2013-08-14

Vorig jaar was er heel wat ophef omtrent de publicatie van de studie van de Nederlandse viroloog Ron Fouchier, die in zijn lab in Rotterdam een via de lucht overdraagbare vorm van het gevaarlijke vogelgriepvirus H5N1 had gekweekt. Dat was nodig, betoogde de wetenschapper, omdat het ons zou leren voor welke in de natuur voorkomende vogelgriepvirussen we moeten uitkijken.

Met de steun van het Fonds Pascal Decroos trok wetenschapsjournalist Tim Vernimmen in april 2013 naar Zuidoost-Azië om uit te zoeken of de controversiële studie ook echt impact had op het terrein. Daarbij belandde hij onverwachts midden in de heisa omtrent het nieuwe vogelgriepvirus H7N9.

Dat leverde, behalve lange zwerftochten op het platteland en heel veel marktbezoeken, ook erg urgente gesprekken op met enkele van de hoofdrolspelers uit de strijd tegen vogelgriep, zoals epidemioloog Peter Horby en viroloog Malik Peiris en hun medewerkers, maar ook met enkele uitgesproken critici van Fouchier.

Nu Fouchier afgelopen week aankondigde dat hij ook met dat virus aan de slag wil, blikt Vernimmen in De Morgen uitgebreid terug, en probeert hij antwoord te bieden op enkele cruciale vragen: waar is H7N9 gebleven? Wordt er wel hard genoeg gezocht? En is het verdedigbaar om het virus in het lab aan experimenten te onderwerpen waarvan het mogelijk gevaarlijker wordt? 

Tim Vernimmen

Tim Vernimmen studeerde biologie en is wetenschapsjournalist .
€ 4,000 toegekend op 13/09/2012.
ID
FPD/2012/988
Grant
Fonds Pascal Decroos

PRINT/ONLINE
Kan zelfgemaakt griepvirus levens redden?, De Morgen, 14/08/2013.