Nieuws - Opwaardering buitenlandberichtgeving in Vlaamse media
BRUSSEL - Vandaag wordt in Commissie Media van het Vlaams Parlement een voorstel van resolutie besproken ter opwaardering van de buitenlandberichtgeving in de Vlaamse media.
Het voorstel van resolutie is een initiatief van mevrouw Sabine Poleyn (CD&V) en de heren Wilfried Vandaele (N-VA), Chokri Mahassine (sp·a), Carl Decaluwe (CD&V), Marc Hendrickx (N-VA), Paul Delva (CD&V) en Philippe De Coene (sp·a).
Toelichting van de parlementairen (U kunt het volledige document met concrete voorstellen HIER downloaden):
Het eerste voorstel dateert al van 2005. De indieners vertrokken van de wetenschappelijke vaststelling dat de toegenomen globalisering niet leidt tot meer aandacht voor het buitenland in de media, wel integendeel. Ze stelden vast dat meer bepaald de aandacht voor het Zuiden zeer fragmentarisch en stereotiep is. Omdat kennis een belangrijke basis vormt voor verbondenheid in deze geglobaliseerde wereld, en omdat Vlaanderen zich maar op de wereldkaart kan plaatsen wanneer de wereld ook in Vlaanderen een genuanceerd gezicht krijgt, vroegen zij de Vlaamse Regering enkele stimulerende maatregelen te onderzoeken.
De toenmalige Vlaamse Regering ging op enkele suggesties uit het voorstel in, met name de jaarlijkse uitreiking van een Noord-Zuidpersprijs (sinds 2005), een verdere steun aan het onafhankelijk wereldnieuwsagentschap in Vlaanderen IPS en aan het gespecialiseerde wereldtijdschrift Mo*.
Vijf jaar later stellen we vast dat de problematiek blijft. Wetenschappelijk onderzoek blijft de dalende aandacht voor het buitenland in de media bevestigen. Ook het laatste onderzoek van het Vlaams Vredesinstituut, dat een status quaestionis maakte van het beschikbare wetenschappelijk onderzoek, concludeert in dezelfde zin. Op de fora voor journalisten, zoals de Staten-Generaal van de Media in maart 2009, werd vaak verwezen naar de alarmerend lage kwaliteit van onze buitenlandse berichtgeving.
Daarom willen de initiatiefnemers van dit voorstel de Vlaamse Regering nogmaals wijzen op de dalende aandacht, niet enkel voor het Zuiden, maar voor het hele buitenland, met inbegrip van de Europese Unie, en ook van de andere gemeenschappen en gewesten in ons land.
Vaststelling
Het afgelopen decennium stelden heel wat opiniemakers en academici de paradox vast tussen de toenemende globalisering van onze wereld, en de inkrimping van de aandacht voor het buitenland in de (populaire) media. De toegenomen technische mogelijkheden voor informatieverspreiding lijken immers niet onmiddellijk te leiden tot meer of bredere aandacht voor het buitenland in de media.
In Vlaanderen werd het onderzoek daarover tot nog toe voornamelijk toegespitst op een analyse van de televisiejournaals. Wellicht zijn deze vaststellingen gelijklopend wat radiojournaals en de schrijvende pers betreft. Analyses van andere programma’s op radio en tv – buiten het nieuws – zijn niet onmiddellijk voorhanden. We bekijken daarom de belangrijkste vaststellingen uit de analyses van de tv-journaals.
Op basis van hun vergelijkende studie1 over het nieuwsaanbod op de Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie (VRT) en de Vlaamse Televisiemaatschappij (VTM) stelden onderzoekers van de Universiteit Gent dat buitenlands nieuws op beide Vlaamse televisiezenders slechts een beperkt aandeel vormt van de totale nieuwsuitzendingen. Opvallend hierbij was dat de meeste aandacht naar nieuws over specifieke thema’s ging. In 2004, met de oorlog in Irak, was dit vooral over ‘oorlog en terrorisme’ en ‘rampen en branden’.
Een onderzoek voor het Elektronisch Nieuwsarchief (ENA) door prof. Daniel Biltereyst en Stijn Joye bevestigt dat. Uit hun thematische analyse van het buitenlandse nieuwsaanbod bleek dat vooral de meer ‘dramatische’ onderwerpen aan bod komen. Het gaat vaak om een beperkt palet aan gecoverde thema’s.
Daarnaast blijkt dat het buitenlandse nieuws uit een beperkt aantal regio’s komt3: vooral de Europese landen, de VSA en het Midden-Oosten. Dat zijn de hoofdrolspelers op internationaal politiek en economisch vlak, en ook de continenten waar de meeste correspondenten en nieuwsagentschappen aanwezig zijn. Rond Afrika, Latijns-Amerika, Azië en Oceanië blijft het opvallend stil.
Het gevolg van die concentratie is dat berichtgeving over landen die maar weinig ‘nieuwswaardig’ zijn, veelal gefragmenteerd en discontinu is. Dat betekent dat het vaak gaat om spectaculaire verhalen, over specifieke gebeurtenissen, waarvan de resultaten of (mogelijke) oplossingen weinig worden gevolgd.
Niet-westerse nieuwsfeiten zijn met andere woorden vaak een korte levensduur beschoren, tenzij het ‘big stories’ betreft. In deze gevallen wordt één verhaal gevolgd, inclusief achtergrond, duiding en aandacht voor resultaten. Voor het merendeel van nieuwsfeiten geldt echter de regel van fragmentatie en discontinuïteit. Dat versterkt een stereotiepe beeldvorming over landen in Afrika, Azië, Latijns-Amerika4.
In het zoeken naar mogelijke verklaringen voor deze tendensen wordt zelden gewezen op het gebrek aan belangstelling van de journalisten, maar vaker op de invloed van de toenemende concurrentie, commercialisering en popularisering van de mediamarkt. Die dreigt ervoor te zorgen dat steeds minder wordt geïnvesteerd in die nieuwscategorieën waarvoor het publiek nauwelijks interesse zou hebben. Hard buitenlands nieuws hoort daarbij.
Er is maar weinig onderzoek bekend naar de mogelijke interesse van het publiek voor het buitenland. Uit de door TNS-Media verwerkte enquête5 blijkt dat 94% van de ruim 2000 ondervraagde Vlamingen niet akkoord ging met de stelling dat de media te veel aandacht hebben voor buitenlands nieuws. Uit interviews voor UNESCO (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization) in 20016 bleek dat kijkers wel interesse hebben voor niet-westers nieuws, maar door de versnipperde berichtgeving de gebeurtenissen vaak niet begrijpen. De onderzoekers stelden vast dat wanneer kijkers meer duiding kregen bij het nieuws, hun interesse vanzelf groeide.
De impact van buitenlands nieuws is niet enkel dat er meer kennis is over het buitenland, maar het onderzoek van het Vredesinstituut stelt vast dat dat leidt tot een gevoel van verbondenheid en betrokkenheid met het wereldgebeuren. Bovendien vormen mediaconsumenten zich vaker een wereldbeeld waarin vredesparticipatie zinvol is, en blijken ze zelf positieve vredesattitudes aan de dag te leggen. Zo geloven ze sterker dat ze zelf ook een bijdrage kunnen leveren tot een meer vredevolle wereld.
Een extra bekommernis is dat deze daling aan buitenlands nieuws zich het sterkst manifesteert bij brede (‘populaire’) publieksmedia. Dat voedt de vrees voor een wezenlijke nieuws- of kenniskloof. Ook het internet lijkt niet het populaire alternatief te vormen waar mensen zelf op zoek gaan naar hun niet-westers nieuws. Publieksstudies geven immers aan dat slechts een beperkte groep het internet ook actief buiten de professionele omgeving gebruikt als informatieverstrekker over buitenlands of internationaal nieuws.
Conclusie
Bovenstaand onderzoek geeft dus aan dat er ook in het Vlaamse medialandschap nog meer mogelijkheden liggen voor een evenwichtige aandacht voor het buitenland, en meer specifiek voor het Zuiden, de Europese Unie en zelfs Wallonië. Dat doet vermoeden dat ook buiten het nieuws weinig aandacht leeft voor het buitenland. In een globaliserende wereld is niet enkel het regionale en binnenlandse nieuws belangrijk, maar evenzeer een genuanceerd beeld van wat in die wereld bezig is. Vlaanderen op de wereldkaart zetten kan maar wanneer de wereld in Vlaanderen een gezicht krijgt.
De indieners vragen daarom de Vlaamse Regering om maatregelen om meer aandacht voor het buitenland en voor globale wereldverhoudingen in de Vlaamse massamedia te stimuleren. Dat kan gerealiseerd worden via verschillende wegen op een duurzame en structurele manier.






