Het Palestijns-Israelisch conflict sleept al vele decennia lang aan met jaarlijks een aanzienlijk aantal doden tot gevolg. Op de Westelijke Jordaanoever in de Bezette Palestijnse Gebieden zijn zogenaamde martelaarposters dan ook alomtegenwoordig. Ze beelden niet alleen militairen, activisten of zelfmoordterroristen af maar ook gewone burgers die sneuvelden. Al deze doden worden op eenzelfde manier geëerd: met een poster. Martelaar zijn in Palestina betekent niet louter sterven voor het geloof, zoals in het Westen algemeen wordt aangenomen. Modern martelaarschap is ook weggelegd voor iemand die zijn leven geeft voor het vaderland. Een patriot die sterft, wordt door de plaatselijke publieke opinie evenzeer als martelaar herdacht, wars van religieuze voorkeur.
De Palestijnse dodencultus gaat verder. Ook kinderen, kankerpatiënten, drenkelingen, mensen met hartfalen krijgen bij hun overlijden een plaats in deze traditie, hoewel hun dood hoogstens indirect gelieerd kan worden aan de bezetting. Martelaar worden is hun manier om een leven zonder perspectief alsnog betekenis te geven. Vele Palestijnen laten al bij leven foto’s nemen die later kunnen fungeren op een poster. Dat daarbij fotomontage technieken gebruikt worden door bepaalde militanten bewegingen vanuit propagandistische overwegingen geeft deze onschuldige herdenkingsdocumenten een wrange bijsmaak. Een tiental persoonlijke getuigenissen van nabestaanden van deze diverse groep martelaren (militanten, politici, vrouwen, kinderen en gewone burgers) schept een, voor Westerlingen, nieuwe, genuanceerde en verfrissende context die nodig is om de complexiteit van de dodenverering op de Westelijke Jordaanoever te begrijpen.