FPD STEUN ONS
 

Presentatie: Jaarboek Verhalende Journalistiek

De Nieuwe Reporter - 5 uur 28 min geleden

Op donderdag 12 maart wordt in Amsterdam voor de tweede keer het Jaarboek Verhalende Journalistiek gepresenteerd.

Bij de presentatie van het Jaarboek spreekt presentator Margo Smit met de auteurs over hun werk en over een opvallende trend in de journalistiek: de ik. Steeds vaker zien we dat journalisten zichzelf als personage opvoeren, en dat nieuwsorganisaties hun bekendste verslaggevers naar voren schuiven. Loopt de journalist in de weg van zijn eigen verhaal?

Volkskrant-redacteur Toine Heijmans spreekt over ‘zijn ik’. Toine Heijmans is behalve redacteur van de Volkskrant de auteur van twee romans, Op zee (veelvuldig vertaald en bekroond) en Pristina. Ook schreef hij vier non-fictieboeken. Met Ariejan Korteweg en Margriet Oostveen schrijft hij een dagelijkse ‘nieuwscolumn’ in de Volkskrant waarin hij veelvuldig als ‘ik’ figureert.

Daarnaast vindt er op de avond ook een debat plaats tussen voor- en tegenstanders van het gebruik van de ik in de journalistiek.

Het Jaarboek is een productie van de Stichting Verhalende Journalistiek.

Datum: onderdag 12 maart

Tijd: 20 uur

Locatie: Universiteitstheater, Nieuwe Doelenstraat 16, Amsterdam

Kaarten: 7,50 euro

Aanmelding en meer informatie op de website van de Stichting Verhalende Journalistiek.

The post Presentatie: Jaarboek Verhalende Journalistiek appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

Trainingsdag: Zicht op scenario’s: de decentralisaties

De Nieuwe Reporter - 5 uur 43 min geleden

Trainingsdag speciaal voor journalisten die WMO, Jeugdzorg of Participatiewet in hun portefeuille hebben of volgen in hun gemeente of regio.

De recente decentralisaties van Rijkstaken rond zorg, werk en inkomen tonen een grote verwevenheid tussen mensen, instanties en organisaties. Ze zijn te beschouwen als complexe netwerken met hun eigen dynamiek. Voor de journalist en zijn publiek is veel onzeker: hoe krijgen we grip op de huidige situatie? Wat kan er de komende tijd gebeuren? En uit welke informatie is af te leiden welke kant het daadwerkelijk op gaat?

Op de trainingsdag gaat u aan de slag met deze vragen door samen met andere deelnemers scenario’s te maken met als centraal thema (een van) de decentralisaties. Hierbij maakt u ook kennis met verschillende bronnen rond dit thema en een aantal handige tools.

Datum: 20 maart 2015

Locatie: Zwolle

Deze trainingsdag wordt georganiseerd door Research voor de Regio. Kijk voor meer informatie en aanmelding op de website van Research voor de Regio.

The post Trainingsdag: Zicht op scenario’s: de decentralisaties appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

De Tegenlezer: Een avond van dood katoen

De Nieuwe Reporter - vr, 27/02/2015 - 08:30

De Tegenlezer is een bijzonder fenomeen. ‘s Avonds pluist hij krantenpagina’s door, op zoek naar tikfouten, spelfouten, vergeten woorden, kromme zinnen en wat dies meer zij. Dagblad van het Noorden-journalist Herman Sandman vertelt hoe zijn eerste keer als De Tegenlezer was.

De nachtchef keek op: “Ah, daar hebben we De Tegenlezer. Mooi dat je er bent. Welkom.”

“Bedankt”, zei ik.

Hij wees zonder iets te zeggen op een grote tafel. Daar lag een stapel printjes van pagina’s. Ik kon meteen aan de slag. Omdat ik gehoord had dat het pittig kon zijn pakte ik een pen uit mijn jas, ging zitten en begon te lezen.

Mysterieuze functie

De Tegenlezer is een even simpele als mysterieuze functie. Het is de man of vrouw die ’s avonds bij de eindredactie aanschuift en alle pagina’s doorneemt op punten en komma’s, tik- en taalfouten, kromme zinnen, rare koppen en onderschriften en niet-bestaande grammatica.

Oftewel: de laatste stofkam alvorens de krant ter perse gaat en ik vermoed vooral om te voorkomen dat schuimbekkende ex-leraren Nederlands de volgende dag de hoofdredacteur wensen te spreken en de tirades over zoveel domheid, of nee, nog erger, onkunde, afsluiten met de verzuchting dat iedereen bij de krant terug in de schoolbanken moet.

Alle journalisten zijn eens in de zoveel tijd aan de beurt. Tot en met de hoofdredacteur en algemeen directeur. De compensatie in tijd is om te huilen, maar je doet het zonder morren.

Eerste keer

Het was mijn eerste keer. Ik stond nog niet ingeroosterd en op het mailtje van de redactiesecretaresse van: jongens er is een vacature voor vrijdag, had ik gereageerd. Ik wilde het wel eens meemaken en had gehoord dat er op vrijdag na afloop een biertje klaarstond.

Hoe het De Tegenlezer is vergaan is voor mij een hoogtepunt van de nachtbrief. Als de laatste pagina door is mailt de nachtchef een schrijven rond met de bevindingen van de avond en daarin is steevast een kleine edoch intrigerende rol weggelegd voor De Tegenlezer: ‘Collega A. las voor ons de pagina’s. Hij noemde het een avond van dood katoen. Morgen verwelkomen wij collega K.’

Een andere keer ‘behoedde collega L. ons voor een pijnlijke fout op de vp’, weer een andere keer schaterlachte collega J. zich door de kopij’ en het allermooiste was toen ‘collega M. tussen de bedrijven door tijd had om een boek in een buitenlandse taal te lezen’.

Ik wilde ook een keer De Tegenlezer zijn.

Dat heeft te maken met de manier waarop ik het werk beleef. Het zou een gotspe zijn om te beweren dat ik de journalistieke hoop in bange dagen ben, maar ik hou van kranten maken. De Tegenlezer is een typisch krantenfenomeen. Een uiting van liefde. Zoals de bloemist een boeketje nog even schikt, de slager een plakje leverworst in de tas doet en de autoverkoper een mugje van de voorruit veegt.

In een hoekje

Spectaculair is het niet. De redactievloer is zo goed als verlaten. In een hoekje werkt rechtbankverslaggever R. nog aan een stukje, theaterrecensent en man zonder leeftijd J. d’A. schuift ongemerkt achter zijn bureau en is even plotseling weer verdwenen en collega P. van de sport maakt zijn pagina’s op en ziet ondertussen op de tv hoe Cambuur met 2-0 het schip in gaat.

Als ik koffie haal praat ik even bij met P. Hij leerde me ooit dat je een stuk nooit begint met ‘Afgelopen weekend’ en hij diende een trainer eens van repliek met de de mededeling dat hij langer verslaggever bij de krant zou zijn dan de aangesprokene coach van SC Veendam.

De eindredactie doet grotendeels zwijgend haar werk. Een aantal mannen en vrouwen aan een bureaublok, achter enorme schermen. Meer is er niet te zien. Als iemand had gezegd: hier worden overlijdensberichten ingetikt had ik het ook geloofd. Op momenten dat ik even niks te doen heb kijk ik rond, observeer de mannen en vrouwen. Soms kijkt er een terug.

Collega G. schudt zijn hoofd. Een schampere lach doorbreekt de stilte. Op de regioredacties schelden we iedere ochtend op die oenen die onze teksten weer eens hebben verkloot, maar elke avond proberen de eindredacteuren, het huilen nader dan het lachen, nog iets leesbaars te brouwen van de Bagger met hoofdletter B die wij aanleveren. Ik hoorde van G. zelfs een bijnaam voor een naar ik dacht gewaardeerde collega.

De sleur van alledag

Maar toch, toch voelde ik een verbondenheid. Dat wat je soms kunt voelen in de sleur van alledag. Kranten maken is wat wij doen, dit zijn wij. Ook al foeteren we op elkaar, wat we elke dag willen is een mooie krant. Je kunt er van alles van vinden, bijvoorbeeld dat ie op het punt staat te verdwijnen (wat ik niet geloof, maar dat terzijde) en al die ex-leraren Nederlands vinden altijd wat, de insteek is: dat wat er in staat moet ergens over gaan, moet kloppen. Gecheckt, getoetst, gecontroleerd.

Als collega K. halverwege de avond een duik in de koelkast neemt veer ik op. Ze tovert drie, vier, vijf, uiteindelijk zeven biertjes tevoorschijn. Dat wordt tikkerij straks, denk ik, met mij erbij zijn we twaalf man.

Dat biertje haal ik echter niet. Om half elf zegt de nachtchef dat ik mag gaan.

“Nu al? Komt er niks meer?”

“Kan nooit veel zijn. Die paar doen we zelf wel. Het is toch rustig. Bedankt dat je er was.”

Het was een avond van dood katoen. Hoeveel pagina’s ik onder ogen heb gehad, geen idee, wat ik allemaal gelezen heb, al sla je me dood, maar ik ging naar huis met het gevoel dat ik iets belangrijks had gedaan.

Dit stuk verscheen eerder op het weblog van Herman Sandman.

The post De Tegenlezer: Een avond van dood katoen appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

Ik Ben het Nieuws

De Nieuwe Reporter - do, 26/02/2015 - 11:28

Op 12 maart verschijnt – online – het Jaarboek Verhalende Journalistiek met de tien meest opvallende narratieve producties in tekst, beeld en geluid van het afgelopen jaar. Wat de jury opviel: in veel van de circa honderd ingezonden verhalen is de journalist zelf nadrukkelijk aanwezig, steeds vaker als ‘ik’. Bij de presentatie van het jaarboek praten we over het Ik-Tijdperk in de journalistiek.

 

Vandaag! Nieuwe aflevering van!! Met – diep adem halen nu – Sheila-Sitalsing-Aleid-Truijens-Geert-Mak-Toine-Heijmans-Bas-Heijne-Marc-Chavannes-Martin-Sommer-en-Bèèèèèèrt-Wagendorp.

Tafeldame: Sylvia Witteman.

Tot zo. Tot na de reclame.

 

Nee, dit is niet Matthijs van Nieuwkerk die de line-up voor DWDD van zijn autocue ratelt. Dit is de krant van vandaag. Bovenaan de voorpagina geen half-cryptische teasers (‘De Europese rebellenclub’), maar klinkende namen. Bram Moszkowizc, Kim van Kooten, Jeroen Dijsselbloem. Af en toe een internationaal spraakmakende schrijver, econoom of filmster. En steeds vaker staan we – wij, journalisten, bedoel ik – daar zelf tussen. Pak een zaterdagse NRC of Volkskrant en we knallen ons tegemoet. Waar ‘DSK’ had kunnen staan of ‘Sven Kramer’, prijken we nu zelf, als naam die voor zichzelf moet spreken, of iets meer: ‘Arie Elshout verklaart de Amerikaanse gekte’.

Twintig jaar geleden, toen nog bijna niemand had gehoord van ‘het Internet’, verdienden bijna alle hierboven genoemde schrijvers hun brood al bij een krant, de meesten als nederig verslaggever. Op goeie dagen, als ze een nagelharde primeur hadden, mocht hun naam boven het stukje. Op alle andere dagen schreven ze onder een anonieme byline – ‘van onze verslaggever’, ‘door een redacteur’.

Journalisten drongen zich niet op. Dat werd ordinair gevonden. Aan het smoeltje van ‘onze speciale verslaggever in Parijs’ herkende je populaire dagbladen en Britse tabloids. Degelijke dagbladen waren wars van die ijdeltuiterij en plaatsten zelfs geen ‘koppies’ bij columns, een uitzondering als J.L. Heldring daargelaten.

Dat is nu wel anders.

Kranten koesteren hun stal

Omroepen doen het al jaren, maar nu schuift ook de Volkskrant in een tv-campagne zijn meest prominente verslaggevers en columnisten naar voren – nog even en ze klinken als de smaakmakers van SBS (‘Ik ben… 6’). Kwaliteitskranten lijken warempel niet langer in de eerste plaats nieuws te willen verkopen, maar nieuwsmákers. Ze zetten geen nieuws en analyses in de etalage, maar de journalisten die het nieuws blootleggen, duiden, becommentariëren of bespotten. Ze koesteren hun ‘stal van auteurs’ en meten transfers breed uit, alsof het voetbalprofs of radio-dj’s zijn. Toen onderzoeksjournalisten Tom Kreling en Huib Modderkolk besloten te verkassen van NRC naar de Volkskrant – stuurde hun nieuwe werkgever een persbericht rond.

De Volkskrant van 21 februari 2015, met – diep ademhalen – Jools Holland, Sylvia Witteman, Co Adriaanse, Sheila Sitalsing, W.F. Hermans, Ronald van Raak, Magnus Ransdorp, Gert Jan Segers en Thomas Erdbrink.

Een krantenredactie is veel minder dan twintig jaar geleden een egalitair collectief van anonieme stukjesschrijvers. Dat is soms nog even wennen. Marc Chavannes (NRC) en Martin Sommer (Volkskrant) zijn voortreffelijke commentatoren, de een wat behoedzamer dan de ander, de ander wat hipper in het pak dan de een, maar je leest ze niet omdat ze zo woest-aantrekkelijk zijn als pakweg Arie Boomsma. Toch staan Chavannes en Sommer in hun columns – niet ernaast, maar erin, geen minuscule pasfoto maar vanaf de heup of zelfs van top tot teen.

Waarom kranten dat doen?

Ze moeten wel.

Transformatie tot huisvriend

In de jaren negentig verdienden dagbladen goud geld dankzij recordoplages (samen 4,6 miljoen verkochte kranten). Ze waren onafhankelijker dan in de jaren zestig, hun journalisten waren hoger opgeleid dan in de jaren zeventig, en hun bijlages breder en dikker dan in de jaren tachtig (wat ten koste ging van de opinieweekbladen). Behalve betrouwbaar en professioneel waren ze ook afstandelijk, tot op het bot institutioneel en onpersoonlijk.

In de jaren tien van deze eeuw – meer tv-aanbod dan ooit, gratis nieuws van websites en treinkranten, instant updates op social media – zijn hun betaalde oplages bijna gehalveerd (circa 2,5 miljoen). Ze moesten wel een list bedenken. Eerst gingen ze over op tabloidformaat, daarna maten ze zich een ander imago aan. De paper of record van toen werd een ‘mensenkrant’, zoals je ook mensenmensen hebt.

De voorlopig laatste stap in die transformatie tot huisvriend is de ik-journalistiek: verhalen van journalisten die openlijk partijdig zijn, hun voorkeur onbekommerd uitventen, en zonder gêne de eerste persoon enkelvoud hanteren.

‘Ik sta erbij en schrijf het op.’

Het Ik-Tijdperk in de Journalistiek

Rob Wijnberg moet de trend als een van de eersten hebben onderkend. Hij hing er zijn plan voor De Correspondent aan op. Twee jaar geleden stelde Wijnberg in De Groene vast dat jongeren minder kranten lezen en nieuws kijken omdat de klassieke idealen van de journalistiek – distantie, onafhankelijkheid, betrouwbaarheid – hen koud laten.

De generaties geboren na 1980 – ‘Hoe deden jullie dat dan zónder internet?’ – zitten niet te wachten op afstandelijke berichtgeving en droge feiten. Ze willen duiding. Meningen. Views, not news. Die vinden ze niet in de klassieke media, beweerde Wijnberg, omdat die worden gemaakt door journalisten van de vorige, pre-internetgeneratie.

Wijnbergs analyse keerde in juni 2013 terug in een opvallend artikel van Loes Reijmer in de Volkskrant. Zij kondigde het journalistieke Ik-Tijdperk af in een verhaal dat ze met ‘ik’ begon. Anderhalf jaar later beschreef NRC-mediaredacteur Peter Zantingh (betaalde link) hoe de trend zich als een olievlek had uitgebreid. Kranten zoeken verhalen die lezers nog wél lezen. Persoonlijke verhalen blijken te ‘werken’; mensen houden nu eenmaal van mensen. Liever geen abstracte teasers over het vredesoverleg in Oekraïne, maar invoelbare ‘portretten’, over een psychologe bijvoorbeeld die flipt door de marktwering in de zorg.

Het nieuws wordt er toegankelijker van, beter te bevatten, indringender. Zelfs The New York Times zoekt naar first person essays, verhalen van mensen die zelf beschrijven wat hun overkomen is (twee homo’s over hun huwelijk), in plaats van zouteloze stukken waarin rolodex-autoriteiten (de onderzoeker, het bureau voor de statistiek, de politicus) even bondig als saai de pro’s en contra’s benoemen.

Het is geen toeval dat het journalistieke ik-tijdperk en de opmars van first person journalism parallel lopen aan de opleving van verhalende journalistiek. Beide hebben hun roots – althans een deel daarvan – bij Tom Wolfe. De Amerikaanse journalist en romancier muntte in 1973 The New Journalism, de ‘beweging’ die literaire middelen inzette voor journalistieke verhalen. Een van de bekendste new journalists was de notoire ik-verteller Hunter S. Thompson. Drie jaar later beschreef Wolfe in New York Magazine ‘The Me Decade’, ‘Het Ik-Tijdperk’ zoals John Jansen van Galen het nog eens drie jaar later in een geruchtmakende kerstspecial van de Haagse Post zou noemen.

Dat Ik-Tijdperk is er al een tijdje, dus. Je kunt je hooguit afvragen waarom het een kwarteeuw duurde voordat de trend – waarbij het individu belangrijker werd dan de collectiviteit – in Nederland vaardig werd over de serieuze pers zelf.

Alsof ik altijd in de weg loopt

Beide genres – ik-verhalen en narratieve journalistiek – worden af en toe over één kam geschoren. Meestal niet met de beste bedoelingen. En in de regel door de journalisten van de pre-internetgeneratie die volgens Rob Wijnberg niet begrepen wat jongere nieuwsconsumenten wél kon boeien. Alsof in verhalende journalistiek per definitie een ik-verslaggever in de weg loopt van zijn eigen nieuws, zichzelf belangrijker acht dan de mensen over wie hij schrijft en dat allemaal zo bloemrijk doet dat het wel verzonnen moet zijn.

Harde bewijzen met structureel stijgende oplagecijfers ken ik niet, maar er zijn wel aanwijzingen (meer brieven van lezers, meer likes en tweets) dat het loont, die aanwezige, openhartige en betrokken journalist en de narratieve reportage met zijn van literaire fictie geleende spanningsboog, sfeervolle scènes en ontknoping-aan-het-slot. Dat wil niet zeggen dat het een niet zonder het ander kan.

Ik-journalistiek kan tot geweldige producties leiden. Zo schreef Rebecca Skloot in New York Magazine over een troep wilde honden die midden in Manhattan haar eigen border collie zowat opvraten (‘When pets attack’). ALS-patiënt en NRC-redacteur Pieter Steinz schrijft over boeken en zijn dodelijke ziekte. En in het jaarboek 2014 zit de mateloos persoonlijke documentaire van Elena Lindemans over de zelfmoord van haar moeder, Moeders springen niet van flats.

Toch zijn die ik-verhalen eerder uitzondering dan regel. In verhalende journalistiek is de verslaggever veel vaker juist niet aanwezig, behalve als alwetende verteller of fly on the wall. Soms speelt hij in zijn verhaal geen enkele rol, maar druipen niettemin zijn politieke voorkeur en passies van elke pagina; hij is dan door en door betrokken en komt daar voor uit, desnoods in een voetnoot. Ook dat was twintig jaar geleden ondenkbaar.

In zijn ik-stuk in NRC laat Peter Zantingh mij mijn liefde verklaren aan de ik-journalistiek. Daar is geen woord van verzonnen, maar gelukkig kon ik in een bijzin waarschuwen voor de geniepige valkuilen van het genre. Een ‘ik-journalist’ moet wel wat te vertellen hebben. Dat-ie bij een celebrity op de koffie mag in New York is niet genoeg: zo’n ik wordt parmantig, dikdoenerig, irritant. Het moet om zijn verhaal gaan, niet om hem. En hij moet geloofwaardig zijn, wat een stuk lastiger is als je je niet meer kunt verschuilen achter het Lux et Libertas-collectief – de lezer moet ook van jou alléén aannemen dat het allemaal waargebeurd is.

Voor de echt grote vertellers maakt het niet uit of ze als ‘ik’ in hun reportages rondstappen. De beste vertellers vallen samen met hun verhalen. Je herkent ze aan hun stijl, hun toon, hun onverwisselbare voice. Freek Schravesande in NRC, Paul Teunissen in Vrij Nederland, Stijn Tormans in Knack. Of de man die laatst een verhaal zo begon: ‘Jef Neve buigt met zijn bovenlijf over de toetsen, alsof die ene noot nog een zacht zetje nodig heeft. Hij is halverwege A Case of You en je kunt een klapstoel horen piepen.’ John Schoorl in de Volkskrant.

Het jaarboek Verhalende Journalistiek wordt donderdagavond 12 maart gepresenteerd in Amsterdam. Toegang 7,50 euro. Gastspreker Toine Heijmans. Presentatie: Margo Smit.

The post Ik Ben het Nieuws appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

Nederlandse documentairemaakster monteert bewust beelden van verkeerd bloedbad in Syriëfilm

De Nieuwe Reporter - wo, 25/02/2015 - 22:10

De maakster van een Nederlandse documentaire over Syriegangers heeft bewust een verkeerd bloedbad in haar film gemonteerd om de film dramatischer te laten lijken dan dat het in het echt was. Ook zijn de bloedige beelden niet gefilmd door de documentairemaakster en haar team, maar gekopieerd van YouTube.

Het gaat om de documentaire ‘Paradijsbestormers’ van Floor van der Meulen die in 2014 werd uitgezonden door BNN.

Trailer Paradijsbestormers van Floor van der Meulen op Vimeo.

Deze week werd bekend dat Al Jazeera de documentaire heeft gekocht. Ook maakt de film kans op een van de TV-Beelden, een televisievakprijs.

Incidient in Syrië

In de documentaire laat Van der Meulen zien hoe een man aan de Turkse kant van de grens met Syrië, in het dorpje Karkamis, over een walkietalkie praat over een incident in Syrië waarbij iemand wellicht is gesneuveld.

Amateurbeelden

Vervolgens filmt Van der Meulen hoe een Turkse ambulance vanuit Karkamis de grens met Syrië oversteekt naar het Syrische stadje Jarablus om de slachtoffers op te halen. Uit veiligheidsoverwegingen kan Van der Meulen zelf niet mee met de ambulance Syrië in. Maar geen nood, want Van der Meulen legt uit in de documentaire dat ze camera’s aan Syriërs heeft meegegeven die wel in het land kunnen filmen.

Nadat de ambulance vanuit Turkije de grens met Syrië passeert, zien we vervolgens vanuit een voertuig gefilmde amateurbeelden van een verschrikkelijk bloedbad. Overal rookwolken en in brand staande auto’s. Krijsende mannen slepen met lijken, gewonden worden in een ambulance getild. “Help met dragen” roept een radeloze jongen, “haal een ambulance!”

Daarna laat de documentaire beelden zien van hoe de Syrische man met de walkietalkie vanuit Turkije door het grenshek naar Syrië kijkt. “Daar is de ambulance,” roept de Syriër als de ziekenauto terugkeert vanuit Jarablus in Syrië naar Karkamis in Turkije. De Syriër schreeuwt: “Darkoubi, is hij dood? Oh God, nee toch?”

De documentaire geeft de kijker volledig het idee dat de beelden van de man met de walkietalkie, de ambulance en het verschrikkelijk bloedbad bij elkaar horen. Het geheel is zo gemonteerd dat het lijkt alsof alles zich achter elkaar afspeelt nabij de Karkamis-Jarablus-grens.

Het klopt niet

Maar tijdstip en locatie kloppen niet. Want het in de documentaire getoonde bloedbad heeft nooit plaatsgevonden in Jarablus. Het zijn namelijk beelden van een dubbele autobom in Bab al Hawa, een Turks-Syrische grensovergang gelegen honderdvijftig kilometer ten westen van Jarablus. Deze aanslag vond plaats op 20 januari 2014.

Ook zijn de dramatische beelden van het Bab al Hawa-bloedbad niet gemaakt door Van der Meulen en haar team maar gewoon van YouTube gehaald. De beelden staan op het internet onder de titel “double car bomb Bab al-Hawa”.

“Ik monteer niet op feiten”

In een telefonische reactie geeft een geschrokken Floor van der Meulen toe dat haar ambulancebeelden en de video van het bloedbad inderdaad niks met elkaar te maken hebben. “Ik ben een documentairemaakster, ik monteer niet op feiten,” zegt ze.

Ook geeft Van der Meulen toe dat zij en haar team de beelden niet zelf gemaakt hebben. “Het lukte gewoon die dag niet om vanuit die ambulance te filmen,” zegt ze, “dus toen hebben we er later beelden bij gezocht die er goed bij pasten. Ja, die beelden stonden inderdaad op youtube. De kunst van het monteren is om een verhalen te verbinden.”

De documentairemaakster wist dat de beelden afkomstig waren van een bloedbad 150 kilometer verderop in Bab al Hawa. “Syriërs zeiden tegen me: Dat is Bab al Hawa, niet Jarablus.’ Ik heb toen besloten om voor de emotie en de kijkervaring te gaan, niet voor de feiten.”

Ze voegt daar aan toe: “Ik begrijp wel dat ik voor sommigen een bepaalde grens over ga.”

Vraag is nu of de rest van de documentaire “Paradijsbestormers” wel klopt. De documentaire zit vol met clips waarvan de herkomst onduidelijk is en een lang interview met een gemaskerde man. “Alles valt te verifiëren,” beweert Van der Meulen.

BNN/VARA reageert desgevraagd via haar woordvoerder Thijs Verheij: “Floor is documentairemaakster en geen oorlogsjournalist, ze had derhalve geen toegang tot Syrië. Om de oorlogsdaden te illustrereren heeft ze enkele camera´s meegegeven aan mensen die wel toegang tot Syrië hadden. Dit wordt ook in de film verteld. Dat ze daarnaast gebruik heeft gemaakt van bestaande beelden staat in de aftiteling aangegeven.”

The post Nederlandse documentairemaakster monteert bewust beelden van verkeerd bloedbad in Syriëfilm appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

EUROVISION ACADEMY Master Class: What News for what audience?

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 15:01
[Switzerland] - This masterclass with help professionals understand the motivation of the news consumers. For anyone working in news production, it is essential to be aware of the audience and what motivates them to consume the news. Because in these fast changing times, you can best keep up with the evolving techniques by looking at how people are using them.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

The 15th International Symposium on Online Journalism

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 15:01
[USA] - The International Symposium on Online Journalism at the University of Texas at Austin delivers a unique and rich repository of information on the progress of Online Journalism, with comments and insights from professionals and scholars who have been working on the frontlines.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

7th Digital Innovators’ Summit

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 15:01
[Germany] - The Digital Innovators’ Summit is an annual international digital media conference designed to bring together senior executives from content businesses, technology innovators and solution providers to understand emerging trends, share innovative ideas and solutions, see new relevant technologies and network.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

BBC Academy’s Women in Radio

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 15:01
[United Kingdom] - The BBC Academy in conjunction with BBC Local Radio is holding two further awareness days for women who are interested in presenting on BBC Local Radio in England.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

The 4th International Conference on M4D Mobile Communication for Development

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 15:01
[Senegal] - The conference is the fourth in the M4D biennial series following the inaugural conference in Karlstad, Sweden in 2008. The 2nd conference was in Kampala, Uganda in 2010 and the 3rd in New Delhi, India in 2012. M4D2014 aims to provide a forum for researchers, practitioners and all those with interests in the use, evaluation, and theorizing of Mobile Communication for Development.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

International Journalism Festival

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 15:01
[Italy] - The annual Perugia International Journalism Festival is the leading journalism event in Italy. It is an open invitation to listen to and network with the best of world journalism. The leitmotiv is one of informality and accessibility, designed to appeal to journalists, aspiring journalists and those interested in the role of the media in society. Simultaneous translation into English and Italian is provided. The festival is open to the public free of charge.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

Jacques Gevers est décédé à 63 ans

Le Fonds pour le journalisme - di, 11/09/2012 - 08:34
Il faisait partie du jury du Fonds pour le journalisme C'est avec une grande tristesse que nous avons appris, lundi, le décès de Jacques Gevers, âgé de 63 ans. Au terme d'une carrière remarquée, d'abord comme journaliste puis comme rédacteur en chef et enfin comme directeur de la rédaction au Vif/L'Express, Jacques était toujours actif dans le monde des médias. Depuis la création du Fonds pour le journalisme, en 2009, il faisait partie du jury qui sélectionne les projets journalistiques d'enquête. C'est toujours avec une grande gentillesse et une ouverture d'esprit remarquable qu'il analysait les projets des journalistes. Le grand reportage, l'enquête et l'investigation le passionnaient. Jacques appréciait le dynamisme des jeunes journalistes, il aimait les voir se lancer dans des projets ambitieux, et il voulait les encourager avec les bourses attribuées par le Fonds.
Mercredi 5 septembre, alors que se préparait une nouvelle délibération du Fonds, Jacques a été victime d'un accident vasculaire cérébral (AVC). Hospitalisé depuis lors dans un état critique, il est décédé lundi.
Toutes nos pensées vont à sa famille et à ses proches.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

44.124 Eur pour vos enquêtes

Le Fonds pour le journalisme - vr, 07/09/2012 - 11:15
L'échéance du 15 septembre approche à grand pas. Envoyez vos projets. Le Fonds pour le journalisme dispose de 44.124 euros pour son 12e appel à projets. Ceux-ci doivent être rentrés au plus tard le 15 septembre à minuit via le formulaire d'inscription en ligne. Le secrétariat du Fonds peut vous aider à boucler vos dossiers. Ne tardez pas. Et veillez à rencontrer tous les critères mentionnés sur le site du Fonds et dans son règlement général.
Categorieën: Aanbevolen door FPD
""