In de zomer van 2014 viel IS de regio Sinjar in Noord-Irak binnen. Honderdduizenden bewoners vluchtten naar Iraaks-Koerdistan, of naar de berg Sinjar, niet wetende dat er pas dagen later hulp zou komen. Zonder eten of drinken stierven velen een uitputtingsdood.
Maar IS was niet alleen gekomen om het kalifaat uit te breiden, maar ook om de Jezidi’s, een gemeenschap met een eigen religie en een eeuwenoude cultuur, uit te roeien. Bewoners die beneden door IS werden ingesloten wachtte het noodlot. De mannen werden vermoord; vrouwen en meisjes als slaaf verkocht en jongens in IS-trainingskampen gestopt.
Journaliste Brenda Stoter Boscolo reisde naar Irak om over de Jezidi’s te schrijven. Als snel kwam ze erachter dat de genocide veel meer is dan de seksslavernij waar de media zich voornamelijk op focusten. In de vluchtelingenkampen deed ze onderzoek naar de laatste genocide, hun geschiedenis en cultuur en sloot hechte vriendschappen.
Zo volgde ze de levens van Ismael, van wie vijfendertig familieleden gekidnapt werden, van Majdal, die door IS tot kindsoldaat werd gemaakt, van Salem, die zijn hele gezin verloor, en van Nadima, die moeder werd van een kind van een IS-strijder. Op een persoonlijke en indringende wijze neemt ze de lezer mee in de wereld van slachtoffers die allemaal het gezicht van de genocide zijn geworden.