Het Amerikaanse mijnbouwbedrijf Kobold Metals sloot na een vredesakkoord tussen de DRC en Rwanda een overeenkomst met de Congolese regering om geowetenschappelijke archieven te digitaliseren. Het Afrikamuseum weigerde echter mee te werken, omdat het geen overeenkomst kan aangaan met een privébedrijf dat een rechtstreeks commercieel belang heeft bij het materiaal.
De geologische archieven van het museum zijn enorm waardevol: ze bevatten meer dan 264.000 luchtfoto's, 25.000 kaarten, 160.000 gesteentestalen en miljoenen documenten die de minerale rijkdommen van de DRC in kaart brengen. Veel van deze data werden verzameld tijdens de koloniale periode, waarbij Europese geologen steunden op niet-erkende inheemse kennis en arbeid. De stijgende vraag naar kritieke mineralen zoals lithium, kobalt en koper heeft deze archieven een nieuwe commerciële waarde gegeven.
De situatie roept fundamentele vragen op over eigenaarschap en toegankelijkheid. Critici, waaronder Jean Claude Mputu van Resource Matters, vragen zich af waarom deze gegevens zestig jaar na de onafhankelijkheid nog steeds niet in handen zijn van de Congolese staat. Onderzoekers pleiten voor digitale repatriëring en publieke toegankelijkheid van de archieven, terwijl het Afrikamuseum via het EU-programma PanAfGeo+ zelf werkt aan digitalisering — al blijft de vraag open in wiens belang die uiteindelijk zal zijn.