GENT - Sofie Van Bauwel neemt afscheid van de jury van het Fonds Pascal Decroos. In haar nabeschouwing blikt ze terug op verrijkende jaren van intens en boeiend overleg, stapels aanvragen en belangrijke evoluties in de media en het journalistieke landschap. 

Ik bracht vier jaar door als jurylid voor de toekenning van subsidies voor het Fonds Pascal Decroos. Het waren verrijkende jaren waarin ik mij, enkele keren per jaar, onderdompelde in stapels aanvragen van mensen met een verhaal, een missie. Jaren van intens en boeiend overleg met collega juryleden de hun sporen verdienden op andere segmenten binnen de bewegingssfeer van de 4de macht, maar met wie ik eenzelfde onvermoeibare overtuiging deelde: het belang van diepgravend onderzoek.

Toen ik als jonge student de beslissing nam om de weg van de communicatiewetenschappen te bewandelen, was ik geboeid door onderzoek naar massamedia en had een interesse in de manier waarop mediagebruikers betekenis geven aan al die media-inhouden, van journalistieke inhoud tot populaire fictie.

Als vanzelf groeide mijn interesse in de richting van het onderzoek naar gender en media, vooral hoe media bijdragen aan de constructie van gender en hoe gender wordt gerepresenteerd in allerlei mediaformats. Ik had dan ook het geluk om mij te kunnen verdiepen in deze thematiek door onderzoek te kunnen doen.

Toen ik uiteindelijk professor werd aan de Universiteit Gent en het mijn beurt werd om studenten te begeleiden en te vormen tot aspirant communicatiewetenschappers, heb ik altijd getracht om een kritische blik mee te geven en om op basis van kennis en evidentie te komen tot een diepgaande analyse van zowel mediaproductie en representatie in allerlei formats en mediaconsumptie. Dat gebeurde steeds met de vraag: tot wat dient deze kennis en op welke manier kan deze kennis bijdragen tot het beter begrijpen van onze samenleving, of van een aspect daarvan: massamedia. Het is dan ook mooi om te zien hoe studenten met volle overgave in een onderwerp duiken en zich dit helemaal eigen maken, om uiteindelijk te komen tot een mooi eindpunt, vaak in de vorm van een scriptie.

Sinds ik professor werd in 2006, is de wereld diepgaand veranderd, en de rol van media heeft een niet te overziene rol gespeeld in hoe wij die wereld vandaag zien. Onderzoek naar processen, mechanismen en fenomenen is mijns inziens nooit belangrijker geweest dan vandaag. De verschijningsvormen van media hebben zich de laatste 20 jaar exponentieel vermenigvuldig, en nooit eerder was media in al zijn vormen niet enkel een platform waarin alle mogelijk onderwerpen uit de hedendaagse wereld voor het licht worden houden, maar ook zélf één van dé onderwerpen zelf. We zien met lede ogen aan dat de functie van de vierde macht vaak uitgehold werd of sterk onder spanning staat.

Toch denk ik dat onderzoeksjournalistiek hier die noodzakelijke meerwaarde kan brengen. Meer nog: deze is ondertussen een noodzaak geworden. Door de manier waarop journalistiek vandaag de dag wordt georganiseerd is het des te belangrijker dat die kritische reflectie toch nog zijn weg kan vinden binnen de journalistiek en dat de waarheidsvinding rond onderwerpen die een hoog risico in zich dragen of waar men moeilijk bij kan, ook kan plaatsvinden, en dat deze de ondersteuning krijgt die deze nodig heeft. Een volwaardige democratie waardig.

Als communicatiewetenschapper vond ik het dan ook erg zinvol en interessant om, in de hoedanigheid als jurylid voor het Fonds Pascal Decroos, in contact te komen met een andere vorm van onderzoek, niet van academische inslag, maar vanuit journalistiekehoek. Het was erg fijn om deze vorm van waarheidsvinding van dichtbij mee te maken en om samen met professionele journalisten deel uit te maken van de jury. Tijdens de voorbije vier jaren kwamen er telkens ook meer en meer aanvragen binnen. Dit lijkt mij de spreekwoordelijke kanarie in de koolmijn: er is minder tijd, er zijn minder middelen bij de mediabedrijven of publieke omroep om aan onderzoeksjournalistiek te doen, dus de aanvragen bij het Fonds stijgen. Ook de podcast als format heeft zich helemaal als een volwaardige format laten zien. Het fonds heeft bijzondere aandacht voor jonge journalisten, wat ik als bijzonder positief ervaarde. Veel projecten waren ook erg sterk en vol van ambitie.

Wat mij op de eerste plaats opviel in de vele aanvragen was het enthousiasme en gedrevenheid die duidelijk uit de meeste projecten af te lezen was en die het cliché van ‘de journalist die zich vastbijt in de materie’ positief bevestigden. Dit is mooi, maar ook meer dan noodzakelijk omdat het een voorwaarde lijkt te zijn om aan kritisch onafhankelijk journalistiek onderzoek te kunnen doen. Een bezorgdheid is evenwel dat die vele aanvragen ook, zoals gezegd, de ‘kanarie’ zijn voor het uithollen van alle externe vormen van financiering, zoals ook het fonds Pascal Decroos, door de reguliere mediaspelers zoals de publieke omroep of de krantentitels.

Sinds mijn aantreden als jurylid 5 jaar geleden, is de wereld enkel complexer geworden. Ik geeft toe dat ik nooit had gedacht dit te moeten schrijven, maar: kritisch, diepgravend en moedig journalistiek werk, is, net als wetenschappelijk onderzoek, vandaag de dag geen evidentie meer, het staat meer dan ooit onder druk en waarheid en waarheidsvinding hebben een alternatief gekregen: een zogenaamde ‘alternatieve waarheid’. Het blijft dan ook erg belangrijk dat er voldoende en duurzaam wordt geïnvesteerd in onderzoeksjournalistieke projecten om zo toch nog die waarheid blijvend te kunnen onderzoeken en bevragen, om zo toch nog de rol van de vierde macht te kunnen vrijwaren.

Ik wil Het Fonds Pascal Decroos, haar medewerkers en mijn mede-juryleden bedanken voor de aangename entourage en vooral om mij te kans te geven om van nabij te zien hoe onderzoeksjournalistiek groeit en meer dan ooit leeft.

Sofie Van Bauwel is hoogleraar aan het Departement Communicatiewetenschappen van de Universiteit Gent, waar ze lesgeeft in culturele mediastudies, gender en media en televisiestudies.

Ze maakt deel uit van het CIMS en haar voornaamste interessegebied is gender, seksualiteit en media, meer bepaald film en televisie. Ze is betrokken bij verschillende projecten die zich richten op de media als betekenisvolle uitingen in de visuele populaire cultuur.

Ze was een van de oprichters en vicevoorzitters van de sectie Gender en Communicatie van de European Research and Communication Association (ECREA- 2006-2012) en is lid van de redactieraad van de tijdschriften Feminist Media Studies en Tijdschrift voor Communicatiewetenschappen.

Sofie Van Bauwel
© Sofie Van Bauwel

Ander nieuws