In de Kazachse havenstad Aktau is dat goed te zien aan pieren die nu op grasland eindigen door klimaatverandering maar ook door menselijk handelen.
De Wolga, die ongeveer 80 procent van het water aanvoert, wordt in Rusland zwaar gereguleerd met dammen en irrigatie. Rusland wil Kazachstan geen minimale wateraanvoer garanderen en wijt de daling aan het klimaat. Daardoor wordt water een geopolitiek machtsmiddel. Een lokale vrijwilliger voorspelt dat water in de toekomst duurder wordt dan olie.
De gevolgen zijn groot. Ruim 90 procent van het water in de regio Mangystau komt uit een verouderde ontziltingsinstallatie die bij laag water slecht werkt, waardoor de kraan in sommige zomers droog staat. Het zoutgehalte verandert, en zout en vervuiling uit het drooggevallen sediment worden door de wind verspreid. De steur en de Kaspische zeehond zijn sterk achteruitgegaan: van de zeehonden is nog zo’n 70.000 over, tegen een miljoen begin twintigste eeuw. Ook de Middle Corridor, de handelsroute tussen China en Europa die Rusland omzeilt, heeft last van de daling: schepen moeten lichter beladen worden en vaargeulen moeten voortdurend worden uitgebaggerd.
Ook Nederland is hier op meerdere manieren bij betrokken. Sinds de sancties tegen Rusland koopt Nederland jaarlijks voor 5,1 miljard euro aan Kazachse olie. Shell zit in het consortium achter het vervuilende Kashagan-olieveld. Baggeraars als Boskalis en Van Oord verdienen aan het open houden van vaargeulen, en het Openbaar Ministerie onderzoekt mogelijke omkoping rond opdrachten van Van Oord.
Ondertussen eisen lokale burgers en organisaties zoals Eco Mangystau en Save the Caspian Sea meer transparantie over milieunormen. Ze beroepen zich daarbij op het Verdrag van Aarhus, al werd hun rechtszaak tegen het ministerie van Energie op elk niveau afgewezen. Toch overheerst onder de betrokkenen in Aktau het geloof dat herstel mogelijk is, “stap voor stap, steen voor steen”.