is essentieel en tevens gewaarborgd in artikel 6 lid 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), in welk artikel het recht op een eerlijk proces is opgenomen.

Daarnaast heeft een ieder recht op privacy, gewaarborgd in artikel 8 van het EVRM en artikel 10 van de Nederlandse grondwet. Desalniettemin lijkt een deel van de ‘veroordeling’ deze dagen plaats te vinden in de media, voordat überhaupt een rechter zich over de zaak heeft gebogen.

Het gaat in de Valkenburgse zedenzaak in juridische termen om -hoofdzakelijk- mensenhandel en het teweegbrengen en bevorderen van prostitutie van het 16-jarige meisje (zaak van Armin A.), en ontucht met een minderjarige tegen betaling (de klanten). Het aantal mannen, en daarmee de grootschaligheid van de zaak, stond – en staat – volop in de media-aandacht.

Strafbare feiten

In januari 2015 geeft het Openbaar Ministerie (OM) een persverklaring waarin zij bekendmaakt dat de hoofdverdachte, Armin A., van een viertal strafbare feiten wordt verdacht. Kort gezegd:

  1. mensenhandel
  2. het opzettelijk aanwezig zijn bij het plegen van ontuchtige handelingen door het slachtoffer
  3. het bevorderen of teweegbrengen van ontuchtige handelen met een minderjarige
  4. onttrekking van het slachtoffer aan het ouderlijk gezag.

Echter, het bleef niet alleen bij deze mededeling. Het OM wil ook de klanten van het minderjarige meisje spreken. Het OM roept klanten van het minderjarige meisje op zichzelf te melden op het politiebureau omdat ze anders wellicht thuis of op werk opgezocht zouden kunnen worden.

Zij worden verdacht van het plegen van ontucht met een minderjarige prostituee. Een woordvoerster van het OM verklaart:

“Menig huwelijkspartner zal verrast worden door de politie aan de deur. De vrouw weet waarschijnlijk van niks. Maar voor ons weegt seksuele uitbuiting zwaarder.”

Heksenjacht

De oproep van het OM aan klanten van het minderjarige meisje om zich te melden leidt tot vele reacties, met name vanuit de advocatuur. Bart Nooitgedagt, voorzitter van de vereniging van strafrechtadvocaten, is kritisch over de oproep:

“Niemand hoeft mee te werken aan zijn eigen vervolging.”

Ivo van den Bergh, strafrechtadvocaat van een groot aantal van de klanten, geeft aan dat veel van zijn cliënten vrezen voor hun baan en gezin als zij thuis worden opgehaald. Hij meent dat sprake was van een “heksenjacht”.

“Beschimpt en verguisd en als pedofiel neergezet” zijn hun cliënten volgens Ivo van de Bergh en Joost de Bruin. Het leven van hun cliënten staat op zijn kop naar aanleiding van de vele publicaties.

Sidney Smeets, tevens strafrechtadvocaat,  spreekt uit dat het dreigement dat de politie elk moment op de stoep kan staan bij verdachten “onzorgvuldig, onnodig en het OM onwaardig was”.

OM nuanceert

Uit de woorden van George Rasker, plaatsvervangend hoofdofficier van justitie in Limburg komt de achtergrond van de aanpak van het OM naar voren:

“Met deze zaak willen we een vuist maken, daarom zetten we vol de schijnwerpers op deze zaak”.

Beoogd wordt derhalve om van deze zaak een schrikeffect te doen uitgaan.

In latere berichtgeving drukt het OM zich desalniettemin genuanceerder uit:

“We gaan niet onnodig leed toevoegen, dat is niet de bedoeling, maar het zijn ernstige feiten dus er zal op een adequate manier op worden gereageerd.”

Het OM verklaart dat de eerdere oproep verkeerd is uitgelegd. Verdachten worden eerst telefonisch of schriftelijk verzocht om te verschijnen. Slechts in uiterste gevallen – bijvoorbeeld bij een weigering om te verschijnen – zou een verdachte thuis kunnen worden opgezocht.

Hogere strafeisen

Van belang om in dit kader te vermelden is dat in juni van dit jaar een nieuwe strafvorderingsrichtlijn van kracht is geworden, waardoor het OM in dit soort zaken (ontucht met een 16- of 17- jarige) hogere strafeisen kan vorderen. Dat dit ook daadwerkelijk wordt gedaan blijkt wel bij het horen van de eerste strafeisen in de Valkenburgse zedenzaak. Rechters lijken hier echter vooralsnog niet in mee te gaan.

Onlangs werd een klant van een minderjarige prostituee na het horen van een eis van 20 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk) in de Heerlense zedenzaak veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 dagen (gelijk aan zijn voorarrest) en een taakstraf van 180 uren en een proeftijd van 3 jaren.

Vooroordelen in de media

Zoals het voorgaande aangeeft, spelen de media een grote rol in de berichtgeving rondom strafzaken. Binnen no time kun je als verdachte, en als slachtoffer, in het middelpunt van de belangstelling staan. Doorgaans niet in positieve zin.

In actualiteitenprogramma’s wordt – naar het lijkt – ook steeds meer aandacht besteed aan strafzaken. Ook aan de Valkenburgse zedenzaak is aandacht besteed, onder meer in Jinek. De aankondiging door Jinek geeft goed weer hoe de media (onbewust) vooroordelen uitspreekt:

“Een 16-jarig meisje werd in één week tijd door minstens 50 mannen misbruikt, hoe kon zoiets gebeuren?”

In deze aankondiging lijkt de hoeveelheid en de schuld van de mannen al vast te staan. Het zijn kleine aspecten maar zij dragen wel bij aan de (negatieve)beeldvorming in dit soort zaken. Uiteindelijk worden ‘slechts’ 28 mannen vervolgd voor het plegen van ontucht met een minderjarige prostituee.

De rol van sociale media

De laatste jaren is daarnaast een toename te zien van het gebruik van social media, zoals Twitter en Facebook, ook in relatie tot de berichtgeving in strafzaken. Rechtbankverslaggevers twitteren mee vanuit de rechtszaal en doen kort en bondig verslag (vaak heel correct en adequaat overigens) van hetgeen zich in de zittingszaal afspeelt.

Ook tijdens de behandeling van de Valkenburgse zedenzaak zitten rechtbankverslaggevers in de zaal. Deze berichtgeving wordt doorgaans snel opgepikt door landelijke media. Zo ook de quote van de officier van justitie in de Valkenburgse zedenzaak tijdens een van de zittingen. Hij sprak in de zittingszaal de volgende woorden:

”Dat het gevolgen kan hebben voor hun huwelijk of relatie, daar zit ik niet mee.”

Deze quote werd overgenomen in landelijke media.

Voordeel van deze wijze van verslaglegging is dat het strafrecht en wat zich allemaal in een zittingszaal afspeelt toegankelijker wordt voor een groter publiek. Bezwaarlijk is dat de context in bepaalde gevallen wellicht verloren gaat. Daarnaast is er minder controle op de juistheid van de inhoud van de berichtgeving.

Oordelen over de verdachten

Nagenoeg iedereen in de samenleving heeft zich een oordeel over de verdachten in deze zaak gevormd. Dit beeld komt grotendeels – zo niet geheel – voort uit de berichtgeving die men uit de media verkrijgt. De klanten werden weggezet als ‘pedofiel’ en kregen, met name op social media, andere onsympathieke verwensingen naar hun hoofd geslingerd.

Enigszins verrassend is wellicht dat de sympathie (voor zover daarover kan worden gesproken) deels ook uitgaat naar de verdachten (de klanten) in deze zaak. Deze sympathie lijkt voort te komen uit het feit dat deze mannen wellicht niet wisten dat het een minderjarig meisje betrof.

Het minderjarige meisje stond op een site waar prostituees diensten aanbieden, met foto’s waarop zij schaars was gekleed. Het onderschrift bij deze foto luidde “Kimberley, 18 jaar”. Juridisch gezien is voor bewezenverklaring niet van belang is of de verdachten wisten dat het meisje nog geen 18 jaar oud was. De leeftijd is geobjectiveerd, hetgeen inhoudt dat wetenschap van de daadwerkelijke leeftijd niet vereist is.

De wetgever heeft wetenschap van de leeftijd niet van belang geacht; van belang is dat de minderjarige beschermd wordt. Een verdachte resteert derhalve slechts een beroep op afwezigheid van alle schuld, hetgeen inhoudt dat hij verontschuldigbaar heeft gedwaald. Dit wordt echter zelden gehonoreerd.

Zelfmoorden

In februari werd bekend gemaakt dat één van de verdachten in de Valkenburgse zedenzaak zelfmoord had gepleegd. Naar verluidt zou het de klant betreffen die tijdens de inval bij het meisje was. Hij zou de spanningen van de affaire niet langer hebben aangekund. Een maand later pleegde nog een verdachte zelfmoord, hetgeen leidde tot aanscherping van de (psychologische) hulpverlening aan verdachten na een verhoor.

De link met alle media-aandacht en de spanning die dit met zich meebracht voor de klanten van het minderjarige meisje was snel gelegd. Hoewel wellicht – meer dan – toevallig, het is niet vast te stellen of de zelfmoorden zijn veroorzaakt door alle media-aandacht. Ofwel, om in juridische termen te spreken, het causaal verband is niet vastgesteld. Dat het met de publiciteit rondom zaak te maken heeft lijkt aannemelijk, maar daarmee is wat mij betreft dan ook alles gezegd.

Gevolgen media-aandacht voor het strafproces

De advocaten van een aantal van de verdachten hebben verzocht de zaak achter gesloten deuren te behandelen, mede vanwege de media-aandacht, ter bescherming van hun cliënten. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen.

Wél heeft de voorzitter besloten dat het niet is toegestaan om deze verdachten te tekenen. De rechtbank heeft hiermee een uitzondering gemaakt op de Persrichtlijn om te voorkomen dat de gedwongen aanwezige verdachten het gezicht worden van dit proces tegen alle klanten.

De verantwoordelijkheid voor de media staat niet ter toetsing van de strafrechter. Wel kan de rechter bij de strafoplegging rekening houden met (grootschalige) media-aandacht. Media-aandacht leidt echter lang niet altijd tot strafvermindering. Er is geen beleid op dit gebied, het blijft een afweging van de rechter(s) die de zaak behandelen. De advocaten zullen naar voren moeten brengen dát, en wélk nadeel, een verdachte heeft ondervonden van de publiciteit.

Veroordeling Armin A.

Inmiddels is de hoofdverdachte, Armin A., door de rechtbank in Maastricht veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar voor mensenhandel, het aanzetten tot prostitutie van een minderjarige en wegens het onttrekken van een minderjarige aan het wettig over hem gesteld gezag.

De rechtbank heeft in de zaak van Armin A. bij de strafoplegging niet in strafverminderende zin meegewogen dat er veel media-aandacht is geweest voor de zaak (en de verdachte). Het gebeurt echter wel regelmatig dat strafvermindering wordt toegekend vanwege media-aandacht.

Veroordelingen klanten

Daarnaast is een verdachte vrijgesproken. De rechtbank deed vervroegd uitspraak vanwege de psychische gesteldheid van de verdachte. Hoewel de man wel bij het meisje was geweest was er volgens de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte seks had gehad met het minderjarige meisje.

Op 23 juli jongstleden heeft de rechtbank voorts uitspraak gedaan in twaalf zaken. In alle zaken komt de rechtbank tot een bewezenverklaring voor het plegen van ontucht met een 16-jarige prostituee. In tien van de twaalf zaken wordt een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf van één dag opgelegd, gekoppeld aan een fikse taakstraf.

Twee van de twaalf verdachten zijn tot deels (on)voorwaardelijke gevangenisstraffen van een aantal maanden veroordeeld. In hun zaken komt de rechtbank tot een hogere straf gelet op de maatschappelijke activiteiten die de verdachten in het dagelijks leven hebben.

Echter, in alle gevallen wordt rekening gehouden met het feit dat de zaak grote media-aandacht heeft gehad en de gevolgen die dit voor het persoonlijke leven van de verdachten en hun directe omgeving heeft (gehad), voor zover deze daarvan op de hoogte zijn gesteld.

De overige uitspraken volgen op 30 juli aanstaande, maar de verwachting is dat ook in deze zaken de rechtbank rekening zal houden met de media-aandacht die de strafzaak heeft gekregen en de gevolgen die dit voor de verdachten heeft gehad.

The post De Valkenburgse zedenzaak en de rol van de media in strafzaken appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

Crowdfunding is voor activisten eenvoudiger dan voor journalisten

De Nieuwe Reporter - vr, 24/07/2015 - 08:44

Chris Aalberts is met ThePostOnline bezig met crowdfunding om journalistiek onderzoek te doen naar de Europese Unie. Maar dat valt nog niet mee. Want wie zit er nou eigenlijk te wachten op onafhankelijke journalistiek over Europa? Mensen willen activisme!

In de maand juli doet ThePostOnline een poging drie journalistieke projecten te crowdfunden. U kunt de hele maand doneren aan Arnold Karskens, Wierd Duk en ondergetekende. Volgens ThePostOnline kunt u zo ‘echte onafhankelijke online journalistiek‘ financieren.

Maar met de ervaring van de afgelopen twee weken moet ik een kleine voetnoot plaatsen: bij veel onderwerpen zitten veel mensen helemaal niet op onafhankelijke journalistiek te wachten. Ze willen activisme.

In mijn geval vraag ik om geld voor onderzoek naar de Europese Unie. Het probleem bij dit thema laat zich raden: veel mensen denken allang te weten hoe de EU functioneert. Echt veel gelezen hebben deze mensen niet, maar ze ‘weten’ dat de EU een prachtig project is, vrede en welvaart brengt, dat er geen weg meer terug is en dat de democratie in de EU prima is gewaarborgd. Deze eurofielen vindt u met name bij een partij als D66, maar zeker ook bij GroenLinks, VVD, CDA en PvdA.

Kritische journalistiek

Zitten zulke mensen op kritische journalistiek over Europa te wachten? Journalistiek die bij zou kunnen dragen aan die zo gewenste ‘Europese democratie’?

Nee, want deze mensen weten dat journalistiek tot verhalen kan leiden die in hun ogen ‘niet waar’ zijn.

Over ambtenaren bijvoorbeeld die gaan bepalen wat democratie is of over Europarlementariërs die duiken voor de media omdat ze hun standpunten niet willen uitleggen. Die verhalen zijn volgens eurofielen ongewenst want ze vergroten de kritiek op de EU. Dat kan de bedoeling niet zijn.

Strikt genomen hebben eurofielen helemaal geen Europese journalistiek nodig. Er bestaat immers al voorlichting vanuit de Europese instellingen. Die kan de journalistiek vanuit eurofiel perspectief prima vervangen, want voorlichting biedt informatie over de EU, maar heeft niet het risico dat burgers op ongewenste ontwikkelingen of beslissingen worden gewezen.

Dit toont aan hoe eurofielen echt over de EU denken: Europa is zo mooi dat er zo min mogelijk over geschreven moet worden.

Eurosceptici

En dus moeten de donateurs van crowdfunding voor EU-berichtgeving vooral bij de critici van de EU gevonden worden. Filmmaker Peter Vlemmix heeft laten zien dat dit prima mogelijk is: hij maakte vorig jaar een film op basis van crowdfunding.

De film was een aaneenschakeling van negatieve feiten over de EU. Het klopte inhoudelijk allemaal, maar het was uiterst eenzijdig. Zo probeerde Vlemmix de kijkers wijs te maken dat de EU corrupt is op basis van één voorbeeld van vijftien jaar geleden. Maar ja, nuance, daar hadden de eurosceptische donateurs natuurlijk niet voor gedoneerd.

Eurosceptici zijn op dit punt net als eurofielen. Je moet hun mening reproduceren, dus in dit geval dat de EU corrupt, ondemocratisch, bureaucratisch, geldverslindend, welvaartsverminderend en conflictopwekkend is. Bij het Forum voor Democratie wil men alleen maar negatieve zaken over de EU horen. Als ik dat opschrijf, vergroot dat de kans een praatje te mogen houden en donaties te ontvangen.

Als ik wil dat GeenStijl een link opneemt naar mijn crowdfunding-site – wat ik ze niet heb gevraagd – is het niet slim op te schrijven dat Oekraïne geen EU-lid wordt, want daar heeft GeenStijl last van.

Allemaal in de echoput

Het probleem is in allerlei boeken al beschreven: burgers zitten steeds vaker in een echoput. Ze horen alleen hun eigen standpunten continu terug en gaan denken dat alleen die standpunten waarheid bevatten. Ze komen simpelweg niet meer met andere geluiden in contact en worden door bewust of onbewust informatie te selecteren nooit gedwongen hun standpunten te heroverwegen.

Als je al weet hoe het zit, heb je geen journalisten nodig. Je wilt dan voorlichters en activisten die jouw opinie met veel geschreeuw verspreiden. Alleen zo kun je iedereen die het met je oneens is overtuigen.

Dat kan niet met journalisten die gaan vertellen dat er nuance bestaat, dat de EU soms weleens iets goeds doet en soms iets slechts, dat misschien positieve en negatieve verhalen over de EU allebei waar kunnen zijn, dat de ene Europese instelling de andere niet is en ga zo maar door.

Als activist is het makkelijker crowdfunden dan als journalist. Maar we houden nog een paar dagen vol.

=====

In de maand juli organiseert ThePostOnline een crowdfunding-actie: stuur Chris Aalberts vanaf september naar Brussel om twee keer per week verslag te doen van Europese politiek. Je kunt ook bijdragen aan deze actie. Lees meer op ThePostOnline.

The post Crowdfunding is voor activisten eenvoudiger dan voor journalisten appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

Werken als journalist tegen een bezorgersloon

De Nieuwe Reporter - do, 23/07/2015 - 10:12

Werkervaringsplaatsen voor journalisten moeten we niet willen, meent journalist Theo Dersjant.  Hij vindt dat er iets moet worden gedaan aan het overschot aan jonge journalisten op de arbeidsmarkt. Ook de opleidingen zouden hun verantwoordelijkheid moeten nemen.

Van werkervaringsplaatsen – onlangs gesanctioneerd door de inspectie SZW – mag geen wonder verwacht worden, maar ze dragen voor individuele afgestudeerde hbo’ers journalistiek bij aan een beter beroepsperspectief. En dus is de vergoeding van 350 euro per maand voor 32 uur werken per week, geen uitbuiting. Dat is – kort door de bocht samengevat – het standpunt dat Marnix Kreyns (BDU) gister op DNR verwoordde. Daar valt nogal wat op af te dingen.

Klaar voor de arbeidsmarkt

Allereerst is het wonderbaarlijk dat het aanvankelijke ‘leertraject’ dat BDU afgestudeerde hbo’ers bood, helemaal uit het plan lijkt te zijn gesneden. Dat is ook begrijpelijk. Gemiddeld genomen zijn jonge journalisten die een opleiding (hbo of universiteit) journalistiek afrondden klaar voor de arbeidsmarkt. Ze hebben er twee stages (soms zelfs nog een extra ‘werkervaringsplaats’ tijdens de afstudeerfase) opzitten. De arbeidsmarkt alleen kunnen betreden als je bereid bent om eerst een tijd 350 euro per maand te verdienen, spoort daar niet mee.

De vraag is: wie helpt dit? Nieuwe arbeidsplaatsen worden er niet geschapen. De kans die de een (die een werkervaringstraject volgt) krijgt, gaat in mindering van de kans van een ander. De individuele beginnende journalist? Zeker! Maar de andere individuele journalist juist weer niet.

‘Race to the bottom’

Eerlijk is eerlijk. Als ik beginnend journalist was, zou ik misschien ook wel zo’n werkervaringsplaats overwegen. Alles voor een job, tenslotte. En misschien toont de bereidheid om voor 350 euro per maand te gaan werken wel aan hoe graag iemand tot het gilde wil toetreden.

Maar daarmee zijn werkervaringsplaatsen nog geen traject om te omarmen. Ze zijn eerder een exponent van de ‘race to the bottom’ die freelancers al langer aan den lijve ondervinden. Wat is de volgende stap in deze? Een jaar? Twee? Honderd euro per maand? Gratis werken? Werkervaring heb je immers nooit te veel. En waarom zou je als bedrijf een beginnend journalist nog een volwaardig salaris betalen als het blijkbaar ook voor 350 euro per maand kan? Is meteen een mooie (goedkope) proeftijd.

Dat gemeenten daar hun belastinggeld aan verbranden (zij betalen in sommige gevallen mee aan de werkervaringsplaatsen) is dan ook bedenkelijk. Als gezegd: werkervaringsplaatsen creëren geen arbeidsplaatsen. De kans van de een gaat ten koste van de kans van een ander. Er is alleen sprake van een herverdeling van arbeid.

Uit het lood geslagen arbeidsmarkt

Tot zover de verschillen van inzicht met de analyse van Marnix Kreyns. Dan de overeenkomsten.

Werkervaringsplaatsen zijn het gevolg van een totaal uit het lood geslagen arbeidsmarkt. In economische termen: daar waar sprake is van een overschot aan de factor arbeid en een tekort aan de factor kapitaal, zal de prijs van de factor arbeid dalen. Ook hier: vraag de freelancers er eens naar.

Rol van opleidingen

Voor dat overschot aan jonge journalisten zijn meerdere redenen. Maar een is er ongetwijfeld het gegeven dat de opleidingen geen gelijke tred hebben gehouden met de teruggang op de arbeidsmarkt. Ze leiden nog op alsof journalistiek ‘booming business’ is. En dat is het al lang niet meer. Ik sluit me dus aan bij het pleidooi van Marnix Kreyns om vooral ook naar die kant te kijken als het gaat om structurelere oplossingen dan het aanbieden van werkervaringsplaatsen.

Nou werk ik zelf op een journalistenopleiding. En weet dus dat de overgrote meerderheid van mijn journalistieke collega’s het evenzeer met Kreyns eens is: het mag wel een onsje minder. Sterker: in Tilburg is nog niet zo lang geleden een notitie van die strekking door de daar werkende journalisten aangenomen (inderdaad: met mogelijk gevolg dat er banen verloren gaan) en voorgelegd aan het management. Dat er vervolgens niet aan wil. Om tal van redenen. Het is een vrije markt. Onze afgestudeerden vinden doorgaans binnen een half jaar een baan (niet altijd in de journalistiek, maar moet dat dan?).

Bovendien moet je geen marktaandeel (in dergelijke termen wordt in onderwijsland gesproken) laten liggen als je niet weet of een andere opleiding niet in het ontstane gat schiet. Zelfs het verzoek om dan tenminste met de andere hbo-opleidingen journalistiek een gesprek aan te gaan over de vraag of er samen en gefaseerd een stapje terug kan worden gedaan, viel niet in vruchtbare aarde.

‘Entrepreneurship’

En dus zetten journalistenopleidingen op dit moment zwaar in op ‘entrepreneurship’, terwijl ze het tegelijkertijd die toekomstige ondernemer bijkans onmogelijk maken te overleven op een arbeidsmarkt die is overspoeld door ‘entrepreneurs’.

Als er in mijn kleine provinciestadje veertig banketbakkers zitten, is het nauwelijks een oplossing om die banketbakkers een cursus ‘creatief ondernemen’ aan te bieden. Linksom of rechtsom zullen 35 banketbakkers het namelijk niet overleven omdat er niet meer geld in het systeem komt. Misschien dat door de cursus ANDERE banketbakkers overleven. En intussen daalt de prijs voor gebak dramatisch.

De positieve kant (die is er namelijk ook) van deze ‘ratrace’: alleen de allerbesten (Darwin zegt: ‘the fittest’) zullen overleven. Media gedijen daarbij. Kunnen kiezen uit een stuwmeer aan jonge, talentvolle journalisten. Het gebak wordt er – kortom – niet minder van.

Het bezorgen van kranten

Marnix Kreyns, intussen, kan ik wel begrijpen. Als het van de inspectie mag, moet je als ondernemer de kans niet laten lopen. Voor de afgestudeerde die hierin stapt en dolgraag een serieuze job in de journalistiek wil, is dit eveneens logisch (een enquête onder hen zegt me dan ook niets).

Maar het blijft slecht voelen: 128 uur per maand werken voor een uurloon van 2,73 euro, terwijl je je beroepsopleiding al hebt afgerond. Ter vergelijking: het bezorgen van kranten betaalt per gewerkt uur bijna het dubbele.

The post Werken als journalist tegen een bezorgersloon appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

Smartphone detecteert depressie: kritiekloze journalistiek over nietszeggend wetenschappelijk onderzoek

De Nieuwe Reporter - wo, 22/07/2015 - 21:20

Kan een smartphone vaststellen of zijn eigenaar depressief is? Diverse media meldden dat dat inderdaad het geval is. Ze deden dat op basis van een wetenschappelijk onderzoek. Ten onrechte, stelt voormalig huisarts Wim Jongejan.

Half juli publiceerden wetenschappers van de North Western University in Illinois (USA) in het hier niet al te bekende Journal of Medical Internet Research de resultaten van een onderzoek naar de mate waarin het gebruik van een smartphone het hebben van een depressie bij de eigenaar kan aangeven.

Met koppen als: Can your smartphone tell you have a depression en Phone app can identify behaviors linked to depression, study shows komen grote en kleine nieuwsstations in de Verenigde Staten met dit nieuws.

Ook Nederlandse nieuwsmedia nemen het gretig over. Even met Google zoeken met de termen “smartphone” en “depressie” levert veel hits op. Bijvoorbeeld:

Het lijkt wonderbaarlijk dat gebruiksparameters van een smartphone iets over de geestelijke gesteldheid van de bezitter kunnen zeggen. Bij nadere bestudering van de studie blijkt de vlag de lading niet te dekken. Het verhaal rammelt aan alle kanten.

Het onderzoek

In het artikel wordt gemeld dat een app ontwikkeld was, genaamd Purple Robot, die het gebruik van de verschillende functies van een smartphone registreerde en ook de locatiegegevens van de smartphone vastlegde.

40 personen deden mee, waarvan er 28 gedurende twee weken voldoende data voor analyse genereerden. Die 28 werden weer in twee groepen van 14 verdeeld op basis van hun score op een depressie-scoringslijst, de PHQ-9.

De onderzoekers concludeerden op basis van de locatie- en gebruiksgegevens van mensen uit beide groepen dat ze met 87% zekerheid konden inschatten of de eigenaar van de smartphone een depressie had. Mensen met een depressie zouden in dit onderzoek gemiddeld 68 minuten per dag hun smartphone gebruiken en niet depressieven 17 minuten. Depressieven zouden gemiddeld minder van locatie wisselen per dag dan hun tegenhangers.

Het onderzoek zou volgens de auteurs mogelijkheden openen om continu populaties te monitoren die “at risk” zijn en interventies mogelijk maken als de psychische situatie van mensen verslechtert. Eén van de auteurs meldt trots dat het nu mogelijk is passief vast te stellen of iemand depressieve symptomen heeft zonder hem vragen te stellen.

Kritiek

Op het artikel is heel veel af te dingen omdat het methodologisch van geen kant klopt. In vrijwel geen enkel artikel in de nieuwsmedia is enig woord van kritiek te vinden. Toch is er gelukkig één helder artikel op de website van de National Health Service in het Verenigd Koninkrijk te vinden dat gehakt maakt van deze studie.

Hier de kritiekpunten op een rij:

  • In de eerste plaats is het goed om vast te stellen dat het om een observationele studie gaat en niet om een gerandomiseerde gecontroleerde trial.
  • Daarnaast is een groep van 28 personen die ook nog in tweeën gedeeld wordt  wel heel erg klein.
  • Bovendien was de verdeling man/vrouw ongelijk (20 mannen en 8 vrouwen), waarbij de verdeling in de subgroepen niet vermeld wordt.
  • De subgroepen zijn verder niet gematched voor factoren als: het verder hebben van enige ziekte, voor leeftijd, voor het wel of niet werkloos zijn en andere relevante factoren.
  • Ook is niet bekend of er bij de deelnemers niet sprake was van enig ander geestelijk lijden.
  • Het hebben van depressieve symptomen werd uitsluitend vastgelegd op basis van het invullen van de Personal Health Questionaire-9, zonder enig gesprek of onderzoek door een psychiater. Het vreemde is dat de PHQ-9 een score-mogelijkheid heeft op een schaal van drie, terwijl één van de auteurs spreekt over het scoren op een schaal van tien.
  • Tenslotte gaat de studie er vanuit dat alle deelnemers continu hun smartphone bij zich hadden. Controle daarop vond niet plaats.

De auteur van het kritische stuk raadt daarom terecht aan weinig waarde te hechten aan de publicatie en adviseert bij een herhaling van dit onderzoek een groter aantal deelnemers te nemen en de studie veel beter op te zetten.

Kritiekloos

De vraag is waarom zoveel nieuwsmedia op de gewraakte publicatie gedoken zijn. Het is te verklaren door de fascinatie voor techniek en voor de fascinatie voor het trekken van conclusies uit big data. Het is griezelig om te zien hoe kritiekloos een dergelijk artikel overal in de media overgenomen wordt terwijl er ernstige methodologische bezwaren aan kleven.

De auteurs van het artikel hadden toestemming van de deelnemers aan het onderzoek om hun telefoon te monitoren, maar het zou volgens dit onderzoek in de toekomst mogelijk worden om op basis van metadata van smartphones de psychische gesteldheid van mensen vast te stellen, zonder hun toestemming.

Nergens realiseert men zich dat als de these zou kloppen, de zo te verkrijgen informatie zeer veel interesse zou hebben van verzekeraars, werkgevers, overheidsdiensten, etc. Vanwege de assumptie dat depressieve mensen kunnen neigen tot (zelf)destructie zouden inlichtingendiensten ook geïnteresseerd kunnen zijn.

In elk geval kan geconcludeerd worden dat het gewraakte artikel ten onrechte leidde tot een mediahype.

 Dit artikel is eerder gepubliceerd op zorgictzorgen.nl.

The post Smartphone detecteert depressie: kritiekloze journalistiek over nietszeggend wetenschappelijk onderzoek appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

EUROVISION ACADEMY Master Class: What News for what audience?

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 16:01
[Switzerland] - This masterclass with help professionals understand the motivation of the news consumers. For anyone working in news production, it is essential to be aware of the audience and what motivates them to consume the news. Because in these fast changing times, you can best keep up with the evolving techniques by looking at how people are using them.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

The 15th International Symposium on Online Journalism

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 16:01
[USA] - The International Symposium on Online Journalism at the University of Texas at Austin delivers a unique and rich repository of information on the progress of Online Journalism, with comments and insights from professionals and scholars who have been working on the frontlines.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

7th Digital Innovators’ Summit

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 16:01
[Germany] - The Digital Innovators’ Summit is an annual international digital media conference designed to bring together senior executives from content businesses, technology innovators and solution providers to understand emerging trends, share innovative ideas and solutions, see new relevant technologies and network.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

BBC Academy’s Women in Radio

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 16:01
[United Kingdom] - The BBC Academy in conjunction with BBC Local Radio is holding two further awareness days for women who are interested in presenting on BBC Local Radio in England.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

The 4th International Conference on M4D Mobile Communication for Development

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 16:01
[Senegal] - The conference is the fourth in the M4D biennial series following the inaugural conference in Karlstad, Sweden in 2008. The 2nd conference was in Kampala, Uganda in 2010 and the 3rd in New Delhi, India in 2012. M4D2014 aims to provide a forum for researchers, practitioners and all those with interests in the use, evaluation, and theorizing of Mobile Communication for Development.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

International Journalism Festival

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 16:01
[Italy] - The annual Perugia International Journalism Festival is the leading journalism event in Italy. It is an open invitation to listen to and network with the best of world journalism. The leitmotiv is one of informality and accessibility, designed to appeal to journalists, aspiring journalists and those interested in the role of the media in society. Simultaneous translation into English and Italian is provided. The festival is open to the public free of charge.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

Jacques Gevers est décédé à 63 ans

Le Fonds pour le journalisme - di, 11/09/2012 - 09:34
Il faisait partie du jury du Fonds pour le journalisme C'est avec une grande tristesse que nous avons appris, lundi, le décès de Jacques Gevers, âgé de 63 ans. Au terme d'une carrière remarquée, d'abord comme journaliste puis comme rédacteur en chef et enfin comme directeur de la rédaction au Vif/L'Express, Jacques était toujours actif dans le monde des médias. Depuis la création du Fonds pour le journalisme, en 2009, il faisait partie du jury qui sélectionne les projets journalistiques d'enquête. C'est toujours avec une grande gentillesse et une ouverture d'esprit remarquable qu'il analysait les projets des journalistes. Le grand reportage, l'enquête et l'investigation le passionnaient. Jacques appréciait le dynamisme des jeunes journalistes, il aimait les voir se lancer dans des projets ambitieux, et il voulait les encourager avec les bourses attribuées par le Fonds.
Mercredi 5 septembre, alors que se préparait une nouvelle délibération du Fonds, Jacques a été victime d'un accident vasculaire cérébral (AVC). Hospitalisé depuis lors dans un état critique, il est décédé lundi.
Toutes nos pensées vont à sa famille et à ses proches.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

44.124 Eur pour vos enquêtes

Le Fonds pour le journalisme - vr, 07/09/2012 - 12:15
L'échéance du 15 septembre approche à grand pas. Envoyez vos projets. Le Fonds pour le journalisme dispose de 44.124 euros pour son 12e appel à projets. Ceux-ci doivent être rentrés au plus tard le 15 septembre à minuit via le formulaire d'inscription en ligne. Le secrétariat du Fonds peut vous aider à boucler vos dossiers. Ne tardez pas. Et veillez à rencontrer tous les critères mentionnés sur le site du Fonds et dans son règlement général.
Categorieën: Aanbevolen door FPD
""