FPD STEUN ONS
 
Printervriendelijke versie

Deel 6: Directeur van Afrikamuseum smeedt plannen voor de toekomst - Ward Daenen

(BRUSSEL, 18/04/2003) -- De droom van Guido Gryseels

'Het is voor het eerst dat de beste kandidaat geen politieke kleur heeft.' Dat zei minister van Wetenschappelijk Onderzoek Charles Picqué (PS) over de nieuwe directeur van het Afrikamuseum, Guido Gryseels, toen die in de zomer van 2001 aan de pers werd voorgesteld.

Gryseels kwam van buitenaf, zo'n beetje als een witte raaf. Vanaf 1979 had hij acht jaar als landbouwdeskundige in Ethiopië gewerkt. Van 1987 tot zijn vertrek naar Tervuren bekleedde hij een hoge post bij de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO). Door de invoering van het mandaatsysteem in de federale wetenschappelijke instellingen moet Gryseels nu opnieuw kandideren voor zijn post. Dat hij niet opnieuw zou worden benoemd, lijkt evenwel hoogst onwaarschijnlijk.

Rome inruilen tegen Tervuren, was dat geen koude douche?
'Mijn oudste broer had mijn vrouw vooraf gewaarschuwd: 'Guido is zot geworden. Een droomjob bij de FAO inruilen voor een federale instelling met politieke inmenging, vakbondsproblemen, taalkwesties en een logge bureaucratie: praat dat plannetje maar vlug uit zijn hoofd.' Maar zijn vrees was ongegrond. Van politieke interventies is namelijk weinig of geen sprake gebleken, de relaties met de vakbond zijn best goed en de ambtenaren van de DWTC (de federale administratie van Wetenschapsbeleid, WD) doen wat ze kunnen. De taalkaders daarentegen zijn me eerlijk gezegd wel een blok aan het been, want ze verhinderen je om echt internationaal te rekruteren.'

Geen politieke interventies: misschien is er gewoon geen interesse?
'Blijkbaar toch wel. Op 4 april keurde de regering ons intentieplan (voor een grondige renovatie van het museumpaleis, WD) principieel goed. Men zal de gevraagde 16,9 miljoen euro inschrijven op de begroting van de volgende jaren. Als je bedenkt dat we onze plannen pas eind vorig jaar hebben gepresenteerd, is er verbazend snel witte rook. Voor dit jaar is er een eerste schijf van 300.000 euro voorzien. Daarmee kunnen we al een haalbaarheidsstudie maken.'

Die 'principiële goedkeuring' van paars-groen zou wel eens een lege doos kunnen zijn; ze moet immers nog door de volgende regering worden bevestigd.
'Dat is heel wat beter dan geen beslissing. De volgende regering is namelijk verplicht met 'ja' of 'neen' te antwoorden op deze principiële goedkeuring en 'neen' zeggen is moeilijker dan niets zeggen. In ieder geval hopen we de restauratie rond te hebben tegen 2010, honderd jaar na de inwijding van het
museumgebouw.'

Hoe is het mogelijk dat met dit museum 45 jaar, het hele postkoloniale tijdperk zeg maar, haast onaangeroerd heeft gelaten?
'70 procent van de jaarlijkse dotatie ging - en gaat - naar onderhoud, bewaking en energieverbruik. De rest werd vooral in wetenschappelijk onderzoek geïnvesteerd. Er was gewoon te weinig aandacht voor ons museum, met als resultaat dat het er nog uitziet zoals in 1958. Dat heeft in de eerste plaats te maken met de vaste personeelskaders die sinds 1965 exclusief op wetenschappelijk onderzoek zijn gericht. Museologie was in die tijd in wetenschappelijke kringen geen prioriteit. De cel communicatie en de educatieve dienst ook niet, trouwens.

'Pas op: wetenschappelijk onderzoek is en blijft een onmisbaar gegeven, maar we moeten het wel anders organiseren. Onze vijftien wetenschappelijke afdelingen bestaan uit gemiddeld tweeëneenhalve persoon. Dat is te weinig om op wetenschappelijk vlak nog het verschil te maken. Ik moedig de medewerkers dan ook aan samen te werken, onderling, met de universiteiten en ook met andere FWI's.
'Wat me toch blijft verbazen: behalve bewakers en onderhoudspersoneel staat er tot op heden niet één museumverantwoordelijke op het organogram. Er zijn nu twee contractuelen, een museologe en een binnenhuisarchitecte, dankzij het raamakkoord dat we in 2002 met de staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking hebben afgesloten.'

Uw intentieplan is er dus dankzij Eddy Boutmans gekomen
'Bij Ontwikkelingssamenwerking vond men dat het tijd was voor nieuwe perspectieven. Het verspreiden van kennis over hedendaags Afrika moest immers aan belang winnen. Maar het is niet alleen Boutmans die mee aan de kar heeft getrokken. Minister Picqué (PS) en de federale regering zijn onze plannen evengoed genegen.

'Midden-Afrika staat centraal in ons concept voor een maatschappijgericht museum. Toch is er geen sprake van een tabula rasa. Het interieur anno 1910 is samen met het gebouw beschermd. De reptielenzaal met de prachtige muurschilderingen bijvoorbeeld blijft dus helemaal bewaard. Dat we aandacht hebben voor het historische gebouw, betekent meteen ook dat we het koloniale verleden niet willen uitwissen. Maar dat we het in een kritisch perspectief zullen plaatsen lijkt me nogal vanzelfsprekend.'

En tijdelijke tentoonstellingen?
'Daar plannen we extra ruimte voor vrij te maken. Dat is deels een zakelijke overweging, ja. Ik ga er namelijk met een neoliberaal beleid in het achterhoofd niet van uit dat er over tien jaar meer middelen voor onze instellingen zullen zijn. Het museum zal dus in de toekomst in grotere mate zelfbedruipend moeten worden. Dat kan via wisselende tentoonstellingen en een boeiend activiteitenprogramma. Het netwerk van de Europese etnografische musea, waarin ik Tervuren vertegenwoordig, vormt daarin een belangrijke schakel. We hebben afgesproken om, ieder om de beurt, een reizende tentoonstelling te maken.'

De renovatie van het museum is één ding, collectiebeheer een ander.
'Hoe meer we hebben, hoe beter: die mentaliteit leeft in Tervuren nog altijd een beetje. Maar nu de depots stilaan vol raken, gaat die vlieger niet meer op. Wij werken momenteel aan een strenge procedure op basis van objectieve criteria voor het verwerven van stukken. Natuurhistorische musea als het Smithsonian in Washington werken allang met zulke omstandige lijsten. We kunnen dan ook een aankoopbeleid op lange termijn bepalen: als er belangrijke stukken in de verzameling ontbreken, kunnen we sparen om die lacunes weg te werken.

'Tien jaar geleden blijkt een firma haar asbesthoudende gesteenten aan Tervuren geschonken te hebben. Die collectie heeft weinig met Afrika te maken en ze wordt niet gebruikt voor onderzoek. Het toenmalige departementshoofd geologie vond het gewoon een interessante referentieverzameling. Omdat de wetgeving inzake asbest sindsdien behoorlijk is verstrengd, moet de Regie der Gebouwen nu 200.000 euro investeren voor een speciale bunker in ons geologiegebouw. Daar komt een jaarlijkse operationele kost van 12.000 euro bij. Ik word dus straks opgezadeld met kosten voor het bewaren van een verzameling die hier niet thuishoort. Het is ons extreemste voorbeeld waarom we absoluut nood hebben aan een doordacht collectiebeheer. We moeten gaan bepalen welke collecties noodzakelijk zijn in het kader van onze missie en welke we nodig hebben voor de toekomst.

Waar moet het met al uw plannen naartoe?
'Ik wil voor de permanente tentoonstelling naar de kern van wat het Afrikamuseum is: Centraal-Afrika. De band met Kongo, Burundi en Rwanda ook. Op dat vlak kunnen we incontournable worden en van daaruit kunnen we een dialoog aangaan met het andere culturen, met het publiek maar ook met andere musea. Hoe breder je museum immers wordt, hoe minder uniek. Dan zijn we weer gewoon een etnografisch museum zoals er wel veertig in Europa zijn.

'Het museum renoveren is dus een eerste stap. Daarnaast moeten we een eenduidig collectiebeheer en een aanwinstenbeleid ontwikkelen. Voorts moeten we prioriteit geven aan het digitaliseren van onze collecties en gegevens om ze toegankelijker te maken voor wetenschappers overal ter wereld.Ten slotte moet ook de richting van ons wetenschappelijk onderzoek duidelijker worden getoetst aan onze missie als instelling: duurzame ontwikkeling. Er zal ongetwijfeld nood zijn aan een goede juridische structuur, met een belangrijke mate van zelfstandigheid voor ons museum. We kijken overigens uit naar de Copernicushervorming, die behalve het mandaat voor de directeur ook operationele directeurs zal invoeren. Die zullen per beleidsdomein - personeel, financiën, collecties en onderzoek - verantwoordelijkheid dragen over de instelling. De nogal verticale departementsstructuur moet dan automatisch meer plaats maken voor samenwerking.

'Maar zelfs dan moeten we de discussie eens ten gronde voeren, samen met de politieke verantwoordelijken. Als duurzame ontwikkeling met al haar facetten het uitgangspunt van dit museum is: hoe kunnen we daar met een paar honderd medewerkers op de best denkbare manier aan werken? Als we die vraag met de politici kunnen beantwoorden, volgt al de rest wel vanzelf.' 

 
""