Nog nooit is hen gevraagd wat zij vinden van de dertigjarige oorlog in hun land. Leven ze in angst en met een permanent onveiligheidsgevoel? Is het leven in oorlog voor hen een hel? Worden hun wanhoopskreten niet gehoord? Of gaat alles zijn gewone gang? Wordt er getrouwd net als vroeger en krijgen vrouwen en kinderen nu meer kansen? Geloven ze in een toekomst?
Afghanistan is geen land als een ander. De Britten hebben in de negentiende eeuw tot drie keer toe geprobeerd het in te lijven bij hun imperium. De Sovjets hebben het in de jaren tachtig van de vorige eeuw willen bezetten. Beide grootmachten hebben gefaald. Afghanistan is nooit veroverd. En nu is het de beurt aan de Amerikanen en hun bondgenoten. Zij hebben tien jaar geleden de taliban verjaagd, die onderdak hadden geboden aan terroristen, die de Twin Towers in New-York hadden vernietigd op 11 september 2001 en duizenden doden hadden gemaakt. Ze proberen het land nu definitief te bevrijden van fundamentalisten en terroristen. Zullen zij lukken? Of is Afghanistan een nieuw Vietnam?
Wat vinden de Afghanen daarvan? Aan welke kant staan zij? Wat is het verschil met de vorige pogingen om het land te veroveren? Vinden zij dat het Westen hen een beter leven bezorgt? Wat merken zij daarvan? Of is er alleen nog de doem van dertig jaar oorlog? Zijn wij daar goed bezig of moeten we opkramen?
De finale vraag is: Wat hebben wij in dat land te zoeken en moeten de Westerse troepen blijven of vertrekken?
------------
Het boek werd op 13 januari 2011 (tijdens een debat met Dirk Tieleman, Pieter De Crem, Jennie Vanlerberghe en Gie Goris (moderator) in Mechelen gepresenteerd.