Etsy ontstond in 2005 als kleine, idealistische online marktplaats waar individuele makers hun handgemaakte producten rechtstreeks aan consumenten verkochten. Ambacht diende er als vorm van sociale kritiek: handgemaakt stond voor persoonlijk, lokaal en betekenisvol. Voor veel makers – opvallend vaak vrouwen – bood Etsy de mogelijkheid om creatief werk te combineren met inkomen, zorg voor kinderen of naasten en autonomie. Het platform raakte zo verknoopt met vrouwelijke emancipatie, doe-het-zelf-ethiek en antikapitalistisch verzet.
Vandaag is Etsy een beursgenoteerd bedrijf. Het kenmerkende oranje logo verbindt miljoenen verkopers met tientallen miljoenen kopers wereldwijd. Sinds het platform in 2015 naar de beurs trok, staat het bedrijf onder toenemende druk om te groeien en winst te maximaliseren. Zo verhoogde Etsy herhaaldelijk de transactiekosten voor verkopers, hield het inkomsten langer vast in reserves en schrapte het honderden jobs – zelfs in jaren van recordomzet. Moderatie en toezicht verschoven naar geautomatiseerde systemen en AI. Grondige controle op productieketens past moeilijk binnen een model dat inzet op schaalbaarheid en continue groei.
In deze context werd ook het verkoopbeleid versoepeld. Verkopers mogen sinds kort hun productie gedeeltelijk uitbesteden aan zogenaamde production partners, zolang de “originele ontwerpen van de verkoper” komen. Transparantie over lonen, arbeidsomstandigheden of zelfs de locatie van productie is daarbij niet verplicht. Een product kan dus probleemloos als lokaal handwerk worden verkocht terwijl het grotendeels elders is geproduceerd, zonder dat kopers weten waar of onder welke omstandigheden.