rss feed
24 juli 2008 |

Artikels

Europa ligt in het buitenland

(BRUSSEL, 27-02-2004) - Bij lezingen over media in Vlaanderen voor universiteitsstudenten open ik graag met de vraag “welk bestuursniveau zorgt voor de meeste wetten?”. Omdat meestal een ijzige stilte volgt, antwoord ik dan een beetje teleurgesteld dat het gros van onze nationale en regionale wetgeving (60- 70%) omzettingen zijn van Europese richtlijnen.

Wat dit met journalistiek te maken heeft? Alles en niets. Alles omdat één van de belangrijkste taken van de pers het informeren van burgers is. Pers als ‘watchdog’ van de democratie. En niets omdat je in de traditionale Vlaamse pers helaas zo goed als geen letter terugvindt over het beslissingsniveau dat voor een groot stuk ons leven bepaalt. Niettemin vinden de volgende Europese parlementsverkiezingen plaats tussen 10 en 13 juni van dit jaar. Door de uitbreiding van de Europese Unie (EU) tot 25 staten, moeten er 732 (waarvan 24 Belgische) leden worden verkozen. Maar eerst moeten we nog het proces Dutroux doorstaan. Dit is voor de media van hoger belang.


Het belang van het Europees niveau kun je ook aflezen van de gretigheid waarmee kopstukken Europees commissaris willen worden. Of nog, dat Europa de nationale begrotingen moet goedkeuren. Wie de portefeuille beheert, is baas.


EU is onbekend en dus onbemind

De EU is een ongelooflijk institutioneel kluwen. Dit schrikt af. We leven nu eenmaal in een complexe maatschappij en dit is onomkeerbaar. 25 landen met 20 (of 21 met Turks Cyprus erbij) officiële talen die elk willen gehoord worden, maakt het er niet makkelijker op. Democratie heeft haar prijs. Niemand legt ons uit waarom Europa nodig is. Blijkbaar is meer dan een halve eeuw vrede geen voldoende argument meer.


Ik geef enkele extra argumenten. Er is nood aan een krachtig politiek orgaan dat weerwerk kan bieden aan globaliserende tendenzen. Bedrijven gaan internationaal. Multinationals beschikken soms over grotere budgetten dan de regeringen van kleine landen. Milieuproblemen trekken zich niets aan van grensovergangen en douanebeambten. Migratie is een te complex probleem om het alleen aan nationale staten alleen over te laten. De criminaliteit en terrorisme stoppen niet aan de grenzen, maar moeten ook internationaal worden aangepakt. Daarvoor hebben we een slagkrachtig en grootser instituut nodig dat weerwerk kan bieden ten dienste van de burger. De Europese Unie lijkt daarvoor geschikt. Ze houdt zich inmiddels al bezig met consumentenbeleid, douanebeleid, economisch en monetair beleid, energie, fiscaliteit, fraude, humanitaire hulp, landbouw, mededinging, milieu, ondernemingen, onderwijs, opleiding, onderzoek en innovatie, ontwikkeling, regionaal beleid, vervoer, visserij, voedselveiligheid, volksgezondheid, werkgelegenheid en sociaal beleid om er enkele bij naam te noemen. Zaken die ons dagelijks leven sterk beïnvloeden ook al is het niet direct zichtbaar. En al snel vindt iedereen het normaal dat hij of zij zonder papieren binnen de EU kan rondreizen.


Geen specialisatie voor complexe materie

Zo moeilijk is het nu ook niet. Lees één boek over de EU of bezoek de portaalsite van Europa (www.europa.eu.int) en een nieuwe wereld gaat voor je open. Een weekendbijlage in een krant met een uiteenzetting over de Europese instellingen zou wonderen kunnen verrichten. Rust hier geen taak voor de ‘openbare omroepen’? De makers van Villa Politica hebben blijkbaar drempelvrees om het Europese Parlement regelmatig te belichten of ze beschouwen de kijkers als achterlijk en ze willen dit blijkbaar kost wat kost zo houden.


Jammer dat weinig journalisten – onze bron van informatie - de Europese instellingen kennen. Nochtans zijn heel wat organen in Brussel gevestigd. Aan de reële afstand kan het niet liggen. Gezien het belang van de EU zou er op elke redactie minstens een ‘special task-force’ moeten worden opgezet die zich enkel en alleen met de EU bezighoudt. In Vlaanderen bestaat dit niet. De EU-specialisten van de Vlaamse media zijn Quasimodo’s die in hun toren gedoogd worden en waarvan de hoofdredacteurs menen dat niemand in hun artikels geïnteresseerd is. Maar ze doen geen vlieg kwaad.


De Vlaamse journalist krijgt ook niet de ruimte om zich in de EU te verdiepen. In alle beroepen kent men specialisatie. Maar onze journalist moet overal inzetbaar zijn, multifunctioneel en altijd paraat. De Vlaamse journalist is in de renaissance blijven steken. Hij is een ‘homo universalis’. De leiding van de redactie wil het zo. Het is immers goedkoper en de kostprijs is van belang voor de media die meer dan ooit afhankelijk zijn van een kleine verzadigde markt. Om daaraan enigszins tegemoet te komen, werd in 1999 een fonds opgericht: het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek. Helaas wordt het Fonds teveel bestookt met aanvragen voor het financieren van projecten buiten de Europese Unie.


Neem de proef op de som en open je krant. Zoek de artikels met Europa als onderwerp. Heb je er één gevonden? Proficiat, dan heb je een goeie krant in je handen. Of is het ‘beginnersgeluk’? Wellicht vond je het artikel in de ‘buitenlandkatern’. Bizar, niet?! De eerste keer was ik ook verrast. Neenee, dit is geen vergissing. Voor mediamensen ligt Europa buiten België en ze willen dit hun lezers laten geloven. Ben je niet zeker waar Europa zich situeert? Dan kan de vraag ‘Ligt België in het buitenland?’ je misschien op weg helpen.

Zolang redacties Europa als buitenland beschouwen, zal er inderdaad weinig interesse voor ontstaan. ‘De Europese politiek moet “verbinnenlandsen”. De dag dat een federale regering over een Europees dossier valt, wordt een hoogdag voor Europa en voor de democratie’, zei Paul Goossens – journalist bij de Europese Cel van Belga - onlangs in MO*.


Geen Europese journalistiek

Heel wat beroepen gaan zich internationaal organiseren, gezien de globalisering. Professoren, advocaten, vervoerfirma’s, landbouworganisaties, vakbonden, mensenhandelaars, ... De media daarentegen zijn de andere kant opgegaan. Zij zijn gaan ‘regionaliseren’, ja zelfs ‘provincialiseren’. Regionale televisie is iets van de laatste decennia. Zelfverklaarde kwaliteitskranten voeren een regionale katern in. Over Wallonië wordt nog zelden iets zinsvols verteld. De verkeers- en weersberichten dekken enkel nog de kleine Vlaamse regio. Intussen roepen redacties hun buitenlandse correspondenten naar huis wegens te duur. Buitenlands nieuws komt minder aan bod en bestaat meestal uit aankopen van internationale westerse persagentschappen. En dit allemaal omdat de klant dit wil, zeggen de goedmenende mediabonzen.


Journalisten zouden ons over Europa moeten berichten en zich daarvoor ook internationaal organiseren. Als het binnen redacties niet kan of mag, dan buiten de redacties. Ze kunnen met hun Europese collega’s afspreken om het resultaat van hun onderzoek tegelijk in de verschillende EU-lidstaten te publiceren. Zo zouden ze kunnen wegen op de berichtgeving. En de kosten en winst delen.


Er is ook een probleem van timing. Nu krijg je over een Europese richtlijn iets te horen op het moment dat die in Vlaamse of federale wetten wordt omgezet. Het debat rond deze Europese richtlijn ligt dan al lang achter ons. Zeker in België dat zich als een schildpad voortbeweegt als het over omzetten van richtlijnen gaat. Dit komt omdat de ministers en kabinetten nogal dikwijls de dossiers naar hen toetrekken. Ze wantrouwen hun eigen deskundige administratie. En door een te veelvuldige ministriële stoelendans wordt het warm water telkens opnieuw uitgevonden en is ons land altijd de klos van de klas. Momenteel wordt België op de vingers getikt omdat ze er maar niet in slaagt een richtlijn van 2000 over ‘medische proeven bij mensen’ in een wet te gieten .

De publieke opinie kan hier niet meer op wegen. ‘Het komt vanuit Brussel’, is dan het gevoel. En er is niets aan te doen. En dat is ook juist. Op het moment dat een Europese wet in een Belgische wet wordt omgezet, is er niets meer aan te doen. Nochtans vindt de regionale pers dat de kijkers of luisteraars pas in Europese richtlijnen zijn geïnteresseerd op het ogenblik dat die in eigen land of regio worden uitgevoerd. We worden op de hoogte gebracht, als het kalf verdronken is. Ligt dit aan Europa? De media gaan hier niet vrijuit.


Politici gaan niet vrijuit

Er bestaan geen Europese partijen. Met uitzondering van de groenen die op zaterdag 21 februari de eerste pan-Europese partij hebben opgericht. De partijen vertegenwoordigen in de eerste plaats de belangen van hun eigen volk.

In federaal België kennen we dit ook. Er bestaan geen Belgische partijen, enkele regionale partijen die het belang van hun regionale kiezers behartigen. Zo kan het niet anders dat op lange termijn de federale staat volledig wordt uitgekleed. Dit nationaal niveau wordt door geen partij vertegenwoordigd.


In België zijn de parlementen dan nog de enige wetgevende organen. Dit is in de EU enigszins anders. Zo is de Raad van de Europese Unie (samen met het parlement door middel van de medebeslissingsprocedure) de belangrijkste wetgevende en besluitvormende instelling. De Raad is samengesteld uit de vertegenwoordigers van de regeringen van alle lidstaten, die door u op nationaal niveau worden gekozen. Indien een Belgisch minister kritiek uit op Europa, dan pist hij eigenlijk op zijn eigen schoenen, of heeft hij minstens toe dat hij binnen de Raad een mietje is en op de besluitvorming niet kan wegen. (Mijn metaforen zijn nogal mannelijk, maar het zijn dan ook jammer genoeg bijna allemaal mannen.) Erg verwarrend voor de burger/toeschouwer, die van de media geen duiding krijgt. En Europa kan zich niet verdedigen.


De politieke partijen maken de verwarring compleet door politici - die meedoen als populariteitstest voor de federale verkiezingen - op hun EU-lijst te zetten. Je kunt op hen stemmen, maar ze zullen niet zetelen. Je moet dit begrijpen. Dit is strategie en strategie heeft in de lokale politiek de ideologie als drijfveer vervangen. De Europese verkiezingen zijn in de ogen van sommige partijen sportwedstrijden, waar ze hun beste paarden inzetten om rondjes ter plaatse te trappelen. Weinig overtuigend allemaal.


De uitbreiding

‘Is die uitbreiding wel nodig?’, horen we vaak vragen. Alsof het zwaard van Damocles ons boven het hoofd hangt. Nuancering in de media zou de gemoederen zeker kunnen bedaren. Niet alle nieuwe landen zullen geld van de EU krijgen. Slovenië heeft een groter BNP dan het huidige Griekenland. De grote uitdaging voor deze uitbreiding is Polen. Sociaal is het voor zo’n land een kwestie van leven of dood. Zonder de EU wordt Polen blootgesteld aan druk van organisaties als het IMF en betekent dit het begin van een sociale afbraak.

De uitbreiding kost de Europese burger gemiddeld 25 euro. Daardoor krijgen 10 landen het economisch, politiek en sociaal beter. Alleen iemand met heel veel hebzucht is daar tegen.


Kritiek op Europa

Er valt inderdaad nog heel veel te verwezenlijken. De EU is een jong. En politiek is niet iets dat in marmer gebeiteld staat. Het is een voortdurend veranderend proces. “Europa is een economische reus, maar heeft sociaal niets te betekenen”, hoor ik uit vele monden. Ook dit is in evolutie. We merken trouwens ‘een dissociatieve persoonlijkheidsstoornis’ (leerde gisteren die term bij ‘Jongens en Wetenschap’) bij mensen met dergelijke kritiek. Aan de ene kant wordt van Europa gevraagd om op sociaal vlak even sterk te worden als op economisch vlak. Dit verwijten ook onze Vlaamse politici de EU. Maar niemand wil de nationale of regionale bevoegdheden in verband met sociale zekerheid overdragen. Ook de gezondheidszorg en de ziekteverzekering is nog steeds nationale materie. Willen we een sociaal Europa dan moeten we er tegen kunnen dat Brussel zich hiermee bemoeit. Dat Brussel zich hierover buigt, gebeurt momenteel. Nu al regelen Europese wetten dat medische zorg die in het buitenland is verleend, door de eigen ziekteverzekering wordt terugbetaald volgens de normen van het land waar men de zorg heeft gekregen. Er bestaat een vrees dat de ziekteverzekering in Europa zal overgelaten worden aan de vrije concurrentie. Of dit zal gebeuren, moeten we nog zien. En we kunnen met zijn allen de besluitvorming beïnvloeden.


Maar daarvoor moeten we goed geïnformeerd worden. We zijn vragende partij voor een diepgravende kwaliteitsjournalistiek die ons tijdig duiding geeft over de evoluties die in Europa bezig zijn. Zo kunnen we effectief wegen op de besluitvorming en ontstaat niet het gevoel dat alles boven ons hoofd bedisselt wordt. De Vlaamse media hebben het nog steeds niet begrepen. Op 13 juni kiezen we onze vertegenwoordigers voor het Europees parlement. Maar de media denken dat de Vlaamse verkiezingen veel belangrijker zijn.


Ides Debruyne (directeur van het Fonds Pascal Decroos en bestuurslid van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten)

Deze tekst verscheen in Vrouwenraad nr.1 2004

Terug
Last update: 27-07-2007