In 1941 werd de Belgische afdeling opgericht. Die rekruteerde enerzijds vrijwilligers: mannen en vrouwen die hun leven weer op de rails wilden krijgen, opportunisten en avonturiers, maar ook echte nazisympathisanten. Anderzijds teerde OT ook op chantage en dwangarbeid, onder anderen van duizenden Belgische Joden.
Tot nog toe werd er vrijwel geen onderzoek verricht naar de OT en het bewapende Schutzkommando (SK). Hoe functioneerde de organisatie, wie was erbij betrokken en welke misdaden begingen de Belgische leden?
Dit boek brengt veel nieuwe feiten aan het licht. Zo kon de auteur achterhalen wat er gebeurd is met de tweeduizend Belgische OT-leden die in de winter van 1942-43 tijdens het beleg van Stalingrad verdwenen zijn.