2011-10-12

Het Rwanda van Paul Kagame vaart nu al zestien jaar een eigenzinnige politieke koers, met veel internationale steun. Joris Verhaegen en medewerkers van de theatergroep A Two Dogs Company willen het debat rond die ontwikkelingspolitiek mee voeren via het stuk Talk. Voor MO* schreef Verhaegen een opiniestuk, een verkorte versie van zijn Rwanda Inc. Businessplan.

Het concept van de genocide is geïntroduceerd door de westerse wereld en werd gemodelleerd op de Holocaust als belangrijkste referentiepunt. Door de westerse cultuur die zoals steeds haar eigen waarden als universeel beschouwt, wordt de term zonder aanpassing of nuancering geëxporteerd naar andere ‘gelijkaardige’ contexten – zoals b.v. de Rwandese – die een heel andere geografische, historische en culturele verankering kennen. Voortdurend refererend aan het voorbeeld van de Holocaust worden ook de gevolgen van een dergelijke uitmoording op voorhand als gekend beschouwd: trauma’s, noodzaak de herinnering te organiseren enz. Dit denken in stereotypen leidt bij elke nieuwe volkerenmoord tot self fullfilling prophecies: de nieuwe realiteit bevestigt eerder de al gekende hypothesen i.p.v. aanleiding te geven tot grondig onderzoek. Welke waarde mogen wij hechten aan dergelijke generalistische conclusies?

 
Maar er is ook ‘de omgekeerde beweging’. De Rwandese staat heeft zich het westerse concept ‘genocide’ toegeëigend en buigt het om in zijn eigen voordeel: een uitzonderlijk geval binnen de actueel gangbare betrekkingen tussen westerse staten en hun ex-kolonies. In analogie met de compensaties die Israël in het verleden kreeg als hoofdslachtoffer van de Holocaust kan deze oorlog, verkocht als genocide, voor het arme land Rwanda een echt financiële opportuniteit betekenen, mits de lobbying doeltreffend wordt uitgevoerd.
 
In Rwanda vond de genocide plaats in een regio waarin massamoord (helaas) geen uitzondering vormt, waar de rechten van de mens noodzakelijke abstracties zijn voor de geldschieters maar in het werkelijke leven van de bevolking zo goed als onbestaande zijn, waarin het verlies van een geit dramatischer gevolgen kan hebben dan dat van een kind in een familie waar nog acht andere kinderen zijn.
 
De gebeurtenissen van 1994 in Rwanda hadden en hebben zware gevolgen voor de buurlanden. De genocide problemen werden in de ganse Grote Meren regio geëxporteerd. Honderdduizenden vluchtelingen zitten verspreid in Burundi, Oeganda, Tanzania en natuurlijk Congo, voornamelijk in de twee Kivu’s provincies. De oorlogen in de Kivu’s zijn een direct resultaat van de Rwandese politiek, ten eerste door de genocide zelf en ten tweede door het feit dat de vluchtelingen niet naar hun vaderland durven terugkeren omdat ze doodsbang zijn voor de hedendaagse machthebbers in Rwanda. Al deze landen hebben dus een potentieel belang in de manier waarop Rwanda zijn problemen zal verwerken. Een stabiel en “genezen” Rwanda zou een opluchting zijn voor de ganse streek.
 
Ik heb het artikel in de vorm van klassiek “businessplan” geschreven. Een potentieel werkelijk “businessplan” voor Rwanda Inc. De keuze hiervoor heeft verschillende redenen.
- In het laatste decennium worden landen wel vaker als bedrijf gezien, met inkomsten, uitgaven, schulden etc. Waarbij gigantische multinationals soms ook landen opkopen, schulden overnemen, op een failliet speculeren etc. Een duidelijk voorbeeld hiervan is op dit eigenste moment Griekenland, IJsland Spanje...
-Het is een keiharde werkelijkheid. Het lijkt op het eerste zicht cynisch, alsof op het “businessplan” van een land nog een taboe ligt. Een professioneel “businessplan” toont zowel de positieve als de negatieve kanten van een bedrijf. Klassiek bevat het een tiental rubrieken. Ik heb deze structuur aangehouden. Het uiteindelijke doel van het plan is ondernemingen en investeerders te overtuigen beleggingen te doen. Voor Rwanda snijdt dit mes natuurlijk aan twee kanten.
 
-Men kan moeilijk over Rwanda en Congo spreken zonder hun geglobaliseerde economische belangen.
-Rwanda zelf profileert zich zelf graag als een goed draaiend bedrijf om buitenlandse investeerders aan te trekken, met Kagame als CEO.
Deze vorm liet me toe tot in detail, zonder enig sentiment de analyse te maken die ik voor ogen had.
 
Het artikel zou een strategie voor Rwanda Inc kunnen zijn. Alle acties die zijn beheerders uitvoeren, om economische vooruitgang te boeken, worden behandeld. Doorheen de rubrieken tekent zich beetje bij beetje een portret af van een Rwanda waarvan de genocide de rode draad is, en de voorwaarde voor zijn toegang tot de mondialisatie. Het blijkt duidelijk dat de genocide de absolute troef is voor het economisch, politiek en sociaal beleid van een uiterst arm land. Het heeft geen ander middel dan een pijnlijk verleden, dat wordt beheerd door een stelletje militairen en hun koopvaardijdoeleinden.
 
In Rwanda is de genocide het voornaamste middel om fondsen van de constant beschuldigde internationale gemeenschap aan te trekken, om de pers te muilkorven, om tegenstanders in gevangenis te gooien of te doden, om de bevolking te onderwerpen aan een permanente controle, om de politiestaat te versterken, om moorddadige invallen in Kongo te rechtvaardigen en de rijkdommen ervan te plunderen, om misdaden en machtsmisbruik van de regering te rechtvaardigen
 
In het centrum van deze cynische maskerade vind men Paul Kagame, houder van een tropisch messianisme. Een man op wie het post – koloniale droombeeld van de Derde Wereld rust. Diegene die orde schept, en waarmee men zaken kan doen. Het lot van de Rwandese bevolking hangt echter van deze zelfverklaarde despoot af.
 
Overal ter wereld zijn schuld en onschuld geen definitieve begrippen, net als in Rwanda.  
Het verlangen naar “zuiverheid” en “zuivering” is heel belangrijk in hun geschiedenis. De misdaden tijdens de genocide (en erna) nemen de Rwandese bevolking dit onmogelijke  “zuivere” statuut echter af. Rwanda moet zich tenslotte weer in onze hedendaagse mensheid inschrijven. En de geschiedenis is nooit volledig zwart of wit, maar een grijze mengeling, die paradoxaal genoeg eerlijker is.
 

 

Joris Verhaegen

Joris Verhaegen is a pseudonym. The journalist wishes to remain unknown. The name is known to the Pascal Decroos Fund.
€6.150 toegekend op 31/05/2010.
ID
FPD/2010/814
Beurs
Fonds Pascal Decroos
Labels

PRINT/ONLINE