FPD STEUN ONS
 

Sponsored: 64% off Code Black Drone with HD Camera

Fonds Pascal Decroos Delicious - 7 min 8 sec geleden
Our #1 Best-Selling Drone--Meet the Dark Night of the Sky!
Categorieën: Aanbevolen door FPD

GEN Summit 2016

EJC Events Calender - 7 min 8 sec geleden
[Austria] - The GEN Summit 2016 will gather over 600 international editors­in­chief and media experts in Vienna, Austria next June to tackle "The Rise of Platform­Driven News". Speakers from CNN, Twitter, The Washington Post, Mashable, NBC News, and many more will present a variety of thought­ provoking sessions identifying real media solutions.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

EUROVISION ACADEMY Master Class: What News for what audience?

EJC Events Calender - 7 min 8 sec geleden
[Switzerland] - This masterclass with help professionals understand the motivation of the news consumers. For anyone working in news production, it is essential to be aware of the audience and what motivates them to consume the news. Because in these fast changing times, you can best keep up with the evolving techniques by looking at how people are using them.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

The 15th International Symposium on Online Journalism

EJC Events Calender - 7 min 8 sec geleden
[USA] - The International Symposium on Online Journalism at the University of Texas at Austin delivers a unique and rich repository of information on the progress of Online Journalism, with comments and insights from professionals and scholars who have been working on the frontlines.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

7th Digital Innovators’ Summit

EJC Events Calender - 7 min 8 sec geleden
[Germany] - The Digital Innovators’ Summit is an annual international digital media conference designed to bring together senior executives from content businesses, technology innovators and solution providers to understand emerging trends, share innovative ideas and solutions, see new relevant technologies and network.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

BBC Academy’s Women in Radio

EJC Events Calender - 7 min 8 sec geleden
[United Kingdom] - The BBC Academy in conjunction with BBC Local Radio is holding two further awareness days for women who are interested in presenting on BBC Local Radio in England.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

The 4th International Conference on M4D Mobile Communication for Development

EJC Events Calender - 7 min 8 sec geleden
[Senegal] - The conference is the fourth in the M4D biennial series following the inaugural conference in Karlstad, Sweden in 2008. The 2nd conference was in Kampala, Uganda in 2010 and the 3rd in New Delhi, India in 2012. M4D2014 aims to provide a forum for researchers, practitioners and all those with interests in the use, evaluation, and theorizing of Mobile Communication for Development.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

International Journalism Festival

EJC Events Calender - 7 min 8 sec geleden
[Italy] - The annual Perugia International Journalism Festival is the leading journalism event in Italy. It is an open invitation to listen to and network with the best of world journalism. The leitmotiv is one of informality and accessibility, designed to appeal to journalists, aspiring journalists and those interested in the role of the media in society. Simultaneous translation into English and Italian is provided. The festival is open to the public free of charge.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

Heeft journalistieke objectiviteit zijn langste tijd gehad?

De Nieuwe Reporter - 31 min 39 sec geleden

‘Om er maar even vanaf te zijn’, opent Charlie Beckett de discussie in Hotel Brufani: ‘Laten we het er om te beginnen over eens worden dat objectiviteit in pure vorm niet bestaat en nooit bestaan heeft.’ Op het International Journalism Festival in Perugia wordt vandaag gediscussieerd over het vermeende einde van de objectiviteit, of wat er nog voor door moet gaan.

Beckett werkte vroeger voor de BBC, staat tegenwoordig aan het hoofd van een onderwijsdenktank genaamd Polis en heeft daarnaast een zetel in de House of Commons, het beste te omschrijven als de Britse versie van de Tweede Kamer. Objectiviteit is volgens hem de laatste jaren in het gedrang geraakt mede door onder andere toedoen van sociale media. Is dat erg? Niet per se, maar het brengt veranderingen met zich mee, niet alleen op hoe journalisten te werk gaan, maar ook hoe nieuwsgebruikers omgaan met de media.

‘Als je kijkt naar de gebeurtenissen in Brussel en de Panama Papers, dan zien we een duidelijke rol voor Facebook en Twitter. Gebruikers lezen het nieuws op een veel persoonlijkere manier en dragen het ook op die manier uit. Hoeveel mensen ken je die op Facebook een artikel delen met daarbij de mededeling het er compleet mee eens te zijn. Subjectieve journalistiek wordt ingezet om bij te dragen aan de online persoonlijkheid van de nieuwsgebruiker.’

Beckett geeft de media een hele nieuwe rol, namelijk een onderdeel van de persoonlijkheid van mensen. Net zoals je in verkiezingstijd een goede speech deelt van de lijsttrekker van de partij van je voorkeur, kun je een artikel over de slechte behandeling van vluchtelingen op je tijdlijn plaatsen om aan te geven dat je solidair bent met asielzoekers. Retweets don’t mean endorsement, or do they?

Van objectiviteit naar transparantie

Dan Gillmor heeft de objectieve journalistiek al zo’n tien jaar geleden losgelaten. ‘Het leek me toen al een goed idee om de heilige eenhoorn genaamd objectiviteit te laten gaan.’ Gillmor is professor digitale media aan de Walter Cronkite School of Journalism.

‘De belangrijkste kernwaarden van de journalistiek zijn daarmee niet ten onder gegaan. Er zal geen journalist zijn die zich uitspreekt tegen doortastendheid, onafhankelijkheid of de juistheid van feiten. Wat betreft objectiviteit denk ik dat die plaats heeft moeten maken voor een veel belangrijker en modernere waarde, namelijk transparantie. Dat maakt me geen tegenstander van feitelijkheid of neutraliteit, maar het opschrijven van notities is geen journalistiek. Dat is misbruik maken van zogenaamde objectiviteit om je lui te gedragen als journalist.’

De journalist als activist

In een andere discussie waar Gillmor aan deelneemt, poneert hij zijn mening iets stelliger. ‘Journalisten moeten per definitie activisten zijn. Het is waardeloos om bij het schrijven van een artikel te doen alsof je zelf geen mening hebt. Als je geen activist bent, kun je ook geen journalist zijn.’

De journalistiek bestaat dus bij de gratie van subjectiviteit. Feiten zijn nuttig, maar zonder context ook onvolledig. Het is volgens Gillmor de interpretatie van de feiten die maakt dat journalistiek waarde heeft.

Hij krijgt bijval van Mathew Ingram, senior writer voor Fortune Magazine. ‘Objectiviteit is een inhoudsloze term geworden die geen enkel doel meer dient. We moeten achter de term kijken en proberen uit te vinden wat de goede en slechte kanten zijn van objectiviteit. Daarnaast is het natuurlijk geen binair systeem waarin je of helemaal objectief bent of helemaal niet. Het is rommelig, het is menselijk, het kan niet worden opgedeeld in categorieën. Men zou zich te allen tijde bewust moeten zijn van waar bepaalde informatie vandaan komt. Persoonlijk wil ik graag iedere dag iets anders lezen, over het ene onderwerp wil ik van begin tot eind de feiten kennen, over andere onderwerpen wil ik graag meeleven met iemand die het zelf heeft meegemaakt. Totale subjectiviteit van iemand die heeft gedemonstreerd op het Tahrirplein of erbij was in Brussel. Waar zoeken we naar en waar komt het vandaan. Wees je bewust van wat je aan het lezen bent, en door wie het is geschreven. Op die manier kan een lezer makkelijker feiten en meningen van elkaar onderscheiden, dat zou voor journalisten nog steeds vanzelfsprekend moeten zijn.’

Wat er niet wordt gepubliceerd

‘Ik ben een moslim en ik drink wijn, doe ermee wat je wilt.’ Uiterst links aan de lange tafel zit Yasmin Alibhai-Brown, eind jaren veertig geboren in Oeganda. Ze verhuisde naar Engeland om te studeren aan Oxford en werkt inmiddels als columnist voor The Independent en The London Evening Standard.

‘Ik ben het wat bewustzijn betreft eens met Matthew, maar je komt er pas écht achter hoe objectief de media zijn als je kijkt naar wat er níet is gepubliceerd. Ieder uur worden moslims vermoord in het Oosten, waar blijven de grote verhalen over de misdaden van Saudi-Arabië? Ik zie nog niemand hierover publiceren. De oorlog in Irak kostte meer levens dan Saddam Hussein, Assad heeft meer mensen vermoord dan Isis. Allemaal onvertelde verhalen, en waarom? Omdat het ongemakkelijk is voor mensen om te lezen?’

‘Als ik als journalist een nieuwsbericht schrijf over Isis, volstaat het dan om te zeggen hoeveel mensen er zijn vermoord, hoeveel standbeelden de terroristen hebben omgehaald? Zou de lezer niet moeten weten dat ik een moslim ben, zouden mensen niet moeten weten wat het met mij als persoon doet om deze dingen te horen? Ik ben net zomin bevriend met terrorisme als ieder ander in deze zaal, maar mijn geloof wordt bij tijden als misdadig neergezet. Als mijn lezers niet weten wat mijn achtergrond is heeft een artikel een totaal andere impact.’

Volgens Alibhai-Brown ligt een deel van het probleem bij loyaliteit. Loyaliteit aan een land of Europese Unie. ‘Niet eens loyaal aan familie – as my ex-husband will tell you. Om een voorbeeld te noemen: ik denk dat de BBC door de aanstelling van een conservatieve regering daadwerkelijk van richting is veranderd. Wat dat betreft is transparantie misschien net zo kansloos als objectiviteit. Als mensen de relaties tussen media en hun sponsoren kennen kan dat in plaats van vertrouwen ook cynisme opleveren.

Minder emotie, meer analyse

Anna Masera is redactrice van La Stampa. Het Italiaanse dagblad is sinds 1926 voor honderd procent in handen van FIAT, dus over objectiviteit en onafhankelijkheid kunnen de andere panelleden nog een boompje opzetten. Volgens Masera zelf is het geen probleem om te worden gesponsord zolang de afspraken duidelijk zijn, ook voor het publiek. Je hoeft daar volgens haar geen geloofwaardigheid mee te verliezen.

‘Ik ben het trouwens niet met je eens dat er geen verhalen over bijvoorbeeld de moorden in het Midden-Oosten worden gemaakt. Wat ik zie is dat de kranten gewoonweg niet meer worden gelezen zoals vroeger. Eigenlijk zouden mensen eens moeten weten wat het allemaal kost om bijvoorbeeld een artikel over een oorlogssituatie te maken. Het kost bakken met geld en een journalist die zijn leven op het spel zet om u dit nieuws te brengen.’

‘Daarnaast denk ik dat er behoefte is aan minder emotionele journalistiek en meer gedegen analyse. Persoonlijk kan ik de emotionele verhalen naar aanleiding van terrorisme niet meer zo goed hebben, ik verwacht van journalisten dat ze helder van geest blijven, ook tijdens een crisis. Ik wil begrijpen wat er aan de hand is en dan kan ik geen journalist gebruiken die schrijft vanuit een geschokt en medelijdend oogpunt.’

Verwarring zonder context

Beckett kijkt de zaal in. ‘Hoeveel mensen hier zijn dagelijks in de war van de hoeveelheid bronnen en informatie waarmee ze geconfronteerd worden op sociale media?’ Twee handenvol handen gaan de lucht in. ‘Wees eerlijk.’

Ingram neemt het woord: ‘Dat komt denk ik grotendeels doordat het nieuws uit de originele context wordt getrokken. Journalisten moeten ervoor waken niet uit de bocht te vliegen in een tweet of Facebookpost, onderzoek wijst namelijk uit dat verreweg de meeste mensen helemaal niet doorklikken. Het is goed om achter je link nuttige en controleerbare informatie te zetten, maar de behoefte aan transparantie bestaat ook aan de voordeur, zoals op Twitter.’

Of er vragen uit het publiek zijn? Zo’n tiental mensen staat op of steekt een hand op. De meest in het oog springende opmerking komt van de hand van een BBC-redacteur met de voornaam John. ‘Jullie zullen me dan vast een naïeveling vinden, maar het is denk ik een luxe om deze discussie over objectiviteit te kunnen voeren. Kijk eens naar Moskou of China, je komt erachter wat objectiviteit betekent voor media zodra het er niet is. In Rusland heb je simpelweg de vrijheid niet om vrij te publiceren. Objectiviteit en onafhankelijkheid zijn beginselen voor kwaliteitsjournalistiek. Ik heb niemand van jullie de objectiviteit horen verdedigen en persoonlijk vind ik dat deze specifieke waarde meer verdient dan dat.’

Is objectiviteit dood?

Beckett glimlacht de zaal in. ‘Dank voor uw opmerking, ik snap het punt, objectiviteit blijft voor veel journalisten een nastrevenswaardig principe, en dat verdient respect, maar ik wil u er ook op wijzen dat objectiviteit en onafhankelijkheid niet hetzelfde zijn. Hoewel de objectiviteit niet meer in de eerste plaats lijkt te komen, kunnen we alsnog vaststellen dat het – hoe voorspelbaar – per geval zal verschillen.’

Resumé, waar staan we nu eigenlijk wat betreft journalistieke objectiviteit? Dood? Dat durft nog niemand hardop uit te spreken. Er valt heel wat af te dingen op het begrip, maar zolang er journalisten of gebruikers zijn die geloven in het nut ervan kun je stellen dat objectiviteit een doel dient, zonder daarmee dwaas of naïef te zijn. Verwarring veroorzaken onder nieuwsgebruikers kan niet de bedoeling zijn, net zoals men niet van iedere gebruiker kan verwachten zich steeds opnieuw af te vragen wat hij leest en waar het vandaan komt.

Transparantie wordt steeds aangestipt als belangrijke – en relatief nieuwe – nieuwswaarde, maar is nog lang niet vanzelfsprekend. Er is misschien een toenemende behoefte aan morele duiding, maar het is tegelijkertijd onverminderd belangrijk om feiten en meningen uit elkaar te houden. Gezien men liever geen oude schoenen weggooit voor er nieuwe zijn gekocht is het te vroeg om de objectiviteit definitief af te schrijven. En daarbij: wellicht voeren we over nog eens tien jaar een discussie over het einde der onafhankelijkheid of transparantie.

The post Heeft journalistieke objectiviteit zijn langste tijd gehad? appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

“Er zijn zo ontzettend veel visualisaties die niet duidelijk genoeg zijn”

De Nieuwe Reporter - vr, 29/04/2016 - 11:53

Juan Velasco (USA) was art director van National Geographic Magazine en van de New York Times. In juni verzorgt hij een tweedaagse training voor Graphic Hunters in Amsterdam met als titel Information Graphics For Print And Online. Juan Velasco: ”Het is belangrijk om te onthouden dat een goede visualisatie niet bedoeld is om iets te vereenvoudigen. Het is om iets duidelijk te maken.”

Wat is de kracht van een goede visualisatie? Op welke wijze kan een visualisatie helpen om iets inzichtelijk te maken?

“We leven in het tijdperk van big data. Alles wordt gemeten en gekwantificeerd. Er is steeds meer ongefilterde informatie beschikbaar voor steeds meer mensen. Maar de belangrijke boodschappen zitten vaak verborgen in deze hoeveelheid informatie. Een goede visualisatie maakt complexe informatie begrijpelijk door het te analyseren, bewerken en presenteren. Ideeën en trends die verborgen zaten in datagegevens of achter grote hoeveelheden tekst, kun je hierdoor sneller begrijpen.”

Ik heb gelezen dat iemand een visualisatie binnen enkele seconden moet kunnen begrijpen, anderen zeggen juist dat je de tijd moet nemen om visualisaties te verkennen. Wat is jouw mening hierover?

“Beide zijn goede punten. Een visualisatie is succesvol als de boodschap duidelijk te begrijpen is. De snelheid om iets duidelijk te maken is dan essentieel. Als de boodschap wordt vertroebeld door te veel complexiteit of gewoon een slecht ontwerp, zullen de meeste lezers afhaken. En terecht. Het is belangrijk te onthouden dat de rol van een goede visualisatie niet is om te vereenvoudigen. Het is om te verduidelijken. En verduidelijking van informatie betekent in sommige gevallen dat er gekozen moet worden voor meer complexiteit. Er zijn verhalen die meer tijd nodig hebben om ze te begrijpen. Als we visualisaties te veel versimpelen, verliezen we kritische informatie of een zekere nuance, en zijn we niet meer in staat om het verhaal goed te vertellen.”

“Maar hoe harder de lezer moet werken om de visualisatie te begrijpen, hoe hoger het rendement moet zijn. Een visualisatie die enige tijd nodig heeft om te begrijpen is alleen gerechtvaardigd als het de lezer een uitzonderlijk inzicht brengt.”

Wat is de belangrijkste vraag die men moet stellen voordat er begonnen wordt met het visualiseren van data of informatie?

“Heb ik genoeg data? Heb ik voldoende onderzoek gedaan om de informatie te begrijpen en om het om een volledige, juiste en onbevooroordeelde manier te presenteren? Maar ook: Wat is het belangrijkste doel en de boodschap die moet worden gecommuniceerd? Zal het visualiseren ervan  meer duidelijkheid en inzicht geven dan als we het verhaal op een andere manier vertellen? Welke relevante informatie zetten we voor de lezer in context?”

Wat is de rol van ontwerp in een visualisatie?

“De boodschap is het belangrijkste. Het ontwerp en de esthetiek zijn slechts een hulpmiddel om een visualisatie duidelijk en aansprekend te maken. Maar als deze hulpmiddelen niet goed werken, zal de visualisatie compleet mislukken. Design tools zoals kleur, typografie en hiërarchie, helpen ons om datavisualisaties te begrijpen. Een goed ontwerp betekent dat je rekening houdt met hoe je doelgroep visuele informatie waarneemt, verwerkt en begrijpt. Het is altijd goed om vast te houden aan de basisbeginselen van visuele presentatie.”

Wat is vaak de grootste fout die gemaakt wordt in visualisaties?

“Een gebrek aan duidelijkheid. Er zijn zo ontzettend veel visualisaties die niet duidelijk genoeg zijn, ongeacht hoe eenvoudig of complex het onderwerp is. Deze onduidelijkheid kan ontstaan in verschillende stadia van het proces. Het ontbreken van een duidelijke focus, waardoor er teveel wordt geprobeerd om uit te leggen. Het toevoegen van overbodige of verwarrende elementen in de ontwerpfase. Een slechte kleur, onduidelijke hiërarchie of een verwarrende structuur kan alles verpesten in een visualisatie. Maar ook het ontbreken van een duidelijke verhaallijn of context voor de lezer.”

Je hebt heel wat bekroonde infographics gemaakt. Wat is het geheim van het maken van een goede visualisatie?

“Graphics zijn nodig voor de lezers om informatie beter te begrijpen. Wees duidelijk, helder en accuraat. Vanuit deze basis is er grote ruimte voor creativiteit, innovatie en schoonheid. Dus voel je vrij om te experimenteren, maar laat je niet verleiden door trends en lawaai. Laat je werk aan verschillende personen zien voordat je het publiceert en luister goed naar hun kritiek. Ontdek je eigen visuele taal en geniet van je pogingen om je vaardigheden te verfijnen.”

Welke lessen wil je dat de deelnemers naar huis nemen na de training?

“Infographics en datavisualisaties zijn unieke talen die ons helpen om moeilijke of grote hoeveelheden informatie uit te leggen. Ze zijn fascinerend, omdat je enerzijds moet streven naar een boeiende en mooie vormgeving, terwijl je tegelijkertijd de beperking hebt om de boodschap duidelijk over te brengen. Datavisualisatie is geen decoratie, maar is van belang om te informeren. Als je vooral gefascineerd bent door het ontwerp, maar niet geïnteresseerd in de journalistieke kant, de data, het onderzoek en de verhalen, geniet je er minder van.”

“Het is belangrijk om de regels te kennen: wat werkt wel en wat juist niet? Welke soorten grafieken, tabellen en kaarten zijn niet toereikend of gewoon fout? Op welke manier is er interactie van de lezer met een print of online visualisatie? Wat zijn de best practices? Hoe maak je visuele keuzes? Het is ook belangrijk om je te laten inspireren door werk van anderen, en je bewust te zijn van de vele middelen die beschikbaar zijn om jezelf te verbeteren en te inspireren. Ik hoop dat we al deze punten in de training behandelen!”

De training Information Graphics For Print And Online staat gepland op 15 en 16 juni 2016 in Amsterdam. Enthousiast geworden over deze training? Kijk voor meer informatie op de website van Graphic Hunters.

The post “Er zijn zo ontzettend veel visualisaties die niet duidelijk genoeg zijn” appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

“Het werkt niet als je een visualisatie over de schutting gooit”

De Nieuwe Reporter - do, 28/04/2016 - 20:46

Jan Willem Tulp werkt onder de naam Tulp Interactive als data experience designer, en maakt datavisualisaties voor media en bedrijven. Dinsdag 10 mei spreekt hij tijdens de Infographicsavond in Pakhuis de Zwijger: “Samenwerken aan één visualisatie lijkt me een uitdaging.”

“Online visualisaties zijn, denk ik, de toekomst; je ziet ze steeds meer. Er worden veel mooie dingen gemaakt. Mijn inspiratie vind ik online, bijvoorbeeld bij The New York Times en The Washington Post. Een andere trend is het toenemende gebruik van webGL: dat betekent dat je gebruik maakt van de grafische processor van je computer. Daardoor kun je meer dingen doen in de browser en hele snelle, high performance visualisaties maken. Wat dat betreft verandert online heel snel. Het bijhouden van die ontwikkelingen en steeds moeten blijven leren, vind ik erg leuk.”

Tulp Interactive

“Ik werk nu vijf jaar voor mezelf. Al die tijd heb ik visualisatie projecten gedaan – voor het grootste gedeelte online. Mijn werk bestaat voor een gedeelte uit print visualisaties voor bijvoorbeeld tijdschriften zoals Scientific American. Vaak werk ik die print visualisaties later uit tot een interactieve visualisatie voor online – zo zijn offline en online met elkaar verbonden. Verder maak ik veel visualisaties die inzichten communiceren. Soms lever ik ook visuele analyse tools op maat. Die tools helpen mijn klanten bij het vinden van inzichten in een dataset. Ze zijn niet publiek beschikbaar, maar wel gebaseerd op het web.”

Visualisatie voor Scientific American over de verschillen in hersenactiviteit bij muizen en mensen, door Jan Willem Tulp.

Online samenwerken

“Voor een goede samenwerking moet je blijven communiceren, dat is essentieel. Specifiek voor visualisaties is mijn ervaring dat het lastig is om het werken aan een visualisatie op te splitsen. Als ik samenwerk is er iemand bijvoorbeeld database specialist, een ander webdesigner en maak ik de visualisaties. Als ik met meerdere personen aan visualisaties werk, dan verdelen we de visualisaties: ‘Jij werkt aan deze, en ik maak die.’ Uiteraard moet je ook dan blijven overleggen. En soms kun je dingen van de ander hergebruiken.”

“Maar echt samen aan één visualisatie werken lijkt me een uitdaging: wanneer ik werk, wissel ik constant tussen de data, tech, en code. Dat is niet te splitsen. Maar ik kan me voorstellen dat als je samen aan visualisaties werkt, het voor problemen kan zorgen als je niet op hetzelfde niveau zit. Communicatie is essentieel.”

Offline samenwerken

“Voor print werk ik zelden samen; die projecten zijn over het algemeen wat kleiner. Hoewel je het contact dat ik met de klant heb misschien ook wel een samenwerking kunt noemen. Zo heb ik bijvoorbeeld bij Scientific American direct contact met de art director. Met haar spar ik dan: ‘Gaat dit de goede kant op? Sluit dit aan bij wat er gecommuniceerd moet worden?’ Maar ik heb alleen met haar contact, en heb niet zoveel te maken met de lay-out of het verhaal dat erom heen wordt geschreven.”

“De art director is de buffer tussen alle partijen. Dit werkt eigenlijk heel goed: ze is goed op de hoogte van wat er nog meer speelt. Bovendien zit de redactie van het blad in New York: communicatie met meerdere personen is daardoor sowieso lastiger. En zij hebben intern overleg over de volgende uitgave, waarbij ze bepalen wat ze gaan doen en welke artikelen ze willen publiceren. Daarna zoeken ze er iemand bij: ‘Hier willen we een datavisualisatie hebben, laten we Jan Willem inschakelen.’ Dan is dus al besloten welk verhaal ze in welke stijl willen vertellen.”

Ervaren klanten

“Ik heb best veel klanten in het buitenland, die niet allemaal gewend zijn om visualisaties te maken. Soms is het makkelijk als je klant in Nederland is. Dan kun je mensen er doorheen praten als ze geen ervaring met visualisaties hebben. In het verleden heb ik een klant op afstand gehad die mijn werk moesten beoordelen, maar daar nog niet vaardig genoeg in waren. Dan is het lastig om feedback te interpreteren.”

“Je moet goed weten of klanten voldoende bekend zijn met visualisatieprojecten. Als dat niet zo is, dan vergt dat meer communicatie. Het werkt niet als je iets over de schutting gooit, en daarna loslaat. Dat kan tot de verkeerde conclusies leiden en dat verstoort het proces. Ik probeer er daarom in een vroeg stadium achter te komen hoe ervaren de klant is. Dat is best lastig. Voor sommige mensen betekent ‘heel ervaren’ dat ze misschien vier keer ergens bij hebben gezeten voor een project. Daarom heb ik mijn werkproces anders ingericht, met vast revisie momenten waarbij de klanten door het werk heenlopen. Dat werkt goed – zeker bij nieuwe klanten of grotere projecten. Je leert gaandeweg een klant kennen, en zij jou. En je krijgt een idee of mensen het snappen of niet, en hoeveel uitleg er nodig is. Het volgende project kan dan vaak sneller gaan omdat je dingen kunt opsturen en de klant dan direct snapt waar je mee bezig bent.”

“Tussen die revisiemomenten discussieer ik eigenlijk niet inhoudelijk met de klant. Tenzij het noodzakelijk is om verder te kunnen werken. Anders ontstaan er discussies over design-dingen die ik zelf ook weer weg zou gooien. Het inhoudelijk doorspreken van een visualisatie gebeurt alleen tijdens de revisiemomenten. Bijvoorbeeld met een presentatie waarin ik uitleg wat ik heb gedaan en waarom, en wat het niet is geworden en waarom niet.”

Reflectie

“Ondanks deze aanpassingen in mijn proces zijn er nu eenmaal verschillende klanten: soms loopt het wat stroever en soms niet. Ik hou zelf een lijstje bij per project met dingen die ik de volgende keer anders zou doen. Zo’n evaluatie – wat ging er goed en wat kan beter? – kan ik anderen ook aanraden. Je kunt een project evalueren of een samenwerking – reflectie kan op allerlei vlakken. Ik doe ook wel eens een evaluatie met een klant. Dan zie je vanuit hun perspectief hoe een project is gegaan. Je wilt uiteindelijk dat het steeds beter en makkelijker gaat.”

Meer Jan Willem Tulp? Lees zijn tweets of zijn blog, bekijk zijn verzameling visuele inspiratie, of kom 10 mei naar hem luisteren in Pakhuis de Zwijger.

The post “Het werkt niet als je een visualisatie over de schutting gooit” appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

“Online first gaat over een andere manier van denken over verhalen maken”

De Nieuwe Reporter - do, 28/04/2016 - 08:09

“Je kunt, zoals we bij FD doen, wel besluiten web first  te gaan werken, maar het duurt even voordat je de digitale mindshift hebt gemaakt die daarbij hoort,” zegt hoofd innovatie en design van het Financieele Dagblad Hans Spoelman. Hij is een van de sprekers op de avond over infographics en online verhalen maken op 10 mei in Pakhuis de Zwijger.

“Eerst betekende web first vooral een krant maken, maar dan eerst op het web gepubliceerd. Artikel van 400 woorden, illustratie erbij, en dat is het dan. Maar er komt natuurlijk veel meer bij kijken. Ten eerste gaat het niet meer om “het web” maar vooral om mobiel. Hoe en wat wordt daarop gelezen? Wat betekent mobiel voor je huisstijl? Wat zet je uit op social media? Wat doe je aan begeleidende blogs? Aan live events? Apps? Het gaat over een andere manier van denken over verhalen maken. Dat vraagt ook om een andere workflow.”

Verhalen maken voor mobiel

“Ook de techniek om verhalen te maken verandert. We werken nu volop met Adobe Edge (animatietool). We hebben net een interaction designer aangenomen. Zo iemand kan bijvoorbeeld vertellen  wat een goed design is voor mobiel. Nu is er ook een vacature voor een webdeveloper voor de technische uitvoering. Iedereen ziet nu wel in dat je mensen nodig hebt die iets anders kunnen, om effect te sorteren op het web. Infographics spelen daar een belangrijke rol bij. Voor ons wordt dat belangrijker dan video.”

“Meer dan ooit zitten mensen met elkaar om de tafel om te praten over de opzet van een verhaal. De hoofdredactie faciliteert dat, maar de ideeën komen ook zeker van onderaf. Iedereen ziet dat we data nodig hebben en mensen die daar handig mee zijn. De gretigheid om het allemaal op een andere manier te doen groeit.”

Experimenteren

“Dat heeft tegelijkertijd zijn keerzijde. Je bent op zoveel platformen tegelijk bezig, dat het soms moeilijk is om te kiezen waar de prioriteit ligt. De krant speelt nog steeds een belangrijke rol voor onze lezers. Die moet je goed bedienen. En dan wil je ook dat mobiel alles klopt. Klopt de techniek? Hebben we voor de juiste leesvolgorde gekozen? Is de manier waarop je vakjes aan- en uitklikt wel logisch? Het houdt niet op.”

“We hebben meer ideeën dan we aankunnen, en te weinig tijd om te experimenteren. Bij alle grote online media zie je hoe belangrijk het experiment is. Je moet steeds nieuwe dingen ontdekken, en dingen fout kunnen doen, en daarvan leren. Daar heb je mensen voor nodig. En tijd. Blijft lastig, maar wel onze leukste uitdaging.”

Hans Spoelman is op 10 mei een van de sprekers op de avond over infographics en online verhalen maken in Pakhuis de Zwijger (Amsterdam).

The post Online first gaat over een andere manier van denken over verhalen maken” appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

Datadenken is nog niet gebruikelijk in de journalistiek

De Nieuwe Reporter - di, 26/04/2016 - 11:50

Maarten Lambrechts werkt als datajournalist bij de Belgische krant De Tijd. Dinsdag 10 mei opent hij de Infographicsavond in Pakhuis de Zwijger: “Door samen te werken aan dataverhalen kan het eindresultaat veel beter worden.”

“Ik werk op een krantenredactie. Dan moet je verhalen kunnen vertalen van papier naar online en van online naar papier. Dat zijn verschillende logica’s, die je allebei moet beheersen. Hoe vertaal je een interactieve visualisatie naar papier? Je moet die vertaalslag altijd kunnen maken. Daar zijn handige tooltjes voor, bijvoorbeeld Crowbar en AI2HTML van The New York Times.”

Samenwerken

“Ik doe veel werk alleen, daardoor heb ik niet zo veel ervaring met samenwerken. Als ik samenwerk, dan werk ik vooral vraaggestuurd: als iemand een artikel schrijft met data erbij, dan komen ze bij mij; of als er een dataset binnenkomt, dan wordt die op mijn desk gelegd.”

“Maar steeds vaker werk ik vanuit de data: dan maak ik zelf iets dat wordt aangevuld met een artikel. Die trend zet zich voort op meer redacties. The New York Times en The Guardian hebben een visueel team, die maken hun eigen producties. Zij stappen af van het servicemodel: het zijn echt zelfstandige desks geworden. Hier gebeurt dat in beperkte mate, maar het gaat daar wel een beetje naar toe.”

Synergie

“Het fijnst vind ik het om met specialisten te werken: zij weten waar het verhaal zit. Soms hebben zij een dataset, maar geen capaciteit on in de data te duiken. Dan neem ik het technische data deel op mij en ga ik op zoek naar het verhaal waarvan zij denken dat het in de data zit.”

“Als ik alleen werk is het eindproduct prima, maar van samenwerken met anderen met andere invalshoeken en kennis kan het eindresultaat nog veel beter worden. Als je iets alleen maakt, zit alleen jouw kennis erin. Door samen te werken met anderen met andere invalshoeken en kennis, kan het eindresultaat nog veel beter worden. Misschien wordt de visualisatie mooier of het verhaal inhoudelijk sterker. Dat is fijn om te zien.”

Redactietools

“Een andere manier van samenwerken is dat ik een tool maak voor de redactie. Bijvoorbeeld om redacteuren zelf snel grafiekjes te laten maken. Dan kunnen de redacteuren zelf aan de slag, en hoeft het niets steeds via mij.”

“Ik heb ook wel eens interfaces gebouwd voor grote datasets. Zo kunnen redacteuren zelf op zoek gaan naar verhalen in de data. Door een laagdrempelige interface te bouwen, kunnen de journalist gericht in de data zoeken. Het ‘vuile’ datawerk neem ik dan op mij.”

“Vorige week hadden we een bijlage bij de krant met verhalen over het vinden van huizen in verschillende steden. Ik had een grote dataset met de koopcijfers van huizen in elke wijk in Belgie – meer dan 19 duizend wijken. De interactieve tool die ik gebouwd heb, liet de redactie spelen met de data en inzoomen op wijken waar ze over wilden schrijven. Journalisten gingen in acht steden op reportage. Vooraf is er naar de data over die steden gekeken. Uiteindelijk hadden we kaartjes in de krant over de verkoop van woningen in de grote steden, zoals Antwerpen en Gent.”

Voorbeeld van een infographic van De Tijd.

Talenkennis

“Voor een goede samenwerking is het belangrijk elkaars jargon een beetje te kennen. Als je samenwerkt rondom data en visualisatie wordt het vaak heel technisch. Dan is het fijn als de redacteur niet alleen de materie goed kent, maar ook een idee heeft wat werken met data inhoudt. Dat ze weten hoeveel werk iets is, want verander een parametertje en de hele visualisatie verandert.”

“En voor online producties is het fijn als redacteuren weet van HTML hebben. Als ik bezig ben met een dataset over een specifiek onderwerp, is het fijn als ik duidelijk weet wat die dataset bevat. Het is altijd de moeite om je te verdiepen in het onderwerp van je data. En ik lees eerst de metadata, de kleine lettertjes bij de data, voor ik analyses ga maken.”

Tijdnood

“Bij de krant is het grootste knelpunt het dagelijkse ritme. Het is heel moeilijk om in een dag of halve dag van een interessante dataset een goede analyse en mooie visualisatie te maken. Als ik mijn interactieve werk een paar dagen later presenteer, is de reactie dat er eerder al over geschreven is. Er zit een zekere spanning op het maken van dataverhalen en het dagelijks ritme van een krant. Echt mooie dataproducties kosten tijd. Tegelijkertijd is het moeilijk om terug te komen op een dataset die een week oud is.”

“Ook voor collega’s die een artikel voor de krant maken en om een originele datavisualisatie vragen, is dit een probleem. Dikwijls komen ze te laat: dan kan ik wel iets aanleveren, maar niet op tijd. Datawerk is gewoon tijdsintensief.”

“Die tijdsnood kun je oplossen door je eigen dataset samen te stellen. Of door datasets te combineren die niet gebonden zijn aan de agenda van een externe partij. Als je zelf de data in handen hebt, kun je zelf kiezen op welke dag je het brengt. Alles is dan mooi te plannen – dat is veel makkelijker.”

“Voor de huizenbijlage maakte ik de dataset zelf, door de wijkgrenzen te koppelen aan de verkoopprijzen van woningen in de wijken. Dat was nergens anders gedaan – een unieke dataset. Dan kun je zelf tijd investeren om er een interactieve kaart van te bouwen.”

Embargo

“Het zou mooi zijn als organisaties die data publiceren meer rekening houden met ons werk. Bijvoorbeeld door de data op voorhand vrij te geven onder een embargo. Dan kunnen redacties iets moois en interactiefs maken met die data. Misschien zijn de makers van persberichten zich niet bewust van die mogelijkheid: de redacties die echt mooie dataproducties kunnen maken zijn zeldzaam.”

“Dit ging bijvoorbeeld mis bij een dataset over de tijdsbesteding van mannen en vrouwen. Nu hebben we een kort artikel over de verschillen gepubliceerd. Maar als ik de data een week eerder onder embargo had gehad, had ik mooie dingen kunnen doen. Nu heb ik de dataset, maar de urgentie is weg: het is oud nieuws. Ondertussen zijn er andere dingen met meer prioriteit. Dat is een kans die blijft liggen. Een paar jaar geleden publiceerde de New York Times een interactieve grafiek over hoe Amerikanen hun dag doorbrengen. Zoiets had ik graag gemaakt.”

Meer Maarten Lambrechts? Volg hem op Twitter, lees the making of van sommige van zijn producties op zijn blog, of kom 10 mei naar hem luisteren in Pakhuis de Zwijger.

The post Datadenken is nog niet gebruikelijk in de journalistiek appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

Exploderende watermeloenen: de toekomst voor journalistiek?

De Nieuwe Reporter - ma, 25/04/2016 - 14:29

Google en Facebook zijn inmiddels uitgegroeid tot belangrijke nieuwsdistributeurs, de meeste nieuwsmedia kunnen voor nieuwsverspreiding bijna niet meer zonder. De algoritmes van de techbedrijven bepalen wat het publiek te zien krijgt, maar ook wat niet. Journalisten maken zich zorgen over deze groeiende macht, zo bleek tijdens een debat op het Journalism Festival in Perugia.

“Het gaat ons allemaal aan hoe nieuws verspreid wordt, maar we hebben er geen controle meer over”, zegt journalist Mathew Ingram van Fortune. Samen met journalisten van BBC en Buzzfeed en Google-topman Madhav Chinappa discussieert hij op het International Journalism Festival in Perugia over de verhouding tussen journalistiek en Silicon Valley. “Vroeger werd het nog geregeld door de redacties waar je als journalist voor werkte. Je wist waar het naartoe ging, wanneer dat gebeurde en hoe mensen het ontvingen. Nu is dat is allemaal weg.”

Macht voor techgiganten

Zoekmachines en sociale media zijn de afgelopen jaren de belangrijkste platformen geworden voor de consumptie van nieuws. Daarmee ligt er een grote macht bij de techgiganten. Zij bepalen namelijk welke berichten er onder de ogen van het publiek verschijnen.

Een voorbeeld daarvan verscheen vorige week op Facebook. Buzzfeed liet Facebook-gebruikers live kijken naar twee mensen in witte pakken en veiligheidsbrillen die honderden elastiekjes om een watermeloen spanden. Na ruim drie kwartier en zo’n 680 elastiekjes bezweek het stuk fruit onder de druk en explodeerde het voor de camera. Op het hoogtepunt keken er volgens Buzzfeed 800.000 mensen naar de video, en was daarmee de best bekeken live-uitzending op Facebook.

“Dit is de toekomst van journalistiek”, grapt Mathew Ingram. Opmerkelijk is wel dat Buzzfeed, en ook andere media, door Facebook voor de live-video’s worden betaald. Wat betekent dat dan voor de journalistiek?

“Het is raar”, zegt Craig Silverman, redacteur bij Buzzfeed Canada. “Het is onderdeel van deze nieuwe wereld en dynamiek. Buzzfeed heeft een diepgaande zakenrelatie met Facebook, waar ik als redacteur weinig van meekrijg. Het was niet zo dat we op de redactie te horen kregen dat we met z’n allen live-video’s moeten gaan maken omdat we er voor betaald krijgen en ik weet ook niet eens of dat geld naar de nieuwssite gaat. Maar natuurlijk denken wij veel na over de relaties met platformen als Facebook. En één van de realiteiten voor uitgevers van nu is dat je niet overal controle over hebt”, zegt Silverman. “Je weet het gewoon niet”, vult Ingram hem aan. “Heeft Facebook de video gepromoot? Gaan ze alleen video’s van watermeloenen promoten? Je weet het niet.”

En die onwetendheid maakt het zo moeilijk. Moeten journalisten straks Facebook betalen om hun berichten niet te laten verdrinken in filmpjes van exploderende watermeloenen?

Macht voor gebruikers

Volgens Madhav Chinappa, hoofd strategische relaties van Google, ligt de macht in handen van de gebruikers. “Zij kunnen beslissen of ze nu exploderende meloenen willen zien of willen weten wat er in Syrië gebeurt. Dat is het ‘nieuwsecosysteem’ waar we in leven.” Want de algoritmes die de tijdlijnen op online platforms bepalen, geven de meest populaire berichten een prominentere plek op de website.

De techbedrijven hebben er volgens Chinappa dus geen directe invloed op, maar nieuwsuitgevers ook niet. Media zijn niet meer in staat om belangrijke journalistieke berichten prominenter te tonen. Hierbij ontstaat het gevaar dat nieuwsmedia enkel ‘leuke’ filmpjes gaan publiceren om publiek te trekken, waardoor kwaliteitsjournalistiek minder prioriteit krijgt.

Voor de Nederlandse journalistiek ligt de situatie wat genuanceerder. Het internet is namelijk nog niet de belangrijkste nieuwsbron. Onderzoek van het Reuters Institute for the Study of Journalism uit oktober 2015 toont aan dat de meerderheid van de Nederlandse bevolking de televisie nog steeds als voornaamste nieuwsbron ziet. Toen de participanten werd gevraagd welk digitaal platform ze die week het meest gebruikten voor de consumptie van nieuws, werd Facebook wel veruit het vaakst genoemd.

Nieuwsconsumptie in Nederland
Bron: Reuters Institute for the Study of Journalism, okt. 2015 Digital News Initiative

Het gevaar dat techbedrijven de macht over het nieuws krijgen lijkt vooralsnog dus nog mee te vallen. Desalniettemin gaan bedrijven als Google, Facebook en Apple zich steeds meer mengen in de nieuwsmarkt.

Zo startte Google begin dit jaar het Digital News Initiative (DNI). In samenwerking met Europese mediabedrijven, waaronder NRC en NU.nl, wil Google innovatie stimuleren en de technologische aspecten van publicatie verbeteren. Zo helpt het bedrijf om nieuwswebsites sneller te laten laden door de codering van de webpagina’s te versimpelen. Want, zegt Google, veertig procent van de websitebezoekers klikt weg als een pagina langer dan drie seconden laadt.

Ook zijn nieuwsbedrijven tegenwoordig vaker het doelwit van DDOS-aanvallen, waarbij er zoveel data naar websites van het bedrijf wordt gestuurd dat de servers het niet meer aankunnen en het systeem uitvalt. Google wil daarom de websites beter beveiligen.

Om innovatie te stimuleren maakt Google 150 miljoen euro beschikbaar. Vernieuwende ideeën op het gebied van digitale journalistiek en verdienmodellen kunnen meedoen aan een wedstrijd, vergelijkbaar met The Challenge van het Nederlandse Stimuleringsfonds voor Journalistiek.

Macht voor Google

Google lijkt zo wel een erg sterke machtspositie te krijgen. Veel nieuwsbedrijven kunnen veel mooie dingen maken van het geld dat Google voor ze uittrekt. En snellere, beter beveiligde websites worden tegenwoordig ook steeds belangrijker. Het gevaar dreigt dat Google zich met DNI onmisbaar maakt voor de nieuwsbranche en dat media afhankelijk worden van het bedrijf. Bovendien denken journalisten misschien wel twee keer na voordat ze iets negatiefs over Google publiceren, bang dat ze op een ‘zwarte lijst’ komen te staan en geen aanspraak meer kunnen doen op de voordelen van DNI.

Volgens Chinappa, die voordat hij bij Google aangenomen werd al 16 jaar werkzaam was bij onder meer de BBC en Associated Press Television, is die aanname onjuist. “We willen het innovatiefonds zo open en onbeperkt mogelijk houden. Daarbij kijken we naar de projecten en niet naar de mensen die eraan werken.” Daarnaast geeft hij aan dat DNI los van Google staat en dat er geen technologie of producten van Google worden gebruikt bij de samenwerking met nieuwsmedia.

Gaat Google nieuws maken?

Op de vraag of Google ook ooit zelf nieuws gaat maken trekt Chinappa een geamuseerd gezicht. “Je wilt niet dat Google nieuws gaat maken, Google is er voor de verspreiding daarvan. En bovendien, als we nieuws zouden willen maken, hadden we dat allang gedaan.”

Facebook en Google zijn volgens Buzzfeed-redacteur Graig Silverman nog niet onmisbaar voor de verspreiding van nieuws. “Er is een nieuwsbedrijf in Nova Scotia, All Nova Scotia, dat niets doet met sociale media en alle content achter een paywall heeft staan. De journalisten doen heel goed verslag over de zakenwereld en de overheid, en het is enorm succesvol”, vertelt Silverman. “Zoiets als All Nova Scotia is zeldzaam. Maar er gebeuren meer van dit soort dingen en ik denk dat we op dit gebied meer moeten experimenteren.”

The post Exploderende watermeloenen: de toekomst voor journalistiek? appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

Sponsored: 64% off Code Black Drone with HD Camera

Fonds Pascal Decroos Delicious - zo, 24/04/2016 - 09:28
Our #1 Best-Selling Drone--Meet the Dark Night of the Sky!
Categorieën: Aanbevolen door FPD

Jacques Gevers est décédé à 63 ans

Le Fonds pour le journalisme - di, 11/09/2012 - 09:34
Il faisait partie du jury du Fonds pour le journalisme C'est avec une grande tristesse que nous avons appris, lundi, le décès de Jacques Gevers, âgé de 63 ans. Au terme d'une carrière remarquée, d'abord comme journaliste puis comme rédacteur en chef et enfin comme directeur de la rédaction au Vif/L'Express, Jacques était toujours actif dans le monde des médias. Depuis la création du Fonds pour le journalisme, en 2009, il faisait partie du jury qui sélectionne les projets journalistiques d'enquête. C'est toujours avec une grande gentillesse et une ouverture d'esprit remarquable qu'il analysait les projets des journalistes. Le grand reportage, l'enquête et l'investigation le passionnaient. Jacques appréciait le dynamisme des jeunes journalistes, il aimait les voir se lancer dans des projets ambitieux, et il voulait les encourager avec les bourses attribuées par le Fonds.
Mercredi 5 septembre, alors que se préparait une nouvelle délibération du Fonds, Jacques a été victime d'un accident vasculaire cérébral (AVC). Hospitalisé depuis lors dans un état critique, il est décédé lundi.
Toutes nos pensées vont à sa famille et à ses proches.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

44.124 Eur pour vos enquêtes

Le Fonds pour le journalisme - vr, 07/09/2012 - 12:15
L'échéance du 15 septembre approche à grand pas. Envoyez vos projets. Le Fonds pour le journalisme dispose de 44.124 euros pour son 12e appel à projets. Ceux-ci doivent être rentrés au plus tard le 15 septembre à minuit via le formulaire d'inscription en ligne. Le secrétariat du Fonds peut vous aider à boucler vos dossiers. Ne tardez pas. Et veillez à rencontrer tous les critères mentionnés sur le site du Fonds et dans son règlement général.
Categorieën: Aanbevolen door FPD
""