2013-12-03

BRUSSEL - Samen met Liesbet Walckiers trad op 3 december 2013 ook een tweede jurylid uit de anonimiteit: Dorian van der Brempt, sinds 2005 directeur van het Vlaams-Nederlandse huis deBuren. Hoe kijkt hij terug op zijn tijd in de jury?

Dorian, hoe was het om vier jaar in het geheim werkbeursaanvragen te evalueren?

Zeer leerrijk. Er zijn veel ambitieuze jonge journalisten en ook minder jonge collega’s die graag tijd krijgen om dieper te graven. De politiek van de eigenaars van de media of in het geval van de publieke omroep van hun management is steeds minder geneigd om te investeren in inhoud en kwaliteit. Het grote mediadebat is er helaas een over de vorm geworden en niet over de inhoud. De journalist vecht vandaag dikwijls tegen de logica van de media. Soms heb ik de indruk dat de journalist zijn krant, magazine of zender niet meer kan overtuigen van de noodzaak om tijd in de inhoud te steken. Een vreemd verschijnsel. Steeds wordt geroepen door de media dat de nieuwsgierige burger geen tijd meer heeft voor lange of indringende stukken. Wij hebben dat onderzoek echter nooit mogen inzien…

Je kunt uiteraard niet veel zeggen over de aanvragen, maar hoe kijk je terug op je taak als jurylid? Waren er grote kwaliteitsverschillen tussen de aanvragen? Of was het steeds zeer moeilijk beslissen?

Het was meestal niet zeer moeilijk beslissen; de consensus binnen de jury was eerder groot. In de helft van de gevallen waren we met ons vieren unaniem positief of negatief. In de andere helft was er een boeiende discussie. Soms was er discussie over de hoogte van de toe te kennen beurs. Het budget dat we voorhanden hadden, was immers vaak veel lager dan wat in totaal werd aangevraagd.

Welk project dat je ooit mee goedkeurde en dat ondertussen gepubliceerd is, is voor jou een schot in de roos? Waar ben je in het bijzonder trots op?

Wat Pascal Verbeken deed met Grand Central Belge is schitterend. De verminderde aandacht voor geschiedenis in het onderwijs kan in bepaalde mate door dit soort boeken (en later documentaires) een beetje gecompenseerd worden. Het is geen spectaculair onderzoek maar oerdegelijk grasduinen in de kleine en grote geschiedenis. Dit lijkt mij een van de stille maar belangrijke taken van het Fonds.

Hoe ziet een ideaal project er voor jou uit; zowel wat mogelijke onderwerpen aangaat, als wat betreft onderzoeksmethode en publicatievorm?

Een ideaal project bestaat niet. Vandaag is er zeer gespecialiseerde kennis nodig om in bepaalde domeinen journalistiek onderzoek, de naam waardig, te kunnen doen. Een goed project begint met een onderzoeksjournalist die zijn onderwerp kan begrijpen. Soms onderschatten aanvragers de complexiteit van hun onderwerp. Als de aanvraag bij het Fonds Pascal Decroos gedaan wordt, moet er al een stevig vooronderzoek door de aanvrager gebeurd zijn. Zij of hij moet de jury overtuigen dit onderwerp aan te kunnen. Wat de publicatievorm betreft, veranderen de tijden uiteraard zeer snel. Ik begrijp dat een krantenbaas die een paar jaar geleden een parel van een drukkerij heeft neergezet blijft zeggen dat hij gelooft in papieren media. Maar de toekomst van de publicatie zal uiteraard veelkantig zijn. Misschien lezen we straks dagelijks onze krant op tablet en krijgen we één keer per week in een magazine artikels met inhoud, context en eventueel standpunten. Als zelfs The Guardian lezers verliest, dan is er iets aan de hand met de papieren krant, én met de nieuwsgierigheid van de lezers. Wat mij het meest bang maakt is dat de papieren kranten of magazines niet in dezelfde mate worden gecompenseerd door webtoepassingen. Belangrijk voor de volgende jaren is het wakker houden van de burger. In feite moeten goede media een vitamine zijn tegen populisme, een antibioticum tegen oppervlakkigheid.

Heb je het gevoel dat je op de journalistiek in Vlaanderen hebt kunnen wegen? Of is het gesorteerde effect eerder klein?

Tja, ‘wegen’… Ik hoop een heel klein beetje te hebben kunnen bijdragen tot ‘kwaliteit’ in al haar journalistieke betekenissen.

Welke rol zal het Fonds volgens jou te spelen hebben in het media- en vooral journalistieke landschap van morgen?

Het Fonds Pascal Decroos moet de overheid er blijven op wijzen dat goede journalistiek een belangrijke peiler is van democratie. Als straks voor alle grote thema’s (milieu, energie, voeding, armoede, productie landbouw, veiligheid, cultuur, kunst …) één journalist met kleine financiële middelen moet opboksen tegen tien lobbyisten met onbeperkte middelen dan is er een groot probleem. Gesponsord onderzoek is sowieso gekleurd en dus slecht onderzoek. Gesponsorde journalistiek is geen journalistiek.

Wat wil je journalisten die een aanvraag overwegen als advies meegeven?

Specialiseer. Kies een domein dat je ligt en word daarin de kenner, de stem die incontournable is. Ik vond Jef Lambrechts over het Midden-Oosten altijd zeer verhelderend. Na zijn radio-interventie had ik de indruk iets meer te weten. Dat verwacht ik van de onderzoeksjournalist. Hij is een remedie tegen mijn domheid of beperkingen.

En wat wil je het Fonds als advies meegeven?

Ides Debruyne heeft van het Fonds Pascal Decroos een prachtig bedrijf gemaakt. Met de zeer beperkte middelen wordt het maximum gedaan. Ik denk dat verdere internationalisering belangrijk is. Met gelijkgezinden in het buitenland moeten bondgenootschappen worden aangegaan om steeds meer kanten van de werkelijkheid en indien mogelijk af en toe van de waarheid, te achterhalen.

Het Fonds is nuttig en vooral noodzakelijk. Het brengt een kleine correctie aan de regels van de vrije markt die vandaag de kranten sturen, en in feite ook bij de dwingende wetten van de commercie.

Auteur: Dorian van der Brempt
Vragen: Rafael Njotea

Brussel, 3 december 2013