FPD STEUN ONS
 

Versterk de lokale journalistiek, schaf de regionale omroepen af

De Nieuwe Reporter - do, 18/12/2014 - 09:37

Er zijn volop zorgen over het functioneren van de journalistiek op lokaal niveau. Wordt de lokale overheid nog wel afdoende gecontroleerd? Volgen journalisten het reilen en zeilen van lokale instanties nog wel genoeg? Het is tijd voor een fundamentele herziening van mediasubsidies om de lokale journalistiek vitaal te houden, meent Alexander Pleijter. Dat zou kunnen door de subsidies voor de regionale omroepen anders in te zetten.

Hier volgt een korte samenvatting van het medianieuws van begin december 2014. Allereerst een ontslagronde bij een regionale krantenuitgever. Vervolgens nog een ontslagronde bij een regionale krantenuitgever. En toen nog een ontslagronde bij een regionale krantenuitgever.

Hier nog even de cijfers op een rij:

  • Bij de Wegenerkranten (o.a. De Gelderlander en Brabants Dagblad) verdwijnen 400 arbeidsplaatsen, waaronder 154 redactionele plekken.
  • Bij de Noordelijke Dagblad Combinatie (o.a. Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant) wordt een kruis gezet door 100 banen, waaronder 48 redactionele functies.
  • En bij de Holland Media Combinatie (o.a. Haarlems Dagblad en Leids Dagblad)  zullen extra banen geschrapt worden, bovenop de nu lopende reorganisatie waarbij 115 arbeidsplaatsen verdwijnen.

En dan te bedenken dat de genoemde krantenuitgevers de afgelopen jaren al meerdere malen reorganisaties hebben doorgevoerd waarbij veel banen verloren zijn gegaan.

Kaalslag

De commentaren op dit nieuws liegen er niet om. Menigeen rept op Twitter van een ‘kaalslag in de regionale journalistiek’. Mediahistoricus Huub Wijfjes betwijfelt in een radio-interview op RTV Noord of de regionale kranten nog wel kwaliteit kunnen garanderen.

Opnieuw klap voor regionale journalistiek, kopt NRC Handelsblad. Met meteen daaronder een aantal indringende vragen:

Wie gaat straks nog de burgemeester van Oss controleren? De woningcorporaties in Hengelo? Jeugdzorg in Middelburg? Kan de regionale pers nog zijn rol vervullen als waakhond van de plaatselijke democratie?

Journalist Margriet Vroomans twittert in dezelfde teneur:

“Kaalslag in regionale journalistiek. Juist nu gemeenten zoveel gaan doen, zo weinig journalistieke controle.”

Staf Depla, wethouder in Eindhoven, twittert:

“Opvallend. Door decentralisaties verschuift macht naar lokaal. Daar afname aandacht journalistiek.”

Vroomans en Depla verwijzen met hun tweets naar de decentralisatie van overheidstaken, die inhoudt dat gemeenten vanaf 2015 taken gaan overnemen van de rijksoverheid. Meer verantwoordelijkheden voor de lokale overheden dus, maar steeds minder slagkracht voor de lokale journalistiek om het reilen en zeilen van die lokale overheden in het oog te houden.

Eerdere zorgen

De zorgen over de lokale en regionale journalistiek zijn niet van vandaag of gisteren. In 2008  kopt Trouw al: Regionale krant wordt tandeloze waakhond. In het stuk is te lezen dat de regioredacties van de Wegenerkranten op hun tandvlees lopen. Journalisten hebben nauwelijks nog tijd om in belangrijke kwesties te duiken.

In 2009 signaleert de Tijdelijke Commissie Innovatie en Toekomst Pers (de Commissie Brinkman) dat de problemen bij regionale kranten urgent zijn. Ze zijn door opeenvolgende bezuinigingen steeds minder in staat om voldoende te investeren in de regionale verslaggeving.

In 2010 constateert Trouw-journalist Alwin Kuiken dat de pers de lokale politiek steeds meer links laat liggen. Uit zijn onderzoek blijkt dat er steeds vaker geen journalisten aanwezig zijn bij gemeenteraadsvergaderingen.

Deze trend wordt in 2013 bevestigd door onderzoek van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek: met name in kleine gemeentes wordt de lokale politiek nog amper gevolgd door de journalistiek. René van Zanten, algemeen directeur van het Fonds, spreekt in een reactie op de uitkomsten van het onderzoek van een ‘verschraling van de nieuwsvoorziening in de regio':

“De regionale media trekken zich door bezuinigingen terug uit de haarvaten van de samenleving en nieuwe initiatieven delven na enkele maanden het financiële onderspit.”

De staatssecretaris vindt het ‘spannend’

En wat vindt Sander Dekker, de staatssecretaris die gaat over het mediabeleid, van de problemen bij de regionale kranten? Hij vindt het ‘spannend’, zo vertelt hij eind november in een interview met Vrij Nederland:

“Ik vind het spannend om te zien wie er in slagen zich aan de veranderde wensen van de consument aan te passen en wie niet. Ik zelf lees ook haast geen papieren krant meer.”

Het interview met staatssecretaris Sander Dekker op de website van Vrij Nederland.

De staatssecretaris ziet parallellen met de muziekindustrie:

“Je hebt het zien gebeuren in de muzieksector. Vroeger was die in handen van de grote labels, elke straat had wel een platenwinkel. Bedrijven die te lang vasthielden aan hun traditionele manier van werken zijn opzij geschoven door iTunes en Spotify die de markt revolutionair hebben veranderd. Er is nog net zoveel goede muziek als vroeger maar het zijn anderen die er een boterham aan verdienen. Zo zal het met het nieuws ook gaan.”

Terwijl de Commissie Brinkman en het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek alarmerende kreten slaken over de stand van de journalistiek in de regio, lijkt de staatssecretaris van mediazaken louter een bedrijfseconomische uitdaging te zien, waarvoor bedrijfseconomische oplossingen afdoende zijn: aanpassen aan de wensen van de consument.

Mensen informeren over maatschappelijke zaken of ze naar een muziekje laten luisteren: het lijkt voor Sander Dekker geen verschil te maken.

Is het erg?

Is het dan zo erg dat de journalistieke slagkracht op lokaal en regionaal niveau afbrokkelt? Ja, dat is erg. Niet eens omdat er elke dag of week een stuk over de lokale politiek in de krant moet staan, maar vooral omdat de instanties moeten weten dat er op ze gelet wordt.

Jeroen Smit, hoogleraar journalistiek in Groningen, benadrukte vorige week in zijn speech ter ere van het 80-jarig bestaan van ANP het belang van journalisten die wethouders of bestuurders van zorginstellingen of van grote bedrijven regelmatig bellen om kritische vragen te stellen.

Wat krijg je dan: dat de andere kant van de lijn dan denkt….Oh oh, er wordt op mij gelet, ze houden me in de gaten. Laat ik maar binnen de lijntjes kleuren. Het op deze wijze tot stand brengen van checks and balances is een zeer belangrijke taak van journalistiek. Ik noem dit het maatschappelijk rendement van journalistiek.

Het is belangrijk dat het gebeurt, maar geld verdien je er niet mee. Vandaar dat Smit ervoor pleit om dit soort journalistiek te bekostigen met gemeenschapsgeld. Dat betekent overigens niet dat we meteen met de pet rond moeten gaan om geld in te zamelen:

met die 600 miljoen euro die nu naar de publieke omroep gaat (naar cakes bakken en nieuws over Onno Hoes), en slechts gedeeltelijk naar journalistiek kan je al heel veel doen.

Dit is de spijker op zijn kop. Er gaat heel veel overheidsgeld naar ‘de media’, maar de besteding ervan kan vele malen beter. Dat geldt ook voor het geld dat we als samenleving uitgeven aan regionale media. De vraag is natuurlijk hoe.

Samenwerking

Eerst nog even terug naar mediastaatssecretaris Dekker. Hoe kijkt hij er tegenaan? In het VN-interview zegt hij er in elk geval geen brood in te zien om regionale kranten de helpende hand te bieden met geld van de belastingbetaler:

“We ondersteunen als overheid geen kranten. Ik zou het toejuichen als ze op regionaal niveau vaker met de omroep zouden samenwerken, dat gebeurt al in Limburg en Noord-Brabant.”

Samenwerking tussen regionale omroepen en regionale kranten ziet de staatssecretaris dus als een goede zet.

Maar gaan de regionale omroepen voor het geld dat ze van de overheid krijgen dan trouw naar de gemeenteraadsvergaderingen? En bellen die elke week met alle wethouders en andere bestuurders?

Nee, dat lukt niet, vertelt Omroep Brabant directeur Henk Lemckert vorige week in het Brabants Dagblad:

We moeten de hele provincie coveren dus het is een utopie dat we bij elke raadsvergadering kunnen zitten. We zetten meer in op onderzoeksjournalistiek maar we hebben beperkte middelen.

Beperkte middelen? 17 miljoen euro heeft hij jaarlijks aan subsidiegeld te verspijkeren. Maar we moeten ook de Marathon van Eindhoven live uitzenden, verweert de Omroep Brabant-directeur zich. En carnaval natuurlijk. En de Brabantsedag. En het bloemencorso.

En waar liggen de prioriteiten van Omroep Brabant op internet? Directeur Lemckert:

“Daar kiezen we voor het korte, snappy nieuws. Af en toe zoeken we daar de grenzen op. Een bewuste keuze. Als we dat alleen maar zouden doen, doet het iets af aan de journalistiek. Maar wij doen het ter verrijking van de site. Wij zetten berichten snel online: als het zo relevant is dat we het principe van wederhoor niet kunnen toepassen dan publiceren we.”

Dat zijn dus de keuzes die een regionale omroep als Omroep Brabant maakt: live uitzendingen van evenementen plus kort en snel nieuws, waarbij journalistieke principes als het zo uitkomt aan de kant geschoven worden. De Omroep Brabant-directeur ziet dat blijkbaar als een zinvollere besteding van gemeenschapsgeld dan een fundamentele investering in lokale en regionale journalistiek.

Mastodonten

Nu heeft staatssecretaris Dekker ook al geen hoge pet op van de bestuurders van publieke omroepen. In het VN-interview zet hij ze weg als ‘mastodonten’ die geen verandering willen:

“Ik zit hier voor de kijker, luisteraar en belastingbetaler. Niet voor Hilversumse mastodonten die krampachtig willen vasthouden aan hoe het vroeger was.”

Het klinkt alleen wel als de pot die de ketel verwijt dat ‘ie zwart ziet. Want is het niet ook juist de politiek die krampachtig vasthoudt aan hoe het vroeger was? De kranten oproepen om met de tijd mee te gaan en tegelijkertijd het mediabeleid slechts marginaal veranderen: dat is nou ook niet echt vooruitstrevend.

Waarom bijvoorbeeld omroepen wel subsidiëren en kranten niet? Erger nog, waarom een omroep subsidiëren die prioriteit geeft aan live-uitzendingen over de marathon en het carnaval? Terwijl tegelijkertijd de journalistieke bemoeienis met de lokale politiek afneemt?

Het kan ook anders. Zoals Jeroen Smit in zijn eerder genoemde toesprak zei: we hoeven niet meer belastinggeld op te gaan halen, we moeten het anders gaan besteden. Aan journalisten die zorgen voor maatschappelijke rendement, zoals Smit het noemt.

Journalisten die een gemeente bijvoorbeeld continue kritisch volgen. Laten we dus het geld van de regionale omroepen zo veel mogelijk gaan besteden aan journalisten. En zo min mogelijk aan gebouwen, apparatuur, directeuren en wat dies meer zij. Die journalisten laten we zo goedkoop mogelijk publiceren: op internet.

Rekensom

Laten we eens een snelle rekensom maken.

145 miljoen gaat er momenteel jaarlijks naar de regionale omroepen in Nederland. Als we dat geld nou eens zo veel mogelijk zouden investeren in journalisten die de lokale en regionale politiek gaan volgen. Nederland kent per 1 januari volgens het CBS 393 gemeentes. Dat betekent dat we een dikke 365 duizend euro per gemeente kunnen verspijkeren. Daar kan je makkelijk 3 journalisten per gemeente voor aan het werk zetten. En dan hou je nog aardig wat geld over.

We kunnen ook rekenen vanuit het aantal arbeidsplaatsen bij de regionale omroepen: 1303 fte’s telden de regionale omroepen in 2013 (dat zijn de recentste cijfers die ik kon vinden, in het jaarverslag van koepelorganisatie ROOS). Als we dat aantal delen door het aantal van 393 gemeentes in Nederland, dan komen we wederom op ruim 3 journalisten per gemeente. En dan kunnen we het geld dat regionale omroepen nu uitgeven aan gebouwen en apparatuur, besteden aan ontwikkeling en beheer van de websites waar de journalisten gaan publiceren.

In  kleine gemeentes heb je wellicht genoeg aan 2 journalisten die de boel in de gaten houden. En in grotere gemeentes heb je er wellicht wat meer nodig. En met wat schuiven kunnen we dan ook nog wel wat journalisten betalen die op provinciaal niveau werk kunnen verzetten. Plus een hoofdredacteur per provincie.

Alles wat deze journalisten uitzoeken en maken, wordt gepubliceerd op een lokale site. Niet om andere media (zoals de regionale krant) te beconcurreren, want al het snelle nieuws (ongelukken, branden en noem maar op) komt er niet op. Andere media mogen juist al die producties gratis en voor niets overnemen.

Moed

Het is maar een snelle schets en berekening. Wat ik maar wil zeggen: het is zeker mogelijk om de lokale waakhond meer leven in te blazen. Het vergt alleen wat lenig denkwerk. En vooral ook euvele moed. Het betekent namelijk: afscheid nemen van de regionale omroepen. Maar daar krijgen we iets nuttigs voor terug.

De vraag is of mediastaatssecretaris Dekker de man met moed wil zijn of zich liever schaart tussen de mastodonten die alles het liefst bij het oude laten.

The post Versterk de lokale journalistiek, schaf de regionale omroepen af appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

De regionale krant is goud waard: moeten gemeentes bijspringen?

De Nieuwe Reporter - di, 16/12/2014 - 16:04

Met de overname van Wegener door de Persgroep zullen veel arbeidsplaatsen verloren gaan. De zorgen over de lokale journalistiek nemen daarom toe. Ook bij Toine Theunis, wethouder in Roosendaal. Hij vraagt zich daarom af of de lokale overheden wellicht middelen zouden moeten reserveren voor politieke en maatschappelijke verslaggeving op lokaal niveau.

Kaalslag bij Wegener: 400 banen weg na overname door De Persgroep. Wegener is uitgever van onder meer regionale kranten als De Stentor, De Gelderlander, De Twentsche Courant Tubantia, het Eindhovens Dagblad, BN DeStem en PZC.

Op NU.nl vertelt Christian Van Thillo, topman van De Persgroep, over zijn plannen met de Wegenerkranten:

“Ons startpunt is investeren in de redactionele kwaliteit, want dat is het bestaansrecht van onze merken. Daarnaast moeten we kijken hoe onze nieuwsproducten slimmer kunnen aansluiten op de veranderende consumentenbehoefte.”

Susan Duinhoven, bestuursvoorzitter van Wegener, zegt op NU.nl dat het samenvoegen van de bedrijven voordelen oplevert voor zowel lezers als adverteerders. Zij gaan “dikkere en afwisselendere” kranten krijgen en worden online “veel beter” bediend.

Critici zijn het er met elkaar wel over eens dat Wegener in betere handen is bij een ‘echt’ krantenbedrijf als De Persgroep. De vorige eigenaar Mecom is immers een investeringsmaatschappij. Maar ook De Persgroep zal scherp sturen op het behalen van aanvaardbaar rendement.

Overvloed en onbehagen

Van Thillo gaat voor de consumentbehoefte. Susan Duinhoven belooft dikkere, afwisselendere kranten met op zaterdag dikke bijlagen vol met life-style-informatie. Dit deed mij denken aan een blogpost die ik begin december schreef over Overvloed en Onbehagen. Wegener en De Persgroep gaan hier voor de overvloed, want dat kan worden bereikt met schaalvergroting en digitalisering.

Maar hoe zit het met het onbehagen? Is een goede regionale krant niet van groot belang voor de binding in een lokale samenleving? Dan gaat het niet alleen om de stukjes over de wedstrijden van de lokale voetbalclub of een leuke kerstmarkt in het wijkwinkelcentrum. Het gaat ook over de lokale democratie die de afgelopen decennia al zo enorm onder druk staat.

Wat bindt ons nog? Wij maken ons als burgers grote zorgen om werk, zorg, eenzaamheid, enz. Een aanvankelijk verfoeid begrip als participatiesamenleving begint langzaamaan vorm te krijgen. Dan is het juist van groot belang om wat er binnen die samenleving speelt met elkaar te delen. En ja, een simpele krant – al of niet digitaal – speelt daarin een hele grote rol.

Zorgen om de lokale openbaarheid

In het rapport Zorgen om lokale openbaarheid: Veranderend medialandschap gevolgen voor de lokale democratie [pdf!] schetst Pieter Nieuwenhuijsen een verschralend lokaal medialandschap. De eerste zin van het rapport luidt:

“Openbaarheid is een basisvoorwaarde voor een functionerende democratie. Media spelen hier als intermediair een vitale en onmisbare rol.”

Juist de lokale democratie wordt zeer hard getroffen met het verschralen van de lokale media. Daar waar de kloof tussen volksvertegenwoordiging en burger al decennia lang als een probleem wordt ervaren, is deze verschraling een flinke klap. Ook voor het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie zijn regionale media een middel om het grotere publiek te bereiken. Via de krant is het mogelijk om een grote groep burgers gratis en voor niets te bereiken.

Wat voor de gemeente geldt, geldt evenzeer voor allerlei maatschappelijke instanties, verenigingen, enz. Ook zij zijn afhankelijk van een goede berichtgeving die zij vanuit eigen middelen nooit voor elkaar zouden krijgen.

Wat als de regionale krant wegvalt?

Het huis-aan-huisblad is weliswaar een mogelijk substituut maar zal nooit het onafhankelijke journalistieke niveau halen van een regionaal dagblad. Pieter Nieuwenhuijsen bevestigt dit ook in zijn rapport. In Nederland zijn al enkele regio’s waar geen regionaal dagblad meer verschijnt. Een voorbeeld is Almere. Geen stad en regio die bekend staan om de grote maatschappelijke binding.

De Persgroep is een echt krantenbedrijf maar zal men de kracht van het regionale dagblad erkennen? In West-Brabant heeft BN DeStem een flinke positie en staat landelijk bekend om haar stevige politieke en lokale journalistiek. Wat als dit gedeeltelijk wegvalt? Zal de West-Brabander overstappen naar een landelijk dagblad van De Persgroep of wordt het abonnement gewoon opgezegd? Ik vrees toch het laatste. Wij houden nog steeds van ons krantje en het lokale ‘geneuzel’. Ik hoop dat De Persgroep ervoor waakt om het kind niet met het badwater weg te gooien.

Andere oplossingen?

Zijn er andere oplossingen? In 2010 haalden het Friese Achtkarspelen en het Utrechtse Renswoude het landelijke nieuws omdat zij op kosten van de gemeente een freelance raadsverslaggever inhuren voor de politieke verslaggeving. Beide gemeentebesturen wilden het beeld van een lege perstribune niet langer aanzien en besloten zelf het heft in handen te nemen. Kwalijke zaak? Vreemde praktijken?

De Rijksoverheid blijft zich wel bemoeien met de publieke omroepen. De staatssecretaris heeft zijn plannen bekendgemaakt voor de modernisering van de Mediawet. De regionale omroepen worden nu betaald door de provinciale overheid. Maar de Rijksoverheid is verantwoordelijk. Dat is niet handig. Daarom moet de Rijksoverheid volgens de staatssecretaris ook weer verantwoordelijk worden voor de financiering. Blijvende zorg, aandacht en vooral geld voor de regionale radio en TV, maar niet voor de geschreven pers. Is dit in balans?

Dus waarom zou het een vreemde gedachte zijn als lokaal middelen worden gereserveerd voor lokale politieke en maatschappelijke verslaggeving? Uiteraard moet ten alle tijde de journalistieke objectiviteit geborgd zijn. Met de verschraling van de lokale verslaggeving neemt de druk op de gemeentelijke communicatie toe. Dat kost altijd meer geld en is bovendien minder effectief dan de regionale krant. Een goede stadsredactie van een regionale krant is letterlijk en figuurlijk goud waard. Laten we hopen dat meneer Van Thillo dat ook vindt. Maar bovenal: laten wij dat ook vinden.

The post De regionale krant is goud waard: moeten gemeentes bijspringen? appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

Krantenpapier is het nieuwe vinyl

De Nieuwe Reporter - di, 16/12/2014 - 11:28

De verandering die de journalistiek doormaakt is net zo fundamenteel als de overgang naar de massapers aan het eind van de negentiende eeuw. Ook toen gingen verdienmodellen en functies van journalistiek volledig over de kop. Er is passie, creativiteit en durf nodig om de regionale journalistiek opnieuw uit te vinden, betoogde Marcel Broersma tijdens het symposium ‘Hoe verder met de Friese media?’ van het Koninklijk Fries Genootschap.

Het is nog nooit zo goed gegaan met de journalistiek. Nieuws en informatie zijn voor iedereen onder handbereik. Meer dan ooit tevoren worden er dagelijks interessante, intelligente en goed vertelde verhalen en analyses gemaakt. De mogelijkheden die te verspreiden onder geïnteresseerde publieken zijn onbegrensd.

Nooit eerder werden nieuwsconsumenten zo goed en uitvoerig geïnformeerd. Nooit eerder werd de wereld voor hen zo uitvoerig geduid en in kaart gebracht. Nooit eerder werd de macht zo hartstochtelijk gecontroleerd.

Na het nieuws van de afgelopen dagen over ontslagen in de regiojournalistiek en de onheilspellende aankondiging voor de bijeenkomst van vandaag verwachtte u het misschien niet: het is nog nooit zo goed gegaan met de journalistiek.

Maar toch. Bij alle enthousiasme, alle nieuwe digitale mogelijkheden en de schatkist aan informatie die voor burgers is opengegaan, is er ook een keerzijde. Vertrouwde nieuwsmedia, en dan met name de dagbladen, hebben het moeilijk in een onstuimig medialandschap dat momenteel fors wordt opgeschud. Vorige week hoorde het personeel van de NDC in het Friesch Paardencentrum te Drachten (!) dat 105 banen verdwijnen, waarvan 48 op de redacties. Bij de kranten van Wegener verdwijnen bijna 275 banen, waarvan 93 op de redacties. Ook bij de regionale omroepen zal weer bezuinigd moeten worden.

Is dat een probleem?

Ja, dat is een groot probleem. In de eerste plaats voor de mensen die hun baan verliezen. In de tweede plaats voor de democratie. In een periode waarin steeds meer bevoegdheden worden overgeheveld naar lokale en provinciale overheden, is democratische controle daarop van het hoogste belang. Iedere bestuurder moet af en toe – en het liefst heel regelmatig – de druk voelen van een kritische journalist, hijgend in zijn nek.

Maar wat daarnaast vaak over het hoofd wordt gezien: journalistiek heeft ook een sociale functie. En die is van minstens evengroot belang. Journalistiek gaat niet alleen over het controleren van de macht en het faciliteren van burgerschap. Het gaat ook over identiteit, gemeenschapsvorming en samenleven.

Nieuws is het smeermiddel voor een goed functionerende samenleving. Het biedt burgers een gedeeld referentiekader. Zonder nieuws en informatie is het niet mogelijk om op elkaar betrokken te blijven – hoezeer dat soms ook schuurt. Een gemeenschap is geen gegeven, maar een product van discussie en onderhandeling. Journalistiek is nodig om dat proces te faciliteren en te bewaken.

De regionale dagbladen, en in mindere mate, de huis-aan-huis bladen en de regionale en lokale omroep vormen de ruggengraat van het lokale nieuws. Zij verschaffen burgers de informatie die ze nodig hebben om deel te kunnen nemen aan de samenleving.

De waakhondfunctie is vooral in handen van dagbladen, concludeerde het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek vorig jaar in een studie naar lokaal nieuws. Voor de infrastructuur voor lokaal en regionaal nieuws zijn regionale kranten van het grootste belang.

Aan de onderkant komen er wel nieuwe online initiatieven bij, variërend van lokaal gewortelde nieuwsplatforms tot de TMG-formule Dichtbij. Friesland heeft bijvoorbeeld niet te klagen over het aanbod aan online nieuwssites. Maar de kwantiteit is omgekeerd evenredig aan het bereik. Er wordt wel veel gezonden maar weinig ontvangen. En de kwaliteit van de boodschap valt soms tegen. Daarmee is het gat dat valt in de regionale journalistiek dus nog niet gevuld.

Paradox

Kortom: hier ligt een interessante paradox

Het gaat goed met de journalistiek. De kwaliteit is een stuk beter dan, zeg, twintig jaar geleden. Maar steeds minder mensen nemen een abonnement op een krant. De duurzaamheid van traditionele massamedia en de infrastructuur voor regionaal nieuws staan daarmee onder druk. Hoe kan dat? Gaat de journalistiek aan zijn eigen succes ten onder?

Onder deze paradox liggen twee ontwikkelingen die journalistiek – en breder: media, nieuws en informatie – structureel veranderen.

Ten eerste hebben we te maken met de overgang van een industriële logica naar een post-industriële logica gebaseerd op netwerken en digitale technologie. Hierdoor verandert het speelveld voor journalistiek fundamenteel.

Ten tweede verandert gemeenschapsvorming van karakter. Wat een gemeenschap (of in Friesland: mienskip) is – hoe die tot stand komt en functioneert – is veel minder eenduidig dan, zeg, dertig jaar geleden.

In essentie hebben alle gevestigde nieuwsorganisaties met deze ontwikkelingen te maken. Er is hierbij weinig verschil tussen landelijke – of zelfs internationale – en regionale of lokale media: de mechanismen zijn hetzelfde. Die zijn “disruptive”, zoals Clayton Christensen van de Harvard Business School ze noemt – ze ontwrichten de bestaande verhoudingen in het mediaveld.

Kenmerk van ontwrichtende vernieuwing is dat, in de woorden van Christensen, “doing the right thing, is doing the wrong thing”. Managers – en hier ook: journalisten – kunnen alles goed doen: het bestaande product verbeteren, de bedrijfsvoering efficiënter maken en de winst maximaliseren. Kortom: alles wat de regionale journalistiek de afgelopen decennia heeft gedaan.

Maar deze strategie van “incrementele” groei werkt niet wanneer een nieuwe technologie – zoals internet en digitalisering – de markt ontwrichten. Nieuwe spelers boren nieuwe behoeftes aan en bevredigen bestaande behoeftes op een betere manier. Een beetje aanpassen is dan niet genoeg. Je moet buiten de gebaande paden kunnen denken, kunnen innoveren, durven falen – genoegen nemen met lage winsten of grote aanloopverliezen.

“Companies that don’t continue to experiment, companies that don’t embrace failure, they eventually get in a desperate position where the only thing they can do is a Hail Mary bet at the very end of their corporate existence”, zei Amazon-topman Jeff Bezos onlangs. “Whereas companies that are making bets all along, even big bets, but not bet-the-company bets, prevail.”

Het onderliggende probleem van de (regio-)journalistiek is dat zij onvoldoende onderkent dat het ecosysteem voor nieuws en informatie structureel verandert – en al veranderd is. Het is voor gevestigde mediabedrijven niet alleen heel moeilijk om te veranderen – het is ook niet zo aantrekkelijk. Het gaat hier niet alleen om onvermogen, maar ook om onwil.

Industriële logica

Laten we met de eerste ontwikkeling beginnen: de journalistiek houdt zichzelf gevangen in een industriële logica.

Wie de huidige situatie wil begrijpen, moet zich realiseren dat journalistiek een laat 19e eeuwse uitvinding is. En dat er sindsdien in essentie weinig aan het vak is veranderd.

Wat bedoel ik hiermee? De journalistiek is in al zijn facetten georganiseerd volgens een industriële logica. Die logica is er één van schaal en efficiëncy. Traditionele massamedia gaan uit van een monopolie op distributie en maken zo efficiënt mogelijk één identiek product voor een zo groot mogelijk publiek.

De hele bedrijfsvoering is hierop ingericht: van het business model (het verkopen van abonnees aan adverteerders) tot het drukken van de krant en de distributie. Maar ook: het redactieproces. Dat is helemaal ingericht om volgens vaststaande routines iedere dag zo snel en effectief mogelijk de pagina’s van dat ene product te vullen.

Wie schaal verliest, heeft in dit model direct een majeur probleem in zijn bedrijfsvoering. De strategie van uitgevers in de afgelopen decennia is daarom te vatten in drie woorden: schaalvergroting, kostenreductie en prijsverhoging.

Heel rationeel, maar geen klimaat waarin innovatie gedijt.

De huidige malaise bij de Noordelijke Dagblad Combinatie (NDC) is voor een groot deel terug te voeren op handelen volgens deze industriële logica. Basisverbreding, via de aankoop van een uitgeverij van publieksboeken (VBK) en een uitgever van schoolboeken (ThiemeMeulenhoff), moest schaal – en dus zekerheid – garanderen.

Dat was een defensieve strategie en weinig vooruitziend, want de boekenmarkt is aan dezelfde ontwikkelingen onderhevig als de krantenmarkt. Met de opkomst van het internet en digitale technologie is de consument niet meer aangewezen op een beperkt aantal fysieke informatiedragers. Die manoeuvreert om de duurbetaalde distributiemonopolies van uitgevers heen. In plaats van te verbreden, had de NDC dus beter kunnen innoveren.

Het is de vraag – zeg ik retorisch – of de industriële logica waarvan de bedrijfstak is doordrenkt nog werkt in de netwerksamenleving. Nu oplages teruglopen is schaal steeds moeilijker te bereiken. De afgelopen decennia – kijk naar Wegener en nu de NDC– hebben we machteloze pogingen gezien om hieraan vast te houden.

Waarom? Niet omdat het slecht ging met het dagbladbedrijf. Sterker nog: het gaat veel te goed. Ok, er worden minder kranten en advertenties verkocht, en er wordt gesnoeid op redacties, maar de prijselasticiteit van de krant is hoog – net als de winstmarges. Als je als uitgever de prijzen ieder jaar maar een beetje verhoogt, dan zijn er weliswaar minder lezers maar blijven de inkomsten op peil. De lezer en zijn krant: tot de dood ons scheidt.

Uitgevers zijn zich blijven vastklampen aan het verleden en aan een logica die snel verdwijnt, maar nog wel winstgevend is. Uitgevers maken nog steeds marges waar Albert Heijn straaljaloers op zou zijn. Waar een retailer blij is met een procent of 5 tot 7, willen krantenuitgevers dubbele cijfers schrijven.
Papier rendeert. Waarom zou je die kip met de gouden eieren om zeep helpen?

Er is dus weinig drive om echt te veranderen – ook al omdat er geen duidelijk business model is (of was) voor online journalistiek. Het resultaat: als krantenconcerns niet oppassen, kachelen ze zachtjes naar het einde.

Behoudzucht op redacties

Niet alleen uitgevers zijn behoudend. Op redacties is het niet veel beter. En dat is bedoeld als een constatering, niet als een verwijt.

Ook redacties – blijkt bijvoorbeeld mooi uit het pas verschenen boek van Kees Buijs over het gebrek aan vernieuwing bij regionale kranten – zijn nog helemaal georganiseerd volgens de geldende industriële logica. Pagina’s vullen tot de deadline. Volgens het ritme van het fysieke product.

Uit onderzoek van Klaske Tameling (Rijksuniversiteit Groningen) op nieuwsredacties blijkt dat journalisten zichzelf ook in die termen zien: ze zijn “dagbladjournalist” of werken bij een programma. Online zien ze als tweede garnituur, zo blijkt uit haar boek over convergentie en crossmediale journalistiek dat dit voorjaar verschijnt.

Ondertussen vinden die journalisten wel dat ze professioneler zijn geworden, kritischer, dat ze toegankelijker schrijven en gewoon een betere krant of uitzending maken. En de cynische werkelijkheid is: ze hebben gelijk.

Maar het kenmerk van ontwrichtende vernieuwing is dat het bestaande beter doen, geen oplossing biedt voor de toekomst. Terwijl journalisten professionaliseerden, vergaten ze één ding: te denken vanuit de lezer. Onafhankelijkheid was het hoogste goed. Journalisten maakten het nieuws. Lezers moesten lezen.

In welke functie nieuws voorzag, laat staan of en hoe het de lezer bereikte, dat was niet tot nauwelijks onderwerp van gesprek. “De lezer neemt de krant met eerbied en leest hem in gehoorzaamheid”.

Die lezer haakte af – en haakt steeds verder af. Of beter gezegd: er komen te weinig nieuwe, jonge lezers bij. De nieuwsconsument is ook kritischer geworden: zijn leefritme en mediagebruik zijn veranderd. Voor jongeren geldt dat mobiel zo langzamerhand het belangrijkste platform is. De hele dag door – veelal op momenten dat er even niets beters te doen is – wordt even snel het nieuws gecheckt.

Mediagebruik is fluïde en in toenemende mate sociaal: nieuws komt tot je via zoekmachines en sociale media. Via aanbevelingen van mensen in je netwerk. Minder dan vijftig procent van de bezoekers van de meeste nieuwswebsites landt nog direct op de homepage. Het heeft Amerikaanse media-watchers er al toe gebracht de homepage dood te verklaren.

Nieuwsconsumenten hebben het nieuws al lang ontbundeld – nog voor Blendle en ver voordat uitgevers hierover na gingen denken. Zij gaan steeds minder uit van één nieuwsproduct dat het hele jaar door voor hen samenvat wat er de afgelopen 24 uur zoal is gebeurd, zoals de krant en het journaal. Zij vinden associatief hun weg in het totaalaanbod van nieuws online. Zij monitoren, checken en snacken het nieuws via tal van kanalen. Hun perceptie van wat nieuws is, verschilt per groep en per gelegenheid.

En ondertussen maakten journalisten de krant. En programma’s. Elke dag weer. Voor steeds iets minder mensen en met steeds iets minder redacteuren. Het zou naïef zijn hen te verwijten dat ze niet zijn gaan pionieren. Zij zijn bezig met hun verhaal. Om dat in de beperkte tijd die ze hebben zo goed mogelijk te maken. Met hart en ziel. En uit onderzoek, bijvoorbeeld uit de enquête die mijn Groningse collega Jeroen Smit enkele jaren terug deed voor zijn oratie, blijkt dat ze dat ook het liefst willen blijven doen. Op dezelfde manier als in de afgelopen decennia.

U denkt nu wellicht dat ik een wat karikaturaal beeld schets: alsof er sinds 1875 niets is veranderd. Ja en nee. Kranten hebben ook het internet ontdekt, hebben apps gemaakt, video, ze proberen crossmediaal te denken. Maar mijn punt is: die veranderingen zijn incrementeel, vinden plaats binnen de kaders van de bestaande industriële logica – en miskennen daarmee de wezenlijke, structurele veranderingen in de markt voor nieuws. Online was voor kranten “gewoon” een nieuw platform.

Nogmaals: een beetje veranderen is niet genoeg. Om journalistiek te bedrijven die aansluit bij het ritme van online en verschillende deelpublieken bedient met passende producten, is een ander type logica nodig. Een logica die past bij een post-industriële netwerk-samenleving. Daarvoor moet de cultuur van de organisatie op zijn kop worden gezet. Dat is buitengewoon lastig – en helemaal in gevestigde mediabedrijven die doordrenkt zijn met de oude, vertrouwde industriële logica.

Regionale gemeenschappen

Waar journalistiek een laat negentiende-eeuwse uitvinding is, zijn onze huidige regio’s vroeg negentiende-eeuwse uitvindingen. Regionale en stedelijke identiteiten die wij nu als vanzelfsprekend ervaren, zijn geconstrueerd in het proces van eenwording van Nederland.

Kranten speelden daarin een belangrijke rol. Zij lieten dagelijks zien in hun berichtgeving welke plaatsen en bevolkingsgroepen bij de regio hoorden. Zij gaven invulling aan regionale identiteit: wat betekende het nu om Fries te zijn, welke gebruiken, rituelen, eigenaardigheden hoorden daar nu bij? Hoe zat het met taal en geschiedenis?

Identiteit en regionale gemeenschappen zijn geen vanzelfsprekendheid. Dat wordt vaak vergeten, hoewel in Friesland wat minder vaak dan elders. De krant, en later de omroep, heeft de regio mede geschapen. Zij schiep een verbeelde gemeenschap van mensen die elkaar niet persoonlijk kenden, maar wel beseften dat zij bij elkaar hoorden.

Een succesvol regionaal dagblad staat midden in de samenleving en profiteert van de sociale verbanden die zij helpt te creëren. Maar onder invloed van communicatietechnologie is de aard van die sociale verbanden veranderd. De regionale krant verschaft haar lezers een totaalpakket van grotendeels onsamenhangende berichten die louter gemeen hebben dat ze in een bepaald gebied zijn gebeurd. Maar het lokale en regionale is minder dwingend geworden bij de vorming van gemeenschappen.

Langzaam maar zeker verdampen grote overkoepelende identiteiten en raakt het publiek gefragmenteerd. Nu de mogelijkheden om gratis en associatief informatie te vinden razendsnel toenemen, volgen nieuwsconsumenten online vooral hun interesses. Die worden soms bepaald door de plaats waar iets is gebeurd, maar vaak ook door het onderwerp. Of mede door het onderwerp.

Nieuwsconsumenten vinden niet alles interessant wat in de regio is gebeurd, omdat het in de regio is gebeurd. De leidelijke burger van weleer die zich uit opperste plichtsbetrachting door al het regionale nieuws heen worstelde, heeft plaatsgemaakt voor een kritische consument. Die verenigt zich ook, of vooral, in interesse- of smaakgemeenschappen.

Betekent dit nu dat regionale journalistiek minder waardevol is geworden? Nee – volstrekt niet.

Uit een beperkt onderzoek dat we vorig jaar aan de Rijksuniversiteit Groningen deden naar nieuwsgebruik van studenten op Facebook en Twitter bleek dat lokaal en regionaal nieuws bij hen nog steeds bovenaan stond. Maar dan wel het nieuws dat waarde heeft voor hun dagelijks leven en dat aansluit bij hun interesses.

Uit ander onderzoek weten we dat burgers nog steeds vinden dat journalistiek de waakhond van de democratie moet zijn. Dat zij waarde hechten aan onafhankelijke, kritische en betrokken regionale journalistiek. Maar tegelijkertijd weten we dat journalistiek voor velen zoiets is als lucht: het is er wel, maar je bent je er niet voortdurend van bewust. En het voelt gratis.

Naar een nieuwe logica

Gevestigde nieuwsmedia moeten in het post-industriële tijdperk hun legitimiteit en waarde opnieuw bewijzen. Zij hebben de erfenis van eeuwen op hun schouders. Dat kan ballast zijn, maar vormt ook een groot kapitaal. Ze hebben nog steeds veel slagkracht, veel expertise, een grote reputatie en een institutioneel geheugen.

Maar zij worden uitgedaagd door nieuwe spelers in het veld van nieuws en informatie die in alle opzichten wendbaarder zijn. Zij kunnen beginnen op een zolderkamer of in een garage, met betrekkelijk kleine investeringen, en zonder de kaders van bestaande bedrijfsvoering en een routineuze journalistieke cultuur.

Een aantal van die nieuwe spelers is niet in de eerste plaats journalistiek. Het zijn zoekmachines, aggregatiesites of sociale netwerken die in latente behoeftes van het publiek voorzien. Maar ook zij ontsluiten de wereld voor de burger. Ook zij construeren gemeenschappen. En daarbij maken ze spelen ze soepel in op de logica van de netwerksamenleving die ze tegelijkertijd deels zelf uitvinden.
Is er dan nog een rol voor de gevestigde regionale media? Ja, maar die moeten dan wel fundamenteel anders gaan denken. De kunst is de kracht van het oude mee te nemen in het nieuwe.

Melken en zaaien

Ga melken en zaaien. De krant maakt nog steeds winst. Gebruik dit geld om een parallelle organisatie te bouwen gericht op online journalistiek. Dat kan binnen de redactie, door mensen helemaal vrij te maken voor nieuwe producten. Of door je hele organisatie digital first te maken. Alle journalistiek wordt in dit model voor online gemaakt, en aan het eind van de dag stelt een klein groepje redacteuren uit het aanbod de krant samen, of een programma. Een goed betaalmodel is dan wel een voorwaarde.

Wat ook kan: een hele nieuwe organisatie creëren die losstaat van krant of programma’s, volledig digitaal werkt, vrijelijk mag putten uit bestaande kopij, en de krant naar hartenlust mag kannibaliseren. Dat betekent: investeren in bereik, en dus in de toekomst.

Journalisten die onbelemmerd nieuwe (online) producten kunnen maken, hebben niet meer de ballast van de dagelijkse krant – zij kunnen aan de dwang van die industriële logica ontsnappen. De toekomst van (regionale) journalist ligt uiteindelijk online. Met de krant is in de komende jaren nog genoeg geld te verdienen. Maar papier is het nieuwe vinyl: net als de LP een duur gemaks- en kwaliteitsproduct voor een kleine groep welgestelde nieuwsconsumenten.

Van product naar service

Denk niet in termen van een fysiek product, maar in functie, relevantie en behoefte. In welke behoeftes moet regionale journalistiek voorzien? Dat varieert op verschillende momenten van de dag. Dat verschilt tussen groepen lezers. Trek eerstelijns- en tweedelijns nieuws uit elkaar. Voor het snelle nieuws – waar nauwelijks een cent meer mee is te verdienen – kunnen regionale dagbladen en omroepen goed samenwerken. Daarmee speel je mensen vrij die digitaal de diepte in kunnen.

Welke sociale functies heeft journalistiek? Ga nieuwe gemeenschappen bouwen, samen met de burgers die daarvan deel willen uitmaken. In de woorden van Jeff Jarvis: “Journalism helps communities to organize their knowledge so they can better organize themselves.” Wees zichtbaar en betrokken.

Regionale media zitten op een schat aan kennis en informatie die nu vaak voor eenmalig gebruik is. Maak dat beschikbaar en zorg dat je dé centrale hub wordt in het regionale nieuwsnetwerk. Daar ligt ook een publieke functie en een publieke taak. De overheid kan heel goed in die infrastructuur voor nieuws- en informatie investeren.

Durf te innoveren (en durf te falen)

Maar bovenal: durf iets nieuws te doen – en het oude te vernietigen; of in ieder geval te verlaten. Journalistiek is bij uitstek een creatief beroep. Daar zit ontzettend veel passie, loyaliteit en enthousiasme. Ga aan de slag en kom met nieuwe initiatieven die relevant zijn en aansluiten bij latente en manifeste behoeftes.

Veel zal mislukken, maar dat is niet erg. Kenmerk van ontwrichtende vernieuwing is een grote mate van onzekerheid. Dat is inherent aan innovatie. De toekomst van de (regionale) journalistiek zal werkende weg moeten worden uitgevonden.

Verwacht niet dat die nieuwe initiatieven dezelfde rendementen maken die kranten maken. Het huidige verdienmodel – waarbij abonnees een kwartaal, half jaar of zelfs een jaar vantevoren betalen voor een product waarvan ze niet weten hoe het eruit ziet en niet eens of ze het überhaupt ontvangen – is te mooi om nog waar te zijn. Uitgevers zullen genoegen moeten nemen met lagere rendementen en er zal niet meer één verdienmodel zijn.

Durf te differentiëren

Ten slotte: durf te kiezen en te differentiëren. Journalistiek is geen massamedium meer dat voor elk iets wils moet bieden in één pakket dat ’s ochtend op de mat valt. Ga van één product naar meerdere services, waarbij je inspeelt op de jobs-to-do die journalistiek heeft. Zo kunnen verschillende behoeftes en groepen nieuwsconsumenten worden bediend.

Wees niet bang betrokkenheid te tonen bij de regio. Uit onderzoek weten we dat lokaal nieuws voor de meeste burgers waardevol is. Daar ligt toegevoegde waarde, maar nog steeds beginnen alle regionale kranten – behalve één – elke dag met een katern binnen- en buitenland.

Ook waar het gaat om regionaal nieuws wordt de agenda nog te vaak gevolgd dan bepaald. Een krant die zich “eigenaar” maakt van een thema of onderwerp kan de maatschappelijke discussie bepalen. Dat leidt er toe dat regionale journalistiek zichtbaarder en onmisbaar wordt.

Het initiatief nemen loont. Maar wie twee vernieuwingen doorvoert, moet ten minste met één vertrouwde routine stoppen. Dit vergt een heldere strategie en enthousiasmerend leiderschap.

De verandering die journalistiek momenteel doormaakt is net zo fundamenteel als de overgang naar de massapers aan het eind van de negentiende eeuw. Ook toen gingen bestaande praktijken, verdienmodellen en functies van journalistiek volledig over de kop.

Journalisten moesten niet alleen anders doen, maar vooral ook op een nieuwe manier leren denken over wat journalistiek nu eigenlijk was en doet. Wat is de rol van journalistiek in een samenleving en hoe kan die rol het beste worden ingevuld?

Er is een interessante parallel met de huidige situatie. Digitalisering en het internet hebben het “oude” ecosysteem ontwricht. Patronen van mediagebruik en nieuwsconsumptie veranderen structureel. Wat een gemeenschap is, verandert structureel.

Er is passie, creativiteit en durf nodig om de journalistiek opnieuw uit te vinden. Over het belang van goede regionale journalistiek zijn we het snel eens. Maar om dat te garanderen, is “een beetje veranderen” simpelweg niet meer genoeg.

The post Krantenpapier is het nieuwe vinyl appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

Medisch nieuws: overdrijven begint al in het persbericht

De Nieuwe Reporter - vr, 12/12/2014 - 16:10

Als medisch onderzoek vertekend in de media belandt, zijn journalisten niet de enige verantwoordelijke: de fouten zitten vaak al in het persbericht van de universitaire voorlichters. Dat blijkt uit een Engels onderzoek waarvoor meer dan 460 persberichten van 20 Britse universiteiten tegen het licht werden gehouden, samen met de wetenschappelijke studies waar ze over gingen en de nieuwsberichten waarin ze resulteerden.

Veel persberichten bevatten overdreven gezondheidsadviezen, deden beweringen over mensen terwijl het onderzoek alleen op dieren, cellen of computermodellen was verricht, en trokken conclusies over oorzaak en gevolg, terwijl de studie alleen correlaties beschreef. Deze drie vormen van overdrijving kwamen voor in 33 tot 40 procent van de onderzochte persberichten. Het onderzoek verscheen op 10 december in het gerenommeerde British Medical Journal.

Als het ze om aandacht gaat, hoeven voorlichters niet te schreeuwen: overdrijving in de persberichten correspondeerde niet met meer aandacht van de media. Wél ging overdrijving door voorlichters samen met overdrijving door journalisten. De onderzoekers merken heel wetenschappelijk op dat we daaruit niet mogen concluderen dat overdreven persberichten leiden tot overdreven nieuws, maar een overtuigende alternatieve verklaring hebben ze niet.

Spermasensatie

Op de redactie van Nieuwscheckers, het project waarvoor JNM-studenten de feiten in het nieuws controleren, hadden we al langer de ervaring dat fouten in medisch en ander wetenschappelijk nieuws kunnen ontstaan in elk deel van de keten tussen onderzoeker en nieuwsbericht. Inclusief de voorlichter. Een sterk aangezette kop als ‘Koffie helpt tegen baarmoederkanker’ bleek het resultaat van overleg tusssen een journaliste en een voorlichter van een kankeronderzoekfonds.

Een van de idiootste verhalen die we ooit checkten is het bericht dat onder de kop ‘Sperma doorslikken houdt vrouwen jong’ in 2009 verscheen op NU.nl. het bleek onzin, en die onzin begon bij de voorlichters van de Oostenrijkse universiteit waar dit nieuws vandaan kwam. Hun persbericht ging de wereld in onder de kop: ‘Onderzoekssensatie: onderzoekersduo uit Graz ontdekt ‘Bron van de Jeugd’ in zaadvloeistof.’ Dat het onderzoek uiterst voorlopig was, en dat er tot dan toe alleen fruitvliegjes en muizen aan te pas waren gekomen, verdween uit beeld.

Dergelijke ‘anecdata’ worden bevestigd door eerder onderzoek naar persberichten, zoals een studie uit 2012 (eveneens gepubliceerd in het British Medical Journal), die persberichten van medische tijdschriften onder de loep nam. Daaruit bleek dat nieuwsmedia zwaar leunden op de persberichten en dat de berichtgeving beter was naarmate de persberichten beter waren.

Persbericht: wiens verantwoordelijkheid?

Het goede nieuws van dit onderzoek is dat de voorlichters, die betere toegang hebben tot medische expertise dan de gemiddelde journalist, invloed kunnen uitoefenen op de kwaliteit van het nieuws. Waarom doen ze dat dan vaak niet? De onderzoekers geven zelf het antwoord: als er sprake is van schuld, ligt die vooral bij de universitaire cultuur van competitie en zelfpromotie, die in combinatie met een journalistiek die steeds meer moet leveren met steed minder menskracht onbetrouwbaar nieuws produceert.

Hoe is dat te verbeteren? In een redactioneel commentaar bij het onderzoeksartikel doet onderzoeker en journalist Ben Goldacre (bekend van het boek Wetenschap of kwakzalverij?) een paar behartigenswaardige aanbevelingen. Maak persberichten onderdeel van de publicatie, zegt hij, en stel ze bloot aan dezelfde post-publicatiekritiek als het originele artikel. Tijdschriften zouden niet alleen commentaar op tekortkomingen van het onderzoek moeten publiceren, maar ook op overdrijving in het persbericht.

Wetenschapsjournalist Lawrence McGinty voegt daaraan toe dat medische tijdschriften auteurs kunnen verplichten om standaardinformatie uit het artikel, zoals de implicaties voor de medische praktijk, altijd op te nemen in het persbericht of er op zijn minst naar te linken.

Dergelijke maatregelen maken controle door buitenstaanders natuurlijk niet overbodig. Behalve door individuele journalisten kan die controle worden uitgeoefend door instanties die in Nederland helaas ontbreken, zoals de Britse nieuwscheckers van de National Health Service (Behind the Headlines)en de AmerikaanseHealthNewsReview. De laatste maakte deze week bekend dat ze zich vanaf komend jaar niet alleen zal richten op nieuws, maar ook op het checken van persberichten over medisch onderzoek.

Bombrief

Dat fouten in medisch nieuws ook kunnen ontstaan vóór er een voorlichter aan te pas komt, bewees het British Medical Journal al één dag na deze kritische publicatie over persberichten. De studie ging over sekseverschillen bij levensgevaarlijk idioot gedragen concludeerde dat mannen daardoor vaker het leven verliezen dan vrouwen. Het onderzoek was gebaseerd op stupide sterfgevallen die worden bijgehouden op de website van de Darwin Awards. Het onderzoek werd gepubliceerd in de Kersteditie van de BMJ, die traditioneel ruimte biedt aan frivole onderwerpen. Tongue in cheek, maar wel degelijk.

Het sterkste voorbeeld van mannelijke stommiteit dat werd opgepikt door nieuwsmedia, was dat van de Irakese terrorist die een bombrief verstuurde maar die onvoldoende frankeerde. Toen hij de brief retour kreeg, was hij vergeten wat erin zat en maakte hij hem zelf open. Een mooi verhaal, maar helaas fake.

De artikel verscheen eerder op het weblog van de masteropleiding Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden.

The post Medisch nieuws: overdrijven begint al in het persbericht appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

Wie zijn toch die woordvoerders in de media?

De Nieuwe Reporter - vr, 12/12/2014 - 14:34

Groepen willen graag gehoord worden in de media en bij maatschappelijke debatten staat vaak een woordvoerder op. Woordvoerders kunnen ingehuurd zijn of verkozen in de politiek, maar vaak zijn het ook mensen die uitgenodigd worden om te spreken namens de groep waar zij zelf onderdeel van uitmaken. Maar wie bepaalt eigenlijk wie de woordvoerder van een groep is en op welke basis? In deze afleveringen verwonderen wij ons over woordvoerderschap.

We bespreken het probleem van de verschillende stemmen binnen een groepering en het verschil tussen officiële woordvoerders en door de media benoemde woordvoerders. Ook vragen we ons af of je eigenlijk als woordvoerder wel kritisch kan zijn over je eigen achterban.

Linda maakte een item over Sojourner Truth, een beroemde zwarte activiste die al in 1851 aandacht vroeg voor de ongelijke positie van zwarte vrouwen in de vrouwenemancipatie. Het punt van woordvoerderschap is altijd een heikel punt geweest binnen het feminisme en met dit item wordt pijnlijk duidelijk hoe ook Sojourner Truth zelf niet veilig is geweest voor de problemen van het woordvoerderschap.

Chris interviewde Stefan de Koning, tot voor kort voorzitter van de Jonge Democraten. Hij spreekt over zijn woordvoerderschap en hoe hij door de media in een andere rol geduwd werd dan hij zelf wilde.

Aan het einde van de aflevering beantwoorden we de vraag. Een kritische blik op woordvoerderschap lijkt de complexiteit alleen maar groter te maken.  Media hebben te kampen met gemakzucht en belangenorganisaties met de politieke mogelijkhedenstructuur.

We concluderen dat de spanning vooral in herkenbaarheid te vinden is en woordvoerderschap een probleem van representativiteit is.

Beluister deze aflevering:

Links bij deze uitzending:


U kunt zich ook via iTunes op deze podcasts abonneren. 

Alle eerdere afleveringen zijn ook te vinden op de website van Onder Mediadoctoren.

The post Wie zijn toch die woordvoerders in de media? appeared first on De Nieuwe Reporter.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

EUROVISION ACADEMY Master Class: What News for what audience?

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 15:01
[Switzerland] - This masterclass with help professionals understand the motivation of the news consumers. For anyone working in news production, it is essential to be aware of the audience and what motivates them to consume the news. Because in these fast changing times, you can best keep up with the evolving techniques by looking at how people are using them.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

The 15th International Symposium on Online Journalism

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 15:01
[USA] - The International Symposium on Online Journalism at the University of Texas at Austin delivers a unique and rich repository of information on the progress of Online Journalism, with comments and insights from professionals and scholars who have been working on the frontlines.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

7th Digital Innovators’ Summit

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 15:01
[Germany] - The Digital Innovators’ Summit is an annual international digital media conference designed to bring together senior executives from content businesses, technology innovators and solution providers to understand emerging trends, share innovative ideas and solutions, see new relevant technologies and network.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

BBC Academy’s Women in Radio

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 15:01
[United Kingdom] - The BBC Academy in conjunction with BBC Local Radio is holding two further awareness days for women who are interested in presenting on BBC Local Radio in England.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

The 4th International Conference on M4D Mobile Communication for Development

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 15:01
[Senegal] - The conference is the fourth in the M4D biennial series following the inaugural conference in Karlstad, Sweden in 2008. The 2nd conference was in Kampala, Uganda in 2010 and the 3rd in New Delhi, India in 2012. M4D2014 aims to provide a forum for researchers, practitioners and all those with interests in the use, evaluation, and theorizing of Mobile Communication for Development.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

International Journalism Festival

EJC Events Calender - di, 21/10/2014 - 15:01
[Italy] - The annual Perugia International Journalism Festival is the leading journalism event in Italy. It is an open invitation to listen to and network with the best of world journalism. The leitmotiv is one of informality and accessibility, designed to appeal to journalists, aspiring journalists and those interested in the role of the media in society. Simultaneous translation into English and Italian is provided. The festival is open to the public free of charge.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

Rondje voorspellingen

VVOJ - di, 24/12/2013 - 13:33

Traditiegetrouw vroeg Nieman Journalism Lab een lange rij ‘watchers’ en ‘kenners’ om hun journalistieke voorspellingen voor 2014. Leuk om over een jaar nog eens terug te lezen.

Categorieën: Aanbevolen door FPD

Jacques Gevers est décédé à 63 ans

Le Fonds pour le journalisme - di, 11/09/2012 - 08:34
Il faisait partie du jury du Fonds pour le journalisme C'est avec une grande tristesse que nous avons appris, lundi, le décès de Jacques Gevers, âgé de 63 ans. Au terme d'une carrière remarquée, d'abord comme journaliste puis comme rédacteur en chef et enfin comme directeur de la rédaction au Vif/L'Express, Jacques était toujours actif dans le monde des médias. Depuis la création du Fonds pour le journalisme, en 2009, il faisait partie du jury qui sélectionne les projets journalistiques d'enquête. C'est toujours avec une grande gentillesse et une ouverture d'esprit remarquable qu'il analysait les projets des journalistes. Le grand reportage, l'enquête et l'investigation le passionnaient. Jacques appréciait le dynamisme des jeunes journalistes, il aimait les voir se lancer dans des projets ambitieux, et il voulait les encourager avec les bourses attribuées par le Fonds.
Mercredi 5 septembre, alors que se préparait une nouvelle délibération du Fonds, Jacques a été victime d'un accident vasculaire cérébral (AVC). Hospitalisé depuis lors dans un état critique, il est décédé lundi.
Toutes nos pensées vont à sa famille et à ses proches.
Categorieën: Aanbevolen door FPD

44.124 Eur pour vos enquêtes

Le Fonds pour le journalisme - vr, 07/09/2012 - 11:15
L'échéance du 15 septembre approche à grand pas. Envoyez vos projets. Le Fonds pour le journalisme dispose de 44.124 euros pour son 12e appel à projets. Ceux-ci doivent être rentrés au plus tard le 15 septembre à minuit via le formulaire d'inscription en ligne. Le secrétariat du Fonds peut vous aider à boucler vos dossiers. Ne tardez pas. Et veillez à rencontrer tous les critères mentionnés sur le site du Fonds et dans son règlement général.
Categorieën: Aanbevolen door FPD
""