FPD STEUN ONS
 

Hup met de geit! Datajournalistiek op redacties!

De Nieuwe Reporter - 1 uur 26 min geleden

Voor datajournalistiek bestaat meer belangstelling tijdens seminars en congressen, dan in de journalistieke praktijk van alledag. Zelfs in de zeldzame gevallen dat redacties weten hoe ze die middelen kunnen toepassen, gebeurt dat niet. Immers: the goat must be fed.

Het is geen sierlijk beeld, “the goat”, als pseudoniem voor nieuwsorganisaties die 24/7 in de weer zijn met het vullen van de volgende actuele uitzending of editie. Anderzijds is er geen beest dat zo hinderlijk mekkert als het honger heeft. Omdat redacties druk zijn die honger te stillen, geldt “geen tijd” nog altijd als een valide argument om met een grote boog om datajournalistiek heen te lopen.

Geldgebrek doet het trouwens ook goed, vooral bij het (middel-)management, als zogenaamde sta-in-de-weg voor het inzetten van datajournalistiek. De uitzonderingen op de werkvloer die wel voor het analyseren en visualiseren van data te porren zijn, geloven echter niks van dat geldgebrek.

Inertie

Het gereedschap dat je ervoor nodig hebt, is namelijk vaak voor een appel en een ei te krijgen op internet – en volgens hen ligt de inertie dus vooral aan de infrastructuur en traditionele cultuur van de redacties.

Mooi onderwerp voor discussie tijdens een seminar of congres! En inderdaad was er onlangs een, op een internationaal podium nog wel, georganiseerd door WAN-IFRA als onderdeel van de Newsroom Summit half oktober in Amsterdam.

Fact checking

Veel redacties van Amerikaanse nieuwsorganisaties maken nog geen gebruik van het toenemend aantal goedkope digitale tools dat journalisten ter beschikking staat hun artikelen op een innovatieve manier te presenteren. Tot die wijsheid kwam Bill Adair, professor “Pratice of Journalism and Public Policy” aan Duke University, na onderzoek onder senior editors, nieuwsredacteuren en digitale redacteuren bij dagbladen, TV- en radiostations.

Adair is tevens verbonden aan PolitiFact, de bekroonde fact-checking site van de Tampa Bay Times die, zoals De Nieuwe Reporter eerder berichtte, elke week drie of vier van de meest relevante uitspraken in het politieke circuit checkt. Met twee collega’s van Duke voerde hij het in mei 2014 gepubliceerde onderzoek uit: “The Goat Must Be Fed. Why digital tools are missing in most newsrooms”.

Goedkope web-applicaties

Veel redacteuren beschouwen digitaal gereedschap als iets bijzonders, iets buitensporigs waar ze zich liever niet aan wagen. Ze houden vast aan de bekende traditionele journalistieke methoden, hoewel er betere en goedkopere digitale alternatieven voorhanden zijn, stelde Adair tijdens de International Newsroom Summit.

Zo zijn er diverse gratis of goedkope web-applicaties beschikbaar waarmee onderdelen van het datajournalistieke werk uitgevoerd kunnen worden, van “scrappers” die data van (overheids-)sites kopiëren en mapping programma’s, tot visualisatie en pdf-conversie tools. Relatief vaak gebruikt worden, aldus Adair, de Media Tools van Google , de visualisatie tool van Tableau en DocumentCloud voor het analyseren, annoteren en publiceren van documenten.

Infogr.am is een van de vele gratis apps voor het bewerken en visualiseren van data

Opschonen en analyseren

Robyn Tomlin, chief digital officer bij het Pew Research Center in Washington, wist eveneens een interessant rijtje digitale tools voor te schotelen. Ze kreeg ze in de vingers toen ze nog “founding editor” was van Thunderdome, inmiddels uitgegroeid tot een 50 man sterke nieuwsorganisatie onder de vleugels van Digital First Media, die digitale content produceert voor 75 dagbladsites en 200 niet aan dagbladen gelieerde websites.

Tomlin deelt datajournalistiek in vier fasen in, te weten verzamelen, opschonen, analyseren en visualiseren. Voor elke fase kent ze wel een paar nuttige tools. Voor het verzamelen noemde ze o.a. Datacatalogs.org. een lijst van open data catalogi over de hele wereld – een lijst ook die leert dat er in Nederland vooralsnog 13 open data bronnen zijn. Ook is er Tabula waarmee data die in een PDF zijn opgesloten vrijgemaakt kunnen worden.

Redigeren en visualiseren

Voor het opschonen van data is er DataWrangler, een interactieve tool voor data cleaning en transformatie. De tool werd ontwikkeld door een team op Stanford, maar is inmiddels commercieel gegaan onder de naam Trifacta. Een ander schoonmaakmiddel is Open Refine, voorheen Google Refine, dat de data ook kan omzetten naar een ander formaat of uitbreiden met webdiensten.

Het organiseren en analyseren van de data doe je volgens Robyn met Overview, dat werd ontwikkeld door Associated Press en Knight Foundation. Maar ook beschikbaar is Google Spreadsheets, voor het maken en redigeren van spreadsheets.

Scheet & drie knikkers

Voor de laatste fase, het visualiseren van de resultaten, beveelt Robyn de tool Fusion Tables van Google aan, of de Duitse open source app Datawrapper. En infographics maak je volgens haar met Infogr.am.

Voor een scheet en drie knikkers, zo is dus de boodschap, heb je alle spulletjes bij elkaar om op data gebaseerde producties te realiseren. Tijdens de Newsroom Summit werden er natuurlijk ook voorbeelden van gepresenteerd. Zo verhaalde Justin Arenstein, net als tijdens zijn bijdrage aan het International Journalism Festival 2014 in Italië, over enkele projecten in Afrika, o.a. GoToVote. Die projecten kreeg hij van de grond door inzet van de organisatie African Media Initiative, dat research verricht naar het toepassen van nieuwe technologie.

Acht tips

Voorbeelden van geslaagde datajournalistieke projecten van grote nieuwsorganisaties ontbraken tijdens deze sessie van de International Newsroom Summit. Wel waren er tips van de ervaringsdeskundigen hoe ondanks de inertie en weinig innovatieve cultuur ter redactie toch dergelijke projecten van de grond te tillen zijn:- begin met een klein en eenvoudig project;

  •  werk in een klein team, start bijvoorbeeld met een verslaggever en een ontwikkelaar;
  • palm een medewerker van de ICT-afdeling en/of het webteam in, de hele afdeling krijg je toch nooit in een keer mee;
  • experimenteer in de cloud zodat niet het redactiesysteem geraakt wordt als het misgaat; en als het misgaat: probeer het opnieuw;
  • richt je op data met context, naar data zonder context wordt maar één keer gekeken;
  • leer niet alleen de tools te gebruiken, maar ook om ze functioneel toe te passen;
  • want: alles draait uiteindelijk om het vertellen van een goed verhaal. De data alleen zijn niet het verhaal. Tell the story!

The post Hup met de geit! Datajournalistiek op redacties! appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

Regionale dagbladredacties zijn vooral routinematig met de krant van morgen bezig

De Nieuwe Reporter - wo, 29/10/2014 - 10:06

Kees Buijs deed onderzoek naar de werkwijzen van enkele regionale dagbladredacties. Zijn conclusie: de redacties kunnen hun eigen opvattingen over journalistieke kwaliteit niet waarmaken. Gonnie Eggink las zijn proefschrift en adviseert Buijs: ga de boer op met deze onderzoeksresultaten.

Kees Buijs zou met een ingedikte versie van zijn proefschrift over de kwaliteit van het redactieproces in de regionale journalistiek een ‘rondje langs de velden’ moeten maken. Dat is de gedachte die het eerst opkomt na lezing van een van de meest leesbare proefschriften over de kwaliteit van de (regionale) journalistiek van de afgelopen jaren.

Bijna tien jaar is de kwaliteit van de journalistiek het onderwerp geweest waar Buijs (onder meer oud-verslaggever en ombudsman van De Gelderlander) zich mee bezighield. De uitgebreide literatuurstudie mondde eerder uit in een boek (Journalistieke kwaliteit in het crossmediale tijdperk) dat op sommige opleidingen journalistiek wordt voorgeschreven. Die literatuurstudie sloot hij af met een reeks suggesties voor vervolgonderzoek. Buijs nam zelf het onderzoek naar het redactieproces voor z’n rekening.

Maatstaven voor kwaliteit

De vraag die Buijs onderzoekt luidt: Voldoet de regiojournalistiek als collectieve redactionele activiteit aan haar eigen kwaliteitsmaatstaven?

Hoe ging hij te werk? Nadat hij in het theoretisch kader drie perspectieven op kwaliteit uitwerkt (het professiemodel, het marktmodel en het burgermodel) maakt hij onderscheid tussen drie kernactiviteiten die op editieredacties plaatsvinden:

  1. het proces van nieuwsgaring en nieuwsselectie,
  2. de nieuwsproductie en de nieuwsproducten,
  3. de relatie tussen redactie en lezers.

Na een uitgebreide methodische verantwoording, die zich deels laat lezen als een kleine geschiedschrijving van de drie onderzochte edities (Brabants Dagblad; edities Oss en Tilburg en De Gelderlander Arnhem) beschrijft hij in drie hoofdstukken de resultaten van de observaties, de interviews, de vragenlijsten en de inhoudsanalyses.

Feest van  herkenning

De drie uitkomstenhoofdstukken zullen voor verslaggevers op regioredacties, maar zeker ook op andere nieuwsredacties, een ‘feest’ van herkenning zijn: Het redactieoverleg wordt in de regel als weinig inspirerend ervaren en de grootte van de redactie en de stijl van de voorzitter drukken een belangrijk stempel op de bijeenkomsten.

Het beeld dat van deze eerste fase van de productie van een dagblad opdoemt, is dat van een georganiseerde groep professionals die routinematig een aantal activiteiten afhandelt en op de eerste plaats aan de krant van de volgende dag denkt. Dat heeft niet alleen met tijdsdruk te maken die alle verslaggevers sowieso voelen, maar zeker ook met waarden die botsen: een deel van de verslaggevers hecht aan diepgang en reflectie (het professiemodel), terwijl in de praktijk van alledag routine en breedte (het marktmodel) voorop staan.

Digital first

Ook in de productiefase is deze botsing (Buijs spreekt over schurende culturen) merkbaar. De inhoud van de verschillende edities heeft een sterk ‘voor-elk-wat-wils-karakter’. Maar in de productiefase is deze spanning misschien nog sterker voelbaar voor de verslaggevers. Temeer omdat verslaggevers gehouden zijn aan het digital first-uitgangspunt van Wegener. Dit uitgangspunt wordt door de drie onderzochte redacties verschillend ingevuld. Er is namelijk niet alleen onduidelijkheid over de huisregels met betrekking tot publicatie op de site, ook concurrentieoverwegingen dragen er toe bij dat redacties wachten met plaatsing op het internet: een ‘dikke primeur’ wordt voor de krant bewaard.

Daar komt volgens een deel van de verslaggevers bij dat de krant teveel de boodschapper van de plaatselijke autoriteiten is geworden en te weinig de kritische volger van de lokale macht. Bovendien blijkt uit de observaties en gesprekken dat productietaken die voorheen door anderen werden gedaan nu op het bord van de verslaggevers komt te liggen. Multi- en crossmediaal werken en denken is kortom nog geen routine geworden.

Relatie tussen redactie en lezers

Tot slot behandelt Buijs de relatie tussen redactie en lezer. Dit laatste uitkomstenhoofdstuk komt er wat bekaaid af. Maar misschien is dat niet zo’n probleem: zoals vorig jaar immers uit het proefschrift van Harmen Groenhart al duidelijk werd, is de journalist niet zo gecharmeerd van de inbreng van de lezers.

Kenmerken van een lezersoriëntatie als meerstemmigheid in de berichtgeving, betrokkenheid en representatie van gewone mensen en hun leefomgeving zijn sporadisch terug te vinden in het redactioneel proces.

Vijf dilemma’s

In het slothoofdstuk formuleert Buijs het antwoord op de onderzoeksvraag. Het korte antwoord luidt: Er gaapt een kloof tussen ambities en maatstaven en de alledaagse werkelijkheid op de redactie.

Voor het langere antwoord gebruikt Buijs de metafoor van de spagaat. Hij signaleert vijf dilemma’s:

  1. Het redactie-overleg blijft beperkt tot aanpak en verdeling van taken; echte tegenspraak ontbreekt.
  2. Breed informeren wint het van verdieping en onderzoek.
  3. Produceren voor de gedrukte krant wint het van crossmediale productie.
  4. Het onderhouden van het netwerk en het kritisch volgen van de macht staan op gespannen voet met elkaar.
  5. De lezer blijft een ondergeschikte rol spelen.
Gebrek aan reflectie op redacties

De toch wat treurig stemmende conclusie is dat bijna vijftien jaar na het verschijnen van het proefschrift van Liesbeth Hermans over het beroepsmatig handelen van journalisten (op de redactie van het NOS-journaal) er bar weinig veranderd is. Het onderzoek van Buijs is vergelijkbaar met dat van Hermans. Ook zij rapporteerde over het ontbreken van echte reflectie op de redactie. Terwijl volgens Buijs het redactiecollectief het centrum van expertise, kwaliteitsbewaking en reflectie moet zijn.

Vandaar de suggestie dat Buijs met zijn verhaal de boer op moet. Want het nadeel van veel proefschriften is dat de inhoud slechts in kleine kring bekendheid krijgt. Dat terwijl de observaties van Buijs voldoende stof tot discussie bieden. Discussies die niet alleen op regioredacties, maar ook op redacties van andere journalistieke media en op opleidingen Journalistiek gevoerd moeten worden. Waarbij het de kunst zal zijn om de uitkomsten van deze discussies ook om te zetten in daden. Want tegenspraak is goed, maar woorden omzetten in daden nog beter.

De eerste aanzetten tot discussie worden komende maand overigens al gegeven. Op diverse plaatsen in het land is er aandacht voor de (kwaliteit van de) regiojournalistiek:

Kees Buijs (2014). Regiojournalistiek in spagaat: De kwaliteit van het redactieproces in de regionale journalistiek; een case-studie. Den Haag: Boom Lemma. 288 pagina’s. ISBN 9462364842.

The post Regionale dagbladredacties zijn vooral routinematig met de krant van morgen bezig appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

Blendle zal binnenkort overbodig worden

De Nieuwe Reporter - di, 28/10/2014 - 15:02

Blendle timmert lekker aan de weg met het verkopen van losse artikelen. Maar de kans is groot dat Blendle over niet al te lange tijd niet meer nodig is, vermoeden Maurits Kreijveld en Chris Aalberts. Want straks kan je betalen via de bekende sociale media.

Deze week maakte de digitale kiosk Blendle bekend een investering van 3 miljoen te hebben ontvangen van twee grote buitenlandse uitgevers (New York Times en Axel Springer). Blendle krijgt hiermee de middelen om zich verder te ontwikkelen richting het buitenland en het aanbod van titels te laten groeien. Hiermee lijkt Blendle definitief de belangrijkste digitale kiosk van Nederland te worden, ver voor de vrijwel onbekende concurrenten eLinea en MyJour. Toch zijn er kapers op de kust.

Blendle probeert in te spelen op een nieuwe manier van omgaan met nieuws. Voor met name jongeren zijn sociale netwerken als Facebook, YouTube en Twitter de plaats waar zij praten over wat hen bezighoudt. Hier worden nieuwtjes besproken en verspreid. Nieuws wordt massaal geconsumeerd op sociale media en deze netwerksites beschikken inmiddels over een miljoenenpubliek.

Direct afrekenen

Het enige wat op sociale netwerken ontbreekt, is de mogelijkheid om direct een artikel te kopen. Daarvoor zijn twee zaken nodig: een weblink en een digitale portemonnee. Blendle wil deze functies vervullen als een soort tussenpersoon tussen lezer en uitgever, maar de sociale netwerken kunnen die tussenpersoon ook zijn. En zij zitten niet stil.

Facebook introduceerde de afgelopen zomer al een betaalfunctie en Twitter heeft eveneens een betaalknop aangekondigd voor onder andere muziekaankopen. Hiermee kunnen zij een soortgelijke tussenpersoon worden tussen lezer en uitgever, zoals ook Blendle dat is.

Ook op het gebied van betalen zijn internationaal volop ontwikkelingen gaande. Paypal, Apple, Google, Mastercard en de Nederlandse banken zijn bezig eigen digitale portemonnees en betaalmethoden te ontwikkelen. Hetzelfde Facebook is al langer bezig een portemonnee te integreren op zijn sociale netwerksite.

Goedkoper

Sociale netwerksites kunnen dus de directe link worden tussen lezers kranten en tijdschriften. Het direct linken sluit niet alleen beter aan bij de gebruiker, maar is bovendien goedkoper dan Blendle. Op dit moment vragen Paypal, Google en Amazon 2% tot maximaal 5% voor de afhandeling van het betalingsverkeer. De kosten voor het doorlinken zullen dus een stuk lager liggen dan de 30% die Blendle rekent.

Hoe moeilijk het is om een eigen gespecialiseerd sociaal netwerk te bouwen (zoals Blendle wil) bleek toen Apple in 2012 het sociale netwerk Ping, onderdeel van iTunes, moest sluiten en nu volop inzet op Twitter. Sociale netwerken kunnen met relatief kleine toevoegingen eenvoudig hun dienstverlening uitbreiden naar muziek en artikelen. Daar valt lastig mee te concurreren vanwege het enorme aantal gebruikers dat al op Facebook en Twitter aanwezig is.

Nieuwsmedia die een relatie willen opbouwen met hun lezers zullen dit doen via sociale netwerksites die een veel groter publiek trekken dan Blendle en bovendien veel goedkoper zijn. Blendle is een sympathiek initiatief, maar als betalen via sociale netwerksites populair wordt, is een online kiosk snel overbodig.

Lees ook andere artikelen over Blendle op DNR.

The post Blendle zal binnenkort overbodig worden appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

“Onderzoeksjournalistiek op internet is nog altijd ondervertegenwoordigd”

De Nieuwe Reporter - zo, 26/10/2014 - 21:34

Voor het tweede opeenvolgende jaar is er geen winnaar van de digitale Loep. Waar ligt dat aan? Staat de online onderzoeksjournalistiek nog altijd in de kinderschoenen? Of heeft de jury van de Loep geen goede kijk op deze tak van journalistiek? Afgelopen maandag werd hierover gediscussieerd tijdens een VVOJ-café. “De Loep is geen prijs voor mooie verhalen.”

“Voel je je nog wel journalist dan? Omdat het zo technisch is bedoel ik.” Moderator Nico Haasbroek stelt de vraag aan Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis, die het nodige programmeerwerk deden voor hun onderzoek naar ‘trackers’ op internetpagina’s.

Met hun onderzoek voor De Correspondent legden Tokmetzis en Martijn bloot hoe grote (en vaak onbekende) bedrijven het surfgedrag op internet volgen – en dat de webmasters van die bedrijven vaak geen idee hebben dat dat gebeurt. Later deden ze het onderzoek samen met Bits of Freedom nog eens over, gericht op het gebruik van de smartphone.

Als gevolg van het onderzoek pasten tal van bedrijven hun privacyprotocollen aan. Kortom: verhalen met een behoorlijke impact en met gebruikmaking van een in Nederland nieuwe methode bovendien.

Niet goed genoeg voor de Loep

Toch was het niet genoeg voor een nominatie voor de Loep. Dat was het thema van het VVOJ-café afgelopen maandag in de redactieruimte van De Correspondent: de staat van de online onderzoeksjournalistiek.

Het is namelijk het tweede jaar op rij dat de VVOJ de Digitale Loep niet uitreikt. Overigens is het ook niet zo dat er veel inzendingen waren: twaalf slechts (tegen vijftig ingezonden teksten).

Wel werden ze door de jury allemaal te licht bevonden. Hoe kan dat? Is de online variant het onvolwassen broertje van de onderzoeksjournalistiek? Of sluiten de eisen van de Loep niet aan op de online praktijk?

Martijn en Tokmetzis kregen wel een stimuleringsprijs. Volgens de jury was het verhaal van De Correspondent te weinig onthullend voor een Loep. Dat we door trackers gevolgd worden, wist iedereen al en ook was de onderzoeksmethode niet vernieuwend, omdat die al in het buitenland werd gebruikt.

Ronald Sistermans, Bastiaan Hetebrij en Joris Janssen van Altijd Wat Monitor moesten ook genoegen nemen met een stimuleringsprijs voor Politie waar is mijn aangifte. Dat het geen Loep werd, komt doordat op de website alle meldingen chronologisch vermeld staan. Er was te weinig ‘weging’ toegepast.

De eisen van de Loep

Tijdelijk jurylid Sanne Terlingen citeert jurylid Joep Dohmen: “De Loep is niet een prijs voor mooie verhalen, daarvoor is de Tegel. De Loep gaat over de weg ernaar toe. Hoeveel tegenwerking heb je gehad, wat waren je bronnen, zijn er autoriteiten ter verantwoording geroepen, enzovoorts.”

De jury stelt daarmee dezelfde eisen aan online onderzoeksjournalistiek als aan producties op tv, de radio en in de kranten. En dan valt op dat online producties achter blijven, zegt Terlingen – die tegen wil en dank de jury vertegenwoordigt. Geen van de andere juryleden kon aanwezig zijn.

Terlingen noemt de ingezonden ‘longreads’ als voorbeeld.

“Vaak ging het om reconstructies op basis van andere bronnen. Dat is niet te vergelijken met bijvoorbeeld de NSA-files van NRC Handelsblad. Zij hebben echt hele bijzondere stappen moeten zetten om aan de documenten van Snowden te komen en om ze veilig te stellen.”

Ook liet de vorm van online journalistiek soms te wensen over. ‘Longreads’ waren dan vooral heel lange teksten, zonder dat de onderzoekers de mogelijkheden van internet benutten om het verhaal te ‘verrijken’. Die verhalen werden dan overigens wel beoordeeld als ‘geschreven onderzoeksjournalistiek’.

Kinderschoenen

De kritiekpunten worden in de zaal grotendeels gedeeld. Online is onderzoeksjournalistiek nog ondervertegenwoordigd, zegt Stephan Okhuijsen van Sargasso en voorzitter van de Vereniging Online Journalisten Nederland.

“Je ziet relatief veel datajournalistiek, maar ook dat staat nog in de kinderschoenen. Dan wordt een tabel van het CBS in een kaartje gezet en dan zeggen ze: ‘Amsterdam springt eruit’, zonder zich af te vragen waarom dat is.”

Dat geldt ook een beetje voor de productie van De Correspondent, zo vond de jury. “Had die extra vragen gesteld,” zegt Terlingen.

“Dat we online gevolgd worden, weet iedereen. Had uitgezocht hoeveel die onbekenden verdienen door ons te volgen. Dan heb je een beter verhaal: ze schenden je privacy voor maar zoveel euro.”

Dat hun productie te weinig onthullend zou zijn, betwisten Martijn en Tokmetzis trouwens.

Tokmetzis: “We hebben duidelijk opgetekend dat politici bullshit verkondigen als het over privacy gaat en dat website-beheerders zelf niet weten wat er op hun site gebeurt.”

Online onderzoeksjournalistiek is anders

De jury moet wellicht ook begrijpen dat de online journalistiek in een aantal aspecten afwijkt van de meer traditionele vormen. Okhuijsen: “Verhalen die online gepubliceerd worden ‘leven’. Er is niet een moment waarop ze af zijn. Dat wordt voor de jury dus schieten op een bewegend doel.”

Zo zijn de onderwerpen van De Correspondent en de Altijd Wat Monitor ook nog steeds in ontwikkeling. Beide produceerden inmiddels een omvangrijk dossier. Altijd Wat komt binnenkort met een vervolguitzending.

Ook zijn de methoden van de online journalistiek anders. De vraag van Haasbroek of Maurits en Tokmetzis zich nog wel journalist voelden, zal in de toekomst ondenkbaar zijn.

Wie archiefonderzoek uitvoert, jaarverslagen uitpluist of zelfs undercover gaat, hoeft niet uit te leggen dat hij journalist is. Hij gebruikt geaccepteerde methoden.

Tokmetzis heeft overigens zelf ook nooit getwijfeld aan zijn professie: “Ik voel me journalist. Normaal volg je als journalist het geldspoor. Dit onderzoek week daarin af, maar nu onderzochten we het dataspoor.

Dit verslag verscheen eerder op de website van de VVOJ.

The post “Onderzoeksjournalistiek op internet is nog altijd ondervertegenwoordigd” appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

Help, een lijstje met gratis foto’s!

De Nieuwe Reporter - vr, 24/10/2014 - 19:23

Villamedia publiceerde een artikel met 9 tips om gratis beeldmateriaal te vinden. Dat was tegen het zere been van veel fotografen. Bas de Meijer snapt de reactie van zijn collega’s niet. Er zal immers geen foto minder door verkocht worden.

De fotografen zijn boos. Villamedia, een onafhankelijk platform van de beroepsvereniging NVJ/NVF, heeft namelijk een stuk online gezet waarin verteld wordt waar een journalist gratis foto’s kan vinden voor bij een artikel. Dat kan natuurlijk niet. Hoe kan een vereniging die zegt op te komen voor (foto)journalisten wijzen op het vinden van gratis foto’s? Woede dus, blind lijkt die soms wel.

Misselijkmakend stuk

Die woede verbaast mij. Natuurlijk, de beroepsgroep heeft het lastig. De vraag naar beeld stijgt, maar er wordt steeds minder voor een foto betaald. Dat dan uitgerekend Villamedia aangeeft waar je gratis foto’s kunt halen is zuur. Een misselijkmakend stuk is het artikel al genoemd, promotie voor gratis foto’s, een mes in de rug van de hardwerkende fotograaf.

Laten we eens goed naar het artikel kijken. Makkelijk leesvoer, zoals je dat ook op NU.nl ziet, alleen dan voor de journalist. In de oorspronkelijke versie werd wat teveel nadruk gelegd op het feit dat je beeldmateriaal gratis kunt krijgen, maar dat is ondertussen aangepast. Dus wat staat er nu? Een simpel lijstje waar je als journalist kunt beginnen met zoeken als je gratis beeld nodig hebt. Dat is wellicht gek bij een vereniging die ook de belangen van fotojournalisten behartigt (eigenlijk geeft dit voorbeeld weer eens de conflicterende belangen van de schrijvende pers (vaak afnemers) en de fotograferende binnen de vereniging aan), maar de reacties van de fotografen en de voorzitter van de NVJ zijn behoorlijk overdreven.

Schadelijk artikel

Het artikel brengt schade toe, wordt beweerd. Werkelijk? Hoeveel journalisten zullen na het lezen van het artikel denken: ‘goh, nu ik weet waar ik gratis foto’s kan vinden, huur ik maar geen fotograaf meer in’? Die journalisten zijn al op zoek naar gratis beeld, omdat ze al weten dat het er is. Dan gaat het echt niet om hoogstaande journalistieke beelden. Gewoon een plaatje bij het praatje en het moet, helaas, gratis.

Dat is inderdaad een zorgelijke ontwikkeling. Maar de behoefte aan gratis beeld neemt echt niet toe door het artikel op Villamedia. Net zomin als het doodzwijgen – wat de fotografen en de voorzitter van de NVJ liever lijken te willen – het probleem helpt op te lossen. Dat is struisvogelpolitiek: als ik het niet hoor of zie, dan is het er niet. Helaas, de vraag naar gratis beeld is enorm en die zal altijd blijven bestaan.

Beter legaal gratis, dan illegaal gejat

Hoewel ik ook liever heb dat er aandacht is voor de meerwaarde van een goede foto, waar Villamedia overigens ook geregeld over schrijft, zie ik geen enkel kwaad in het omstreden artikel. Als fotograaf ben ik aan één kant juist blij met het artikel. Wie bij mij om gratis beeld komt vragen, kan ik fijn doorverwijzen. Bovendien, beter legaal gratis dan illegaal gejat zou ik denken.

Voor een aantal fotografen geldt het echter andersom. Zij halen veel omzet uit de jacht op degenen die inbreuk maken op het auteursrecht, door sommigen aangeduid als ‘winkeldieven’. Een term die de kruideniersmentaliteit van veel fotografen goed kenmerkt: ‘deze foto’s heb ik in mijn winkel en daar betaalt u bedrag X voor.’ Dat heeft jarenlang goed gewerkt, toen fotografie nog niet zo toegankelijk was als nu, waar het maken van een technisch goede foto en die te delen kinderspel is.

Nieuwe verdienmodellen

Het heeft de markt totaal veranderd. In plaats van een aanbieder van foto’s wordt van een fotograaf verwacht dat hij met een dienst op maat komt. Dat vergt een andere manier van denken en ik snap heel goed dat het lastig is om van de vertrouwde winkelmethode af te stappen. Ook ik ben op zoek naar andere verdienmodellen die bij mij passen. Daar je energie op richten geeft meer voldoening dan krampachtig vasthouden aan het verleden. Open je ogen voor de realiteit en pas je aan. Je bent tenslotte ondernemer.

Klanten moeten niet bij je komen omdat je een mooie voorraad bruikbare foto’s hebt, maar omdat jij iets unieks te bieden hebt. Laat dat generieke beeld maar lekker bij de stockbureau’s die, zoals in het artikel ook staat, vaak gratis beeld aanbieden om je alsnog tot een koop te verleiden. Want ook die bedrijven willen gewoon geld verdienen. En waarom zijn juist die foto’s gratis? Precies, omdat het gewoon algemene, vaak nietszeggende, plaatjes zijn die iedereen kan maken. Je hebt als fotograaf hopelijk genoeg zelfvertrouwen om te weten dat jij beter en interessanter beeld maakt. Zo niet, dan moet je je inderdaad zorgen maken.

Deze blogpost verscheen eerder op het weblog van Bas de Meijer.

The post Help, een lijstje met gratis foto’s! appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

EUROVISION ACADEMY Master Class: What News for what audience?

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 15:01
[Switzerland] - This masterclass with help professionals understand the motivation of the news consumers. For anyone working in news production, it is essential to be aware of the audience and what motivates them to consume the news. Because in these fast changing times, you can best keep up with the evolving techniques by looking at how people are using them.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

The 15th International Symposium on Online Journalism

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 15:01
[USA] - The International Symposium on Online Journalism at the University of Texas at Austin delivers a unique and rich repository of information on the progress of Online Journalism, with comments and insights from professionals and scholars who have been working on the frontlines.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

7th Digital Innovators’ Summit

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 15:01
[Germany] - The Digital Innovators’ Summit is an annual international digital media conference designed to bring together senior executives from content businesses, technology innovators and solution providers to understand emerging trends, share innovative ideas and solutions, see new relevant technologies and network.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

BBC Academy’s Women in Radio

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 15:01
[United Kingdom] - The BBC Academy in conjunction with BBC Local Radio is holding two further awareness days for women who are interested in presenting on BBC Local Radio in England.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

The 4th International Conference on M4D Mobile Communication for Development

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 15:01
[Senegal] - The conference is the fourth in the M4D biennial series following the inaugural conference in Karlstad, Sweden in 2008. The 2nd conference was in Kampala, Uganda in 2010 and the 3rd in New Delhi, India in 2012. M4D2014 aims to provide a forum for researchers, practitioners and all those with interests in the use, evaluation, and theorizing of Mobile Communication for Development.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

International Journalism Festival

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 15:01
[Italy] - The annual Perugia International Journalism Festival is the leading journalism event in Italy. It is an open invitation to listen to and network with the best of world journalism. The leitmotiv is one of informality and accessibility, designed to appeal to journalists, aspiring journalists and those interested in the role of the media in society. Simultaneous translation into English and Italian is provided. The festival is open to the public free of charge.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

Drie redenen waarom Facebook minder belangrijk wordt voor uitgevers

Rethinkingmedia.nl - ma, 13/10/2014 - 12:00
Een merk dat niet op Facebook zit. Bestaat het nog? De afgelopen jaren is iedereen zich massaal bezig gaan houden met het verzamelen van zoveel mogelijk likes. Overtuigd dat likes op Facebook ons veel opleveren plaatsen we dagelijks miljoenen berichten in de hoop dat deze vervolgens gedeeld en verspreid worden. Dat we nu ook betaalde […]
Categorieën: Aanbevolen door FPD

Video: Hans Laroes zoekt geld

Rethinkingmedia.nl - za, 11/10/2014 - 10:00
Hans Laroes pitcht op Yournalism.nl, een nieuw crowdfunding-platform voor journalistieke projecten. Het plan van de oud-NOS Journaal hoofdredacteur? De staat van de Nederlandse journalistiek in kaart brengen. Lees hier meer of bekijk de video: .
Categorieën: Aanbevolen door FPD

Budget app New York Times faalt

Rethinkingmedia.nl - vr, 10/10/2014 - 15:19
De New York Times laat 100 banen verdwijnen. Dean Baquet, hoofdredacteur van de NYT, liet weten dat dat noodzakelijk is om te kunnen blijven investeren in de digitale toekomst van de krant. The job losses are necessary to control our costs and to allow us to continue to invest in the digital future of The […]
Categorieën: Aanbevolen door FPD

Rondje voorspellingen

VVOJ - di, 24/12/2013 - 13:33

Traditiegetrouw vroeg Nieman Journalism Lab een lange rij ‘watchers’ en ‘kenners’ om hun journalistieke voorspellingen voor 2014. Leuk om over een jaar nog eens terug te lezen.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

Jacques Gevers est décédé à 63 ans

Le Fonds pour le journalisme - di, 11/09/2012 - 08:34
Il faisait partie du jury du Fonds pour le journalisme C'est avec une grande tristesse que nous avons appris, lundi, le décès de Jacques Gevers, âgé de 63 ans. Au terme d'une carrière remarquée, d'abord comme journaliste puis comme rédacteur en chef et enfin comme directeur de la rédaction au Vif/L'Express, Jacques était toujours actif dans le monde des médias. Depuis la création du Fonds pour le journalisme, en 2009, il faisait partie du jury qui sélectionne les projets journalistiques d'enquête. C'est toujours avec une grande gentillesse et une ouverture d'esprit remarquable qu'il analysait les projets des journalistes. Le grand reportage, l'enquête et l'investigation le passionnaient. Jacques appréciait le dynamisme des jeunes journalistes, il aimait les voir se lancer dans des projets ambitieux, et il voulait les encourager avec les bourses attribuées par le Fonds.
Mercredi 5 septembre, alors que se préparait une nouvelle délibération du Fonds, Jacques a été victime d'un accident vasculaire cérébral (AVC). Hospitalisé depuis lors dans un état critique, il est décédé lundi.
Toutes nos pensées vont à sa famille et à ses proches.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

44.124 Eur pour vos enquêtes

Le Fonds pour le journalisme - vr, 07/09/2012 - 11:15
L'échéance du 15 septembre approche à grand pas. Envoyez vos projets. Le Fonds pour le journalisme dispose de 44.124 euros pour son 12e appel à projets. Ceux-ci doivent être rentrés au plus tard le 15 septembre à minuit via le formulaire d'inscription en ligne. Le secrétariat du Fonds peut vous aider à boucler vos dossiers. Ne tardez pas. Et veillez à rencontrer tous les critères mentionnés sur le site du Fonds et dans son règlement général.
Categorieën: Aanbevolen door FPD
""