-- door Arno Kersten
(Freelance) onderzoeksjournalistiek kost tijd en tijd is geld. Fondsen, nieuwe verdienmodellen of zelfs een mecenas kunnen uitkomst bieden. Maar kranten en tijdschriften moeten ook over de brug komen, is de conclusie aan het eind van de avond. Want die zitten soms voor een dubbeltje op de eerste rij.
I - De goedkope Tegel
Arne van der Wal lacht een beetje als een boer met kiespijn. “De goedkoopste Tegel ooit, noemde Philippe Remarque het.” Hoofdredacteur Remarque van de Volkskrant kocht voor een prikkie een dijk van een verhaal. Het winnende artikel in de categorie Achtergrond, over het derivatendrama bij een slibverwerkingsbedrijf in Brabant, was de vrucht van wekenlange research door redacteuren Eric Smit en Jesse Frederiks van het onderzoekscollectief Follow the Money (FTM), gespecialiseerd in financieel spitwerk.
(...) - Lees meer op de website van de VVOJ.
IV – Fondsen en financiering
“Ik vind dat er iets te makkelijk en optimistisch wordt gezegd dat er overal volop geld valt te vinden”, zegt directeur Geke van der Wal van het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten (FBJP), als na een kleine stoelendans vier vertegenwoordigers van geldverstrekkers achter de microfoons zijn gekropen. “Als het zo makkelijk was, dan zaten we hier niet te tobben.”
Nynke Weinreich, programmamanager bij de Adessium Foundation, vult aan: “Aan een boek over Alzheimer zal een sponsor zich niet zo makkelijk een buil vallen, iedereen heeft ermee te maken.” Geke van der Wal: “Daar vind je makkelijker financiers voor dan wanneer je journalistiek onderzoek doet naar corruptie in Limburg.”
Van de vier fondsen heeft Adessium het grootste budget: 16 miljoen, te verdelen over organisaties die het fonds zelf uitkiest op terreinen als rechtvaardigheid, integriteit en mens en natuur. Er worden geen individuele journalisten gesteund, wel journalistieke organisaties zoals de VVOJ. En het International Constortium of Investigative Journalists (ICIJ), dat veel aandacht genereerde met een wereldwijd onderzoek naar belastingvlucht.
Ides Debruyne vertegenwoordigt zowel Journalismfund.eu als het Fonds Pascal Decroos. De eerste wil cross border journalistieke samenwerking binnen Europa stimuleren. “Voor Journalismfund is het van belang dat je samenwerkt met journalisten uit andere landen. Harde onderzoeksjournalistiek krijgt voorrang.” Het Fonds Pascal Decroos is er voor journalistieke producties in Vlaanderen, maar er kunnen ook Nederlandse journalisten aankloppen. “Nederlands-Vlaamse topics zijn voor ons ook interessant.”
Bij het Stimuleringsfonds voor de Pers vormt de regeling Persinnovatie het boegbeeld. Overigens verstrekt het Stimuleringsfonds niet meer dan de helft van het benodigde bedrag. “We werken op basis van matching. Je moet zelf de andere helft ergens anders vandaan halen”, aldus Quint Kik. Maar het Stimuleringsfonds organiseert onder andere ook The Challenge, waarmee laatstejaarsstudenten en pas afgestudeerde journalisten geld kunnen binnenhalen om een vernieuwend idee in de praktijk te brengen. Het Journalistieke Onderzoeksbureau (JOB) was één van de gelukkigen.
Dat een subsidie-aanvraag altijd een ingewikkelde en tijdrovende procedure zou zijn, wil Debruyne graag tegenspreken. “Je dient als journalist ondernemend te zijn. Maar het aanmeldformulier staat gewoon online, je hoeft enkel die velletjes in te vullen.”
Bedenk, zegt hij met een grijnsje: ”Een boek schrijven duurt een jaar. Een subsidieaanvraag korter.”
Lees het volledige verslag op de website van de VVOJ.