Home // Werkbeurzen // Enquête // Rapport
rss feed
24 juli 2008 |

Rapport

Werkbeurzensysteem werkt, enquête bevestigt noodzaak FPD - Ine Kolb

(Brussel, 17-08-2004) -- Het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek lanceerde eind maart van dit jaar een enquête. Hét uitgelezen moment voor werkbeursaanvragers om zich over hun ervaringen met het Fonds uit te spreken. Zij zijn immers het best geplaatst om te oordelen over het nut en de werking van het werkbeurzensysteem. Uit de rondvraag blijkt nog maar eens dat het Fonds er staat. Journalisten de kans geven hun ideeën uit te werken tot kwalitatief hoogstaande researchjournalistiek, is al vanaf het prille begin één van de streefdoelen. En die belofte maakt het FPD ook waar, aldus de enquête.

De rondvraag bracht enkele opvallende elementen naar voren. Qua naambekendheid heeft het Fonds zeker geen reden tot klagen. Maar liefst 93,5 procent van de respondenten wist al wat het Fonds doet en waar het voor staat, vooraleer ze een aanvraag bij het Fonds indienden. Op de vraag hoe de journalisten het Fonds leerden kennen, zijn de antwoorden van diverse aard. De website doet uitstekend en mond-tot-mondreclame blijkt even waardevol te zijn. Zij staan op een gedeelde eerste plaats. Gepubliceerde artikels over het Fonds, advertenties, de nieuwsbrief en natuurlijk ook de reeds gerealiseerde projecten die er met de steun van het Fonds zijn gekomen dragen eveneens hun steentje bij.

De website en de nieuwsbrief van het Fonds blijken bijzonder populair. Bijna 86 procent van de ondervraagden maakt gebruik van de webpagina's, waarvan 87,5 procent ze goed tot zeer goed vindt. De nieuwsbrief slaagt al helemaal met glans: 95 procent van de respondenten is erop geabonneerd, waarvan 84,5 procent zegt de brief goed tot zeer goed te vinden.

De aanvraagprocedure scoort hoog bij een grote meerderheid. Toch is 22 procent van de respondenten van mening dat de aanvraag ook per e-mail gedaan moet kunnen worden. Een betere begeleiding bij het indienen van een voorstel is een tweede punt dat de ondervraagde journalisten aandragen. Niettegenstaande antwoordt 93,5 procent dat de vragen op het aanvraagformulier adequaat zijn en zegt bijna 78 procent genoeg plaats te hebben om zijn/haar project toe te lichten. De criteria zijn een ander paar mouwen. Volgens ongeveer 30 procent van de ondervraagden zouden ze onduidelijk zijn en bij de feedback zou er vaak niet geweten zijn wat er mis is met het voorstel. Daartegenover staat dan weer dat 71,5 procent best tevreden is met de manier waarop hun aanvraag behandeld is geweest. De overgrote meerderheid, 83 procent, zegt in de toekomst nogmaals een aanvraag bij het Fonds te zullen indienen.


De verplichte band met Vlaanderen dat elk project dient te hebben, ligt nogal gevoelig bij de journalisten. Zij argumenteren dat ze in het Europa van vandaag eerder wereldburgers zijn dan Vlamingen. Enkele ondervraagden lieten dan ook doorschemeren dat het feit dat hun project geen relevante link met het thuisfront had, ertoe heeft bijgedragen dat zij een werkbeurs misliepen.

Jong journalistiek talent stimuleren is een tweede streefdoel van het Fonds. En ook daar houdt het Fonds zich aan, zo zegt 65 procent van de respondenten. Volgens hen geeft het Fonds voldoende kansen aan jonge journalisten ten opzichte van hun meer ervaren collega's.

Het jurysysteem mag er zijn. Dat meent 84 procent van de gecontacteerde journalisten tenminste. 10 procent zegt wel moeite te hebben met de anonimiteit van de juryleden, waardoor een gesprek met hen onmogelijk is. In de enquête komt ook aan het licht dat journalisten graag hun eigen ding doen en liever geen suggesties in verband met onderwerpen voorgeschoteld krijgen.

 

De grootte van de toegekende subsidies is vooral bij onderzoeksjournalistiek ontoereikend. Dat het geld broodnodig is, blijkt uit de vaststelling dat maar liefst 61 procent van de respondenten meent dat hun werk niet gerealiseerd zou zijn, indien ze geen werkbeurs van het Fonds hadden gekregen.

Wat zeer sterk naar voren komt in de enquête, zijn de politieke en sociale gevolgen die een project teweeg kan brengen. Dit bewijst dat de steun van het Fonds bijdraagt tot de verwezelijking van journalistieke projecten met een grote maatschappelijke waarde. De gevolgen zijn soms zelfs van die aard, dat ze onze nationale wetgeving veranderen en voor heel wat opschudding kunnen zorgen, zowel op nationaal als op internationaal vlak. De journalist als waakhond, weet je wel...

Nog een woordje over de niet-gehonoreerde werkbeurzen. Uit de rondvraag blijkt dat 44 procent van de gecontacteerde geweigerden doorzette en hun project toch tot een goed einde wist te brengen. Dat journalisten die geen honorering voor hun project kregen, de moed niet laten zakken, bewijst 81,5 procent van hen. Want zij zijn van plan om in de toekomst opnieuw een aanvraag bij het Fonds in te dienen.


 


Last update: 18-04-2007