2003-04-15

Ontroerende documentaire van Georges Kamanayo over een Joodse man die in België op zoek gaat naar zijn verleden.

Tel Aviv
Jacky Barkan is een 62-jarige man, gehuwd met Judy, een balletdanseres en choreografe. Ze hebben een dochter van 24 jaar, Inbal. Ze wonen in Herzlia in de buurt van Tel Aviv. Jacky is een succesvol regisseur bij de Israëlische Educatieve Televisie IETV. Hij heeft alles om een rustig en boeiend leven te leiden in Israël. Toch wordt zijn gemoedsrust gekweld door onopgeloste vragen uit zijn kinderjaren tijdens de Duitse bezetting in België.

Jacky Barkan werd geboren in Brussel. Zijn ouders werden in 1943 gedeporteerd naar Auschwitz en kwamen daar niet meer vandaan. Omdat hij als kind van vijf geen enkele herinnering heeft aan dat jaar 1943, spoken de vragen in zijn hoofd. Waarom en hoe ben ik aan de holocaust ontsnapt? Waar en wanneer heeft mijn moeder me achtergelaten? Kortom: wat is er met mij toch gebeurd in dat jaar 1943?'

Jacky Barkan is vastbesloten om dat "verloren jaar" in zijn leven terug te vinden. Jacky heeft al verschillende keren België bezocht om de puzzel van zijn kinderjaren te reconstrueren. Maar tevergeefs. Het zwarte gat in zijn leven blijft. Tot hij in een brief journalist Joost Loncin (*) van de krant Het Volk in België om hulp vraagt. Aan de hand van de weinige gegevens die Jacky heeft, en na een oproep aan de lezers van de krant, slaagt de journalist erin het verloren jaar 1943 te reconstrueren. De krant nodigt Jacky en zijn vrouw Judy uit voor een weerzien met de mensen die hem gered hebben en de plaatsen waar hij verstopt werd.

Jacky's zoektocht naar zijn verleden in België begint in de Brusselse Marollenwijk, waar hij met zijn ouders voor de oorlog gewoond heeft. Zijn ouders waren Poolse joden. Zijn vader was een bekende kleermaker. Zij woonden in de Blaesstraat. Dit zijn de laatste herinneringen van Jacky's eerste levensjaren in Brussel. 

Jacky en Judy bezoeken in de Marollen de crèche waar Jacky's moeder hem in zijn verbeelding in een crèche heeft achtergelaten, vlak voor zij naar Auschwitz werd gedeporteerd. Er is weinig veranderd in al die jaren. Jacky inspecteert iedere kamer. Hij herinnert zich de hoge ramen met de kleine glazen ruitjes, de geur van de ontsmettingsmiddelen, de gang waar hij op een bankje moest wachten met een valiesje op de knieën. Daar zag hij zijn wenende moeder bij het afscheid voor het laatst. Hij blijft er langdurig staan en kijkt naar de nu lege, openstaande deur.  

Daarna gaat hij naar Marcelle De Meulemeester, de dame die hem in de crèche oppikte en hem verstopte bij haar broer Jean De Meulemeester en schoonzus Josiane in Sint-Kruis-Brugge. Bij Marcelle de Meulemeester staat Jacky voor de deur van het appartement tegenover de oude vrouw die zijn leven 56 jaar geleden heeft gered. Hij zegt 'ik ben het, de kleine Jacky' terwijl Marcelle de Meulemeester zijn beide handen vasthoudt en zegt 'Mijn kleine Patje' terwijl zij verduidelijkt 'Patje is de troetelnaam die wij je in Sint-Kruis-Brugge hadden gegeven, omdat je een grappig mannetje was'. 

Jacky was ondergedoken bij Jean en Josiane, de broer en schoonzus van Marcelle De Meulemeester die zelf drie kinderen hadden, Guy, Claudine en Evelyne. Claudine en Evelyne zijn voor deze gelegenheid naar hun tante gekomen om klein Patje te zien. Claudine heeft zelfs een fotootje uit 1943 meegebracht. Op de foto staan Claudine, haar broer Guy en de kleine Jacky. Ze staan voor de trappen van het terras van de villa. Jacky staart stomverbaasd naar de foto en beseft hoe belangrijk deze stap is in de samenstelling van zijn levenspuzzel.  

De familie De Meulemeester hield nog drie andere Joodse kinderen verborgen. Gabriël Zimmerman, die toen twaalf jaar oud was, zijn broer Edouard Zimmerman (die ondertussen overleden is) en een baby van 6 maanden, Henry Schlamowitch. Jacky herinnert zich niets van deze "stiefbroers". Gabriël en Henry werden verborgen bij Marcelle De Meulemeester en haar zus Madeleine in hun villa in Brussel. Edouard werd verborgen bij Charles De Meulemeester, die naast zijn broer Jean woonde, waar op zijn beurt Jacky ondergedoken zat. De kinderen werden geregeld in Sint-Kruis-Brugge samengebracht om bijvoorbeeld samen Kerstmis te vieren.  

De dag daarop ontmoet Jacky in de lobby van een Brussels hotel zijn "pleegbroer", Gabriel Zimmerman. Hij heeft na de oorlog gestudeerd in België. Gedurende een viertal jaar heeft hij ook gewerkt en gewoond in Israël. Maar het heimwee naar zijn geliefde Brussel dreef Gabriël terug. Zonder dat Jacky dat wist, was Gabriël al lang naar hem op zoek. Gabriël zal Jacky voortaan als een schaduw volgen.

Brugge
In Sint-Kruis-Brugge gaat Jacky vergezeld van zijn vroegere speelkameraadjes, Cécile en André Strubbe, op zoek naar de villa van Charles De Meulemeester in de Brieversweg. Het uitzicht van de omgeving is enorm veranderd en Jacky heeft moeite om de omgeving direct te herkennen. De hoeve van de familie Strubbe is er niet meer en het terrein is nu verkaveld. Jacky stapt het weggetje op dat naar de villa van Jean en Josiane De Meulemeester leidt. Achter het struikgewas verschijnt de villa. Jacky staat plotseling stil, bekijkt het huis en dan de foto en roept ineens: 'Hier is het!'. Hij grijpt zijn vrouw stevig vast, omhelst haar langdurig en met tranen in de ogen zucht Jacky heel diep en zegt: 'Eindelijk gevonden!

Buggenhout
Daarna reist Jacky naar Buggenhout, naar zijn tweede onderduikadres, bij de familie Van Gerwen in 1944. Hij herinnert zich dat hij met de trein naar zijn schuilplaats werd gebracht. Dat was de schuur van de boerderij van de familie Van Gerwen die naast de spoorweg van Mechelen en Dendermonde lag. Met Jacky op kop stappen we vanuit het stationnetje van Buggenhout naar de boerderij van de familie Van Gerwen. Na ongeveer tien minuten lopen stapt Jacky zelfverzekerd recht op de boerderij af. Jacky en Judy worden enthousiast begroet door de familie. 's Middags aan tafel zit Jacky naast zijn Vlaamse zus die inmiddels in het klooster is getreden. 

Een souvenir dat hij meekreeg van de familie Van Gerwen was een klein fotootje waar hij als kleine jongen opstaat terwijl hij op de akker samen met de hele familie Van Gerwen helpt bij het aardappelen rooien. In de achtergrond is de spoorlijn Mechelen - Dendermonde. In 1963, bij zijn verhuis uit de kibboets, vindt hij die dierbare foto terug. Het werd het begin van zijn zoektocht naar het verleden. Zonder deze foto zou hij nooit geweten hebben waar en hoe hij in België was ondergedoken. De foto is een stille getuige van een kostbaar verleden en hij draagt deze steeds bij zich. We stappen samen naar het aardappelveld tussen de spoorweg en de boerderij.

's Anderendaags zit Jacky weer op de trein richting Dossinkazerne in Mechelen. Daar hoopt hij de ontbrekende stukken van zijn levenspuzzel terug te vinden. Ondanks de ontdekkingen van de laatste dagen wordt de ziel van Jacky Barkan steeds gekweld door bijkomende vragen: 'Wie heeft mijn moeder gewaarschuwd voor het dreigend onheil van deportatie? Hoe kwam ik in de crèche in Brussel terecht? In de Dossinkazerne te Mechelen voelt Jacky de nabijheid van zijn ouders en de ontknoping van zijn zoektocht. De conservator geeft uitleg over de technieken die aangewend werden door de weerstand om Joodse kinderen uit de klauwen van de Duitsers te houden door ze te verstoppen bij Vlaamse gezinnen. Nu pas beseft Jacky tenvolle welk ingenieus systeem achter zijn redding zat.  

Dan toont conservator Ward Adriaens een foto en een klein schriftje die een zekere mevrouw Andrée Gueulen slechts korte tijd eerder aan het museum heeft afgestaan. Gueulen stond als communiste in het verzet. In haar schriftje heeft zij de namen van Jacky's en Gabriëls ouders genoteerd. Dit betekent dat zij hen ervan kon overtuigen hun kinderen aan het verzet toe te vertrouwen. Dit schriftje was dus het begin van zijn redding. Mevrouw Andrée Gueulen heeft de moeder van Jacky naar de crèche in Brussel gebracht. Jacky maakt enkele fotokopieën van het schriftje en noteert het adres van Mevrouw Andrée Guelen in de hoop haar later in Brussel te kunnen opzoeken. Tevreden stapt Jacky Barkan het museum uit: hij heeft zichzelf en het verloren jaar uit zijn leven teruggevonden.

Op de binnenkoer van de Dossinkazerne glijden zijn ogen als een zoekende camera over de gevels, zoekend naar iemand die er niet meer is. Deze beelden zullen voorgoed in zijn geheugen gegrift blijven. Van hieruit werden zijn ouders met de trein des doods naar Auschwitz weggevoerd. 

(*) Joost Loncin deed zijn onderzoek met de steun van het Fonds Pascal Decroos. Zijn boek (Geheime routes en netwerken. Joodse kinderen op de vlucht voor de holocaust) komt uit in de maand april.
Uitzending: op dinsdag 15 april om 22.50 uur op Canvas
DOC.STORY: Nieuwe documentaire reeks met prangende verhalen over maatschappelijk relevante 'issues' die op een objectieve manier worden geobserveerd en geregistreerd.

Minister Crevits investeert verder in wetenschapsjournalistiek

2021-09-06

BRUSSEL - Journalismfund.eu vzw stelt opnieuw werkbeurzen ter beschikking voor wetenschapsjournalistiek onderzoek. De viceminister-president van de Vlaamse regering en Vlaams minister van Wetenschapsbeleid, Hilde Crevits, voorziet bijkomende steun.

Vlaams minister Dalle steunt Nederlands-Vlaamse journalistieke samenwerking

2021-09-10

BRUSSEL - Teams van Belgische en Nederlandse journalisten kunnen bij Journalismfund.eu vzw opnieuw beurzen aanvragen voor lokale onderzoeksjournalistiek. Na een succesvol pilootproject vorig jaar maakt Vlaams minister van Media Dalle hier 75.000 euro voor vrij.