Wie Termez binnenrijdt, botst op een zorgvuldig onderhouden illusie. Langs de brede lanen buigen stadsarbeiders zich over pas aangelegde bloemperken, terwijl donkere naaldbomen er hoog boven uitsteken. Het contrast met het dorre landschap buiten de stad is scherp.
De dreigende watercrisis is overal voelbaar. ‘Elke druppel die valt, houden we bij.’ Oybek wijst naar een diepe put op zijn erf. ‘Dat is grondwater.’ Even verderop laat hij een tweede reservoir zien, bedoeld om regenwater op te vangen. Deze systemen kondigen een groeiend probleem aan. De irrigatiekanalen die generaties lang zekerheid boden, staan steeds vaker droog. ‘Elk beetje water dat we zelf kunnen opslaan, bepaalt het verschil tussen een geslaagde en een mislukte oogst.’
Hoe nijpend de situatie is, wordt duidelijk in het district Angor. Kilometers lang volgen we de grens met Afghanistan. Vijf rijen prikkeldraad scheiden het Oezbeekse grondgebied van de Amu Darja-rivier, ook wel gekend als ‘de Nijl van Centraal-Azië’. Ze vormt hier de formele grens, maar stroomt afwisselend op Afghaans en Oezbeeks grondgebied. En het debiet van de rivier neemt gestaag af.